Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-25
ECLI:NL:RBNHO:2026:3892
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,085 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:3892 text/xml public 2026-04-17T16:45:49 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-25 C/15/375241 / JU RK 26-330 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:3892 text/html public 2026-04-17T16:45:15 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:3892 Rechtbank Noord-Holland , 25-03-2026 / C/15/375241 / JU RK 26-330 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. Een verlenging van de maatregelen is nodig om uitvoering te geven aan het perspectiefbesluit. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/375241 / JU RK 26-330 Datum uitspraak: 25 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering , hierna te noemen: de GI, gevestigd te Velserbroek, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift van 2 februari 2026 met bijlagen, de toetsing van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 4 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . De moeder is niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist is opgeroepen. 1.3. De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. 2 De feiten 2.1. De vader is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . [de minderjarige] verblijft op de woongroep [woongroep] van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . 2.2. Van 24 juni 2015 tot 25 september 2019 stond [de minderjarige] onder toezicht. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 maart 2022 [de minderjarige] opnieuw onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 18 maart 2025 van de meervoudige kamer van deze rechtbank, tot 30 maart 2026. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 november 2022 [de minderjarige] met spoed uit huis geplaatst. Bij beschikking van 16 november 2022 is die beslissing gehandhaafd en is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 30 maart 2023. De machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij voornoemde beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank, tot 30 maart 2026. 3 Het verzoek van de GI 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd en ter zitting nader toegelicht. De situatie van [de minderjarige] is het afgelopen jaar nauwelijks veranderd en zij wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. [de minderjarige] heeft veel last (gehad) van haar onveilige en instabiele thuissituatie. Mede gezien de medische kwetsbaarheid van [de minderjarige] is continue begeleiding door volwassenen noodzakelijk. Daarnaast is [de minderjarige] een periode niet naar school geweest en had zij haar dag- en nachtritme omgedraaid. Hoewel bij [de minderjarige] sinds kort sprake is van een positieve verandering en zij binnenkort zal starten op een nieuwe school, is deze verandering nog heel pril. De structuur, begeleiding en medische monitoring die zij op de groep van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ontvangt, zijn nog steeds essentieel en kunnen niet door de ouders worden geboden. Anders dan de Raad, vindt de GI een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar noodzakelijk om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen, haar plaatsing bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] te continueren en de ingezette hulpverlening voort te zetten. 4 Het advies van de Raad 4.1. De Raad is bezig met een onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel ten aanzien van de vader. Het onderzoek is nog niet afgerond en de Raad adviseert dan ook om beide maatregelen te verlengen. Gelet op de duur van het onderzoek, vindt de Raad een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van zes maanden echter wenselijk. 5 Het standpunt van de vader 5.1. De vader heeft ingestemd met het verzoek. De vader heeft goed contact met [de minderjarige] en zij is graag bij hem. Hij ziet dat [de minderjarige] zelfstandig is in het bijhouden van haar diabetes. Wel maakt de vader zich zorgen over waar [de minderjarige] naartoe moet als zij achttien jaar is. Het ouderlijk gezag heeft voor hem geen meerwaarde; hij beslist nu ook niet over [de minderjarige] . 6 De mening van [de minderjarige] 6.1. heeft verteld dat het nu goed met haar gaat. Zij kan zelf haar diabetes bijhouden en gaat binnenkort starten op een nieuwe school. Zij ziet de vader elke zaterdag en heeft dagelijks telefonisch contact met de moeder en dat vindt zij fijn. [de minderjarige] vindt het op haar huidige groep niet fijn, en zou het liefst naar een andere groep willen, maar zij weet dat zij daar nog even moet blijven. 7 De beoordeling 7.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 7.2. De GI heeft in december 2024 het perspectiefbesluit genomen dat [de minderjarige] niet meer thuis zal opgroeien, omdat het de vader niet lukte om een veilig opvoedklimaat voor [de minderjarige] te creëren, zonder verwaarlozing en verbaal geweld en met de juiste begeleiding voor [de minderjarige] bij haar diabetes. Bij beschikking van 18 maart 2025 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank het perspectiefbesluit van de GI onderschreven. Ook de vader staat achter het perspectiefbesluit. 7.3. [de minderjarige] woont sinds november 2022 op de groep van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] en zij kan daar blijven tot aan haar meerderjarigheid. De groep leek tot voor kort goed aan te sluiten bij de behoeften van [de minderjarige] . In het gesprek met de kinderechter heeft [de minderjarige] echter verteld dat zij zich niet meer fijn voelt op de groep en ook de GI heeft aangegeven te zien dat de groep niet meer passend lijkt voor [de minderjarige] . Het is daarom van belang dat goed gekeken wordt of de plaatsing op de huidige groep nog in het belang is van [de minderjarige] of dat plaatsing op een nieuwe groep beter voor haar is, waarbij aandacht moet zijn voor de behoeften en bezwaren van [de minderjarige] . Tot slot dient de komende tijd zicht te worden gehouden op het verloop van de diagnostiek, hulpverlening en schoolgang van [de minderjarige] . De kinderrechter acht het positief te merken dat het contact van [de minderjarige] met zowel de vader als de moeder goed is. 7.4. Een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing is nodig om uitvoering te geven aan het genomen perspectiefbesluit en het verblijf van [de minderjarige] op een groep te waarborgen.