Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-04-17
ECLI:NL:RBNHO:2026:3982
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/2294 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. R.J. van Velzen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest (gemachtigden: Y. Ammerdorffer en l. van der Meer). Samenvatting Deze uitspraak gaat over het schadeverzoek van eiseres hangende een beroepsprocedure. Eiseres vraagt een vergoeding voor de accountantskosten die zij moest betalen voor het opstellen van een jaarrekening met controleverklaring in verband met de verantwoording van een aan haar verstrekte subsidie. Omdat zij de balans en de jaarrekening met controleverklaring niet had overgelegd, is de subsidie aanvankelijk op nihil vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond voor zover dat betrekking heeft op dit vaststellingsbesluit en wijst het schadeverzoek af. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Inleiding 1. Op 10 juni 2022 heeft eiseres een aanvraag voor subsidie ingediend voor de opvang van peuters met een indicatie voor Voorschoolse Educatie voor 2023. Op 29 december 2022 heeft het college de aanvraag ingewilligd en een subsidie van € 62.640 verleend. 1.1. Op 21 februari 2024 heeft het college eiseres erop gewezen dat zij een aanvraag voor vaststelling van de subsidie moet indienen vóór 1 mei 2024. Daarbij is een formulier gevoegd dat eiseres moet invullen en waarop documenten staan genoemd die moeten worden ingestuurd. Op 28 maart 2024 heeft eiseres vervolgens een aanvraag ingediend voor vaststelling van de subsidie. 1.2. Omdat niet alle gevraagde documenten waren verstrekt, heeft het college eiseres op 5 juni 2024 op de hoogte gesteld van zijn voornemen om de subsidie op nihil vast te stellen. Eiseres heeft een zienswijze ingediend. Vervolgens heeft het college met het besluit van 12 september 2024 de subsidie op nihil vastgesteld (het vaststellingsbesluit). Met het besluit van 19 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de nihilstelling gebleven (besluit I). 1.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit I. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. Op 18 november 2025 heeft het college documenten van eiseres ontvangen. Daarop heeft het college op 8 januari 2026 besluit I gewijzigd en de subsidie vastgesteld op 32.406 (besluit II). Eiseres heeft tegen dit besluit II nadere beroepsgronden ingediend en een schadeverzoek ingediend. Het college heeft hierop met een aanvullend verweerschrift gereageerd. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens eiseres: haar gemachtigde en [naam] , directeur van de stichting. Namens het college hebben zijn gemachtigden deelgenomen aan de zitting. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank stelt vast dat het college tijdens de beroepsprocedure besluit I heeft gewijzigd met besluit II. Op de zitting is vastgesteld dat eiseres het eens is met besluit II, omdat zij alsnog de door haar gewenste subsidie heeft gekregen. Eiseres heeft daarom geen belang bij de beoordeling van besluit II. Om die reden heeft haar beroep niet van rechtswege mede betrekking op besluit II. Eiseres heeft op de zitting verder aangegeven dat het haar enkel nog gaat om haar schadeverzoek in verband met besluit I. Dat is daarom onderwerp van deze uitspraak. 3. Eiseres vraagt om het college te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 24.050. Dit is het bedrag dat zij aan haar accountant heeft moeten betalen voor het opstellen van een jaarrekening en een controleverklaring. Volgens eiseres mocht het college niet vragen om een jaarrekening en een controleverklaring. In de Algemene subsidieverordening Uitgeest 2016 (ASV) staat dat ook mag worden volstaan met een jaarverslag in plaats van een jaarrekening. De regels uit de ASV worden bovendien ingekle In artikel 9 van de Subsidieregeling staat weliswaar een opsomming van aan te leveren gegevens, maar dit is ‘ onverminderd het bepaalde in de artikelen 14 en 15 van de ASV’. Ook de in artikel 15 van de ASV genoemde eisen gelden dus. De rechtbank ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat de bestendige uitvoeringspraktijk aan toepassing van artikel 15 van de ASV in de weg staat. Dat het college in deze subsidieronde voor het eerst in de praktijk vasthoudt aan de verantwoordingsregels, betekent niet dat het college nooit om die verantwoording mag vragen. Het college zegt bovendien terecht dat de eisen wel al vanaf de subsidieverlening bekend waren. 4.4. Kijkend naar artikel 15 van de ASV, dan moet een aanvraag tot vaststelling van de subsidie concreet het volgende bevatten: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 4.5. Dit zijn dus de documenten die het college op basis van de ASV mocht vragen voorafgaand aan het vaststellingsbesluit. De rechtbank vindt het ook niet onredelijk dat het college dit vraagt. Het gaat om voor de gemeente hoge bedragen aan subsidie en daarom zijn die extra eisen in de ASV gesteld. Tussen partijen staat verder niet ter discussie dat het college de balans met toelichting (onder c) en de controleverklaring (onder d) heeft opgevraagd en niet van eiseres heeft gekregen bij de aanvraag tot subsidievaststelling of op een later moment in de aanloop naar het vaststellingsbesluit. De documenten zijn eerst op 18 november 2025 door het college ontvangen. De rechtbank oordeelt dat het college op grond van het ontbreken van alleen al deze documenten de subsidie in redelijkheid op nihil kon vaststellen. De peutermonitor heeft het college onvoldoende mogen vinden als verantwoording en aangezien elke andere financiële verantwoording ontbrak, lag een lagere vaststelling in plaats van nihil niet voor de hand. Om diezelfde reden hoefde het college niet alternatieven te onderzoeken of van de nihilstelling af te zien vanwege de financiële gevolgen voor eiseres. Het college heeft meer gewicht mogen toekennen aan het krijgen van financiële verantwoording voor de besteding van de subsidie. 4.6. Het vaststellingsbesluit is dus terecht genomen. Ook is dit terecht bij besluit I gehandhaafd, temeer omdat ook toen de ontbrekende documenten nog niet waren verstrekt. Dat betekent dat het beroep tegen besluit I ongegrond is en dat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit. Aangezien er alleen aanleiding kan zijn om een schadeverzoek toe te wijzen als het besluit dat op de voorbereidingshandeling is gevolgd, onrechtmatig is, moet ook het schadeverzoek worden afgewezen. 4.7. Omwille van de discussie tussen partijen zal de rechtbank ten overvloede nog iets zeggen over de vraag of er alleen om een jaarrekening is gevraagd en zo ja, wat dit betekent. Uit artikel 15 van de ASV blijkt dat een jaarrekening of financieel verslag (onder b) wordt vereist. Ook een financieel verslag is dus voldoende om aan dit concrete vereiste te voldoen. De rechtbank begrijpt dat er bij eiseres hierover verwarring is ontstaan. In het aanvraagformulier voor de subsidievaststelling staat namelijk zowel ‘financiële verslag/jaarrekening’ als dat een jaarrekening moet worden bijgevoegd. In het mailcontact met de gemeente is eveneens alleen gesproken over een jaarrekening en niet over een financieel verslag. Tegelijkertijd had het voor eiseres in ieder geval ten tijde van het voornemen tot de subsidievaststelling op 5 juni 2024 duidelijk moeten zijn dat het om een financieel verslag of jaarrekening ging. Dat staat daarin namelijk duidelijk verwoord. Dit is nog eens bevestigd in he