Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-04-15
ECLI:NL:RBNHO:2026:4078
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,202 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4078 text/xml public 2026-05-14T16:00:03 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-15 NL:TZ:0000226549:B001 ZK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4078 text/html public 2026-04-21T15:43:35 2026-05-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4078 Rechtbank Noord-Holland , 15-04-2026 / NL:TZ:0000226549:B001 ZK Er is een tijdelijk bewind ingesteld tot 21 april 2026. De kantonrechter verlengt dit bewind voor een periode van twee jaar onder meer omdat er nog sprake is van een faillissement. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer : NL:TZ:0000226549:B001 ZK dossiernummer : BM25056 datum : 15 april 2026 beschikking op een verzoek tot verlenging van het bewind op verzoek van: S. Gopal, handelend onder de naam MinusPlus, Twentepoort Oost 61 Unit 26, 7609 RG Almelo, Kamer van Koophandel-nummer 54263573, hierna te noemen: verzoeker, met betrekking tot: [betrokkene], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum], [adres] hierna te noemen: betrokkene. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoek, ontvangen op 11 februari 2026; - de nadere informatie, ontvangen op 26 maart 2026. Het verzoek is mondeling behandeld op 9 april 2026. Daarbij waren aanwezig betrokkene en verzoeker. beoordeling Bij beschikking van de kantonrechter d.d. 3 mei 2021 is het vermogen van betrokkene tijdelijk onder bewind gesteld tot 21 april 2026. De grondslag van het bewind is verkwisting of het hebben van problematische schulden. Het bewind staat ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 Burgerlijk Wetboek. Verzoeker vraagt om verlenging van het bewind. Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Op 21 april 2026 eindigt het schuldenbewind van rechtswege. De bewindvoerder is van mening dat voortzetting van het bewind nog steeds noodzakelijk is, onder meer vanwege een nog lopend faillissement. De bewindvoerder vreest bovendien voor nieuwe schulden. Er is sprake van een taalbarrière en dit maakt het lastig voor betrokkene om zijn financiële zaken zelfstandig te regelen. Zo is het bijvoorbeeld lastig voor betrokkene om meterstanden door te geven. Het contact met betrokkene is heel lang goed geweest maar doordat de contacten met de curator stroef verlopen en zich enkele incidenten hebben voorgedaan lijkt betrokkene ook het vertrouwen in de bewindvoerder te hebben verloren. Betrokkene wil graag zijn vrijheid terug. Het contact met de curator loopt stroef. Ook de verstandhouding met de bewindvoerder is verstoord geraakt. De situatie rondom het faillissement en het bewind benauwen hem. De kantonrechter zal het bewind met een periode van twee jaar verlengen en licht dat als volgt toe. Met de bewindvoerder is de kantonrechter van oordeel dat de kans groot is dat er, als het bewind eindigt, snel nieuwe schulden zullen ontstaan omdat -mede gelet op de taalbarrière- betrokkene de financiën onvoldoende overziet. Op dit moment is er nog sprake van een lopend faillissement. De bewindvoerder draagt in overleg met de curator op dit moment zorg voor afdracht en het is in het belang van betrokkene dat deze afdrachten goed blijven verlopen. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat het passend en wenselijk is dat de bescherming van het bewind de komende tijd in stand blijft. De kantonrechter zal het verzoek toewijzen. Het bewind zal worden verlengd tot 21 april 2028. beslissing De kantonrechter: - verlengt het bewind tot 21 april 2028. - bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen. Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4078 text/xml public 2026-05-14T16:00:03 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-15 NL:TZ:0000226549:B001 ZK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4078 text/html public 2026-04-21T15:43:35 2026-05-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4078 Rechtbank Noord-Holland , 15-04-2026 / NL:TZ:0000226549:B001 ZK Er is een tijdelijk bewind ingesteld tot 21 april 2026. De kantonrechter verlengt dit bewind voor een periode van twee jaar onder meer omdat er nog sprake is van een faillissement. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer : NL:TZ:0000226549:B001 ZK dossiernummer : BM25056 datum : 15 april 2026 beschikking op een verzoek tot verlenging van het bewind op verzoek van: S. Gopal, handelend onder de naam MinusPlus, Twentepoort Oost 61 Unit 26, 7609 RG Almelo, Kamer van Koophandel-nummer 54263573, hierna te noemen: verzoeker, met betrekking tot: [betrokkene], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum], [adres] hierna te noemen: betrokkene. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoek, ontvangen op 11 februari 2026; - de nadere informatie, ontvangen op 26 maart 2026. Het verzoek is mondeling behandeld op 9 april 2026. Daarbij waren aanwezig betrokkene en verzoeker. beoordeling Bij beschikking van de kantonrechter d.d. 3 mei 2021 is het vermogen van betrokkene tijdelijk onder bewind gesteld tot 21 april 2026. De grondslag van het bewind is verkwisting of het hebben van problematische schulden. Het bewind staat ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 Burgerlijk Wetboek. Verzoeker vraagt om verlenging van het bewind. Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Op 21 april 2026 eindigt het schuldenbewind van rechtswege. De bewindvoerder is van mening dat voortzetting van het bewind nog steeds noodzakelijk is, onder meer vanwege een nog lopend faillissement. De bewindvoerder vreest bovendien voor nieuwe schulden. Er is sprake van een taalbarrière en dit maakt het lastig voor betrokkene om zijn financiële zaken zelfstandig te regelen. Zo is het bijvoorbeeld lastig voor betrokkene om meterstanden door te geven. Het contact met betrokkene is heel lang goed geweest maar doordat de contacten met de curator stroef verlopen en zich enkele incidenten hebben voorgedaan lijkt betrokkene ook het vertrouwen in de bewindvoerder te hebben verloren. Betrokkene wil graag zijn vrijheid terug. Het contact met de curator loopt stroef. Ook de verstandhouding met de bewindvoerder is verstoord geraakt. De situatie rondom het faillissement en het bewind benauwen hem. De kantonrechter zal het bewind met een periode van twee jaar verlengen en licht dat als volgt toe. Met de bewindvoerder is de kantonrechter van oordeel dat de kans groot is dat er, als het bewind eindigt, snel nieuwe schulden zullen ontstaan omdat -mede gelet op de taalbarrière- betrokkene de financiën onvoldoende overziet. Op dit moment is er nog sprake van een lopend faillissement. De bewindvoerder draagt in overleg met de curator op dit moment zorg voor afdracht en het is in het belang van betrokkene dat deze afdrachten goed blijven verlopen. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat het passend en wenselijk is dat de bescherming van het bewind de komende tijd in stand blijft. De kantonrechter zal het verzoek toewijzen. Het bewind zal worden verlengd tot 21 april 2028. beslissing De kantonrechter: - verlengt het bewind tot 21 april 2028. - bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen. Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.