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:3892 text/xml public 2026-04-17T16:45:49 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-25 C/15/375241 / JU RK 26-330 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:3892 text/html public 2026-04-17T16:45:15 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:3892 Rechtbank Noord-Holland , 25-03-2026 / C/15/375241 / JU RK 26-330 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. Een verlenging van de maatregelen is nodig om uitvoering te geven aan het perspectiefbesluit. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/375241 / JU RK 26-330 Datum uitspraak: 25 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering , hierna te noemen: de GI, gevestigd te Velserbroek, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift van 2 februari 2026 met bijlagen, de toetsing van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 4 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . De moeder is niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist is opgeroepen. 1.3. De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. 2 De feiten 2.1. De vader is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . [de minderjarige] verblijft op de woongroep [woongroep] van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . 2.2. Van 24 juni 2015 tot 25 september 2019 stond [de minderjarige] onder toezicht. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 maart 2022 [de minderjarige] opnieuw onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 18 maart 2025 van de meervoudige kamer van deze rechtbank, tot 30 maart 2026. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 november 2022 [de minderjarige] met spoed uit huis geplaatst. Bij beschikking van 16 november 2022 is die beslissing gehandhaafd en is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 30 maart 2023. De machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij voornoemde beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank, tot 30 maart 2026. 3 Het verzoek van de GI 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd en ter zitting nader toegelicht. De situatie van [de minderjarige] is het afgelopen jaar nauwelijks veranderd en zij wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. [de minderjarige] heeft veel last (gehad) van haar onveilige en instabiele thuissituatie. Mede gezien de medische kwetsbaarheid van [de minderjarige] is continue begeleiding door volwassenen noodzakelijk. Daarnaast is [de minderjarige] een periode niet naar school geweest en had zij haar dag- en nachtritme omgedraaid. Hoewel bij [de minderjarige] sinds kort sprake is van een positieve verandering en zij binnenkort zal starten op een nieuwe school, is deze verandering nog heel pril. De structuur, begeleiding en medische monitoring die zij op de groep van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ontvangt, zijn nog steeds essentieel en kunnen niet door de ouders worden geboden. Anders dan de Raad, vindt de GI een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar noodzakelijk om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen, haar plaatsing bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] te continueren en de ingezette hulpverlening voort te zetten. 4 Het advies van de Raad 4.1. De Raad is bezig met een onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel ten aanzien van de vader. Het onderzoek is nog niet afgerond en de Raad adviseert dan ook om beide maatregelen te verlengen. Gelet op de duur van het onderzoek, vindt de Raad een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van zes maanden echter wenselijk. 5 Het standpunt van de vader 5.1. De vader heeft ingestemd met het verzoek. De vader heeft goed contact met [de minderjarige] en zij is graag bij hem. Hij ziet dat [de minderjarige] zelfstandig is in het bijhouden van haar diabetes. Wel maakt de vader zich zorgen over waar [de minderjarige] naartoe moet als zij achttien jaar is. Het ouderlijk gezag heeft voor hem geen meerwaarde; hij beslist nu ook niet over [de minderjarige] . 6 De mening van [de minderjarige] 6.1. heeft verteld dat het nu goed met haar gaat. Zij kan zelf haar diabetes bijhouden en gaat binnenkort starten op een nieuwe school. Zij ziet de vader elke zaterdag en heeft dagelijks telefonisch contact met de moeder en dat vindt zij fijn. [de minderjarige] vindt het op haar huidige groep niet fijn, en zou het liefst naar een andere groep willen, maar zij weet dat zij daar nog even moet blijven. 7 De beoordeling 7.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 7.2. De GI heeft in december 2024 het perspectiefbesluit genomen dat [de minderjarige] niet meer thuis zal opgroeien, omdat het de vader niet lukte om een veilig opvoedklimaat voor [de minderjarige] te creëren, zonder verwaarlozing en verbaal geweld en met de juiste begeleiding voor [de minderjarige] bij haar diabetes. Bij beschikking van 18 maart 2025 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank het perspectiefbesluit van de GI onderschreven. Ook de vader staat achter het perspectiefbesluit. 7.3. [de minderjarige] woont sinds november 2022 op de groep van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] en zij kan daar blijven tot aan haar meerderjarigheid. De groep leek tot voor kort goed aan te sluiten bij de behoeften van [de minderjarige] . In het gesprek met de kinderechter heeft [de minderjarige] echter verteld dat zij zich niet meer fijn voelt op de groep en ook de GI heeft aangegeven te zien dat de groep niet meer passend lijkt voor [de minderjarige] . Het is daarom van belang dat goed gekeken wordt of de plaatsing op de huidige groep nog in het belang is van [de minderjarige] of dat plaatsing op een nieuwe groep beter voor haar is, waarbij aandacht moet zijn voor de behoeften en bezwaren van [de minderjarige] . Tot slot dient de komende tijd zicht te worden gehouden op het verloop van de diagnostiek, hulpverlening en schoolgang van [de minderjarige] . De kinderrechter acht het positief te merken dat het contact van [de minderjarige] met zowel de vader als de moeder goed is. 7.4. Een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing is nodig om uitvoering te geven aan het genomen perspectiefbesluit en het verblijf van [de minderjarige] op een groep te waarborgen.