Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-03-25
ECLI:NL:RBNHO:2026:3633
Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/718 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende (gemachtigde: mr. A.E.R.B. Snel), en de heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft aan belanghebbende een aanslag leges opgelegd ter grootte van € 33.294,15. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag verminderd tot € 21.794,43. Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026 te Haarlem. Namens belanghebbende is [naam 1] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 2] . Overwegingen Feiten 1. Belanghebbende oefent een kinderdagverblijf uit in een pand op het adres [straat] [# 1] te [vestigingsplaats] , kadastraal bekend als [[...]] . Op 9 november 2022 heeft belanghebbende bij de gemeente Zaanstad (hierna: de gemeente) een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend in verband met de door belanghebbende voorgenomen sloop en herbouw van het pand. In de aanvraag is het plan als volgt omschreven: “Bestaande gebouw zal gesloopt gaan worden, de constructieve vloer en fundering zullen worden hergebruikt waarop het nieuwe bouwwerk zal worden gebouwd. Het gaat om een twee laags bouwwerk met op de begane grond een kinderdagverblijf en op de verdieping drie appartementen.” Per brief van 1 december 2022 is namens burgemeester en wethouders (hierna: B en W) van de gemeente de ontvangst van de aanvraag bevestigd. 2. Tijdens de behandeling van de aanvraag kwam naar voren dat er een anterieure overeenkomst moest worden gesloten. In de schriftelijke vastlegging van deze overeenkomst, die op 14 februari 2024 door belanghebbende en de vertegenwoordiger van B en bW is ondertekend, is onder meer het volgende opgenomen: “IN AANMERKING NEMENDE: dat de initiatiefnemer bij de gemeente een aanvraag om omgevingsvergunning heeft ingediend / wenst in te dienen ten behoeve van bouw van een kinderdagverblijf met drie groepsruimten en drie appartementen op de eerste verdieping op een perceel grond met opstallen, kadastraal bekend gemeente [vestigingsplaats] , sectie I, nummer [# 2] , gelegen aan [straat] [# 1] en [# 3] te [vestigingsplaats] hierna te noemen 'het Project'; dat het Project in strijd is met het geldende planologisch kader; dat derhalve de medewerking aan het initiatief door de gemeente geweigerd behoort te worden, tenