Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-04-07
ECLI:NL:RBNHO:2026:3833
Civiel recht
Wraking
874 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2026:3833 text/xml public 2026-04-10T12:20:05 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-07 C/15/376044 HA RK 26-51 Uitspraak Wraking NL Haarlem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:3833 text/html public 2026-04-10T12:19:16 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:3833 Rechtbank Noord-Holland , 07-04-2026 / C/15/376044 HA RK 26-51 Wrakingskamer. Verzoek niet-ontvankelijk. In artikel 5 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank is neergelegd dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk kan verklaren, indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. De wrakingskamer stelt vast dat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan op 11 maart 2026 en dat het wrakingsverzoek van 24 maart 2026 is. Dat de uitspraak mondeling is gedaan en op 24 maart 2026 nog niet op schrift was gesteld en aan partijen was verstuurd, is niet relevant. beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: C/15/376044 HA RK 26/51 Beslissing van de meervoudige wrakingskamer van 7 april 2026 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoekster] , wonende te Purmerend, verzoekster, advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts, kantoorhoudende te Den Haag. Het verzoek is gericht tegen: mr. F.W. van Dongen, hierna te noemen: de rechter. 1 Procesverloop 1.1. Verzoekster heeft op 24 maart 2026 de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team F&J Haarlem, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/375283 / JU RK 26/336, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2. De hoofdzaak is tijdens een besloten zitting behandeld op 11 maart 2026. De rechter heeft ter zitting aansluitend mondeling uitspraak gedaan. 1.3. De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek. 2 De beoordeling 2.1. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2. In artikel 5 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank is neergelegd dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk kan verklaren, indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. 2.3. De wrakingskamer stelt vast dat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan op 11 maart 2026 en dat het wrakingsverzoek van 24 maart 2026 is. Dat de uitspraak mondeling is gedaan en op 24 maart 2026 nog niet op schrift was gesteld en aan partijen was verstuurd, is niet relevant. 2.4. Omdat het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk is, komt de wrakingskamer niet aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek toe. 3 Beslissing De rechtbank 3.1. verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet-ontvankelijk; 3.2. beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster en de rechter een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden. Deze beslissing is gegeven door mr. J.L. Roubos, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. M. Kraefft, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. N.S. van Lede – Terhaar sive Droste, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026. griffier voorzitter De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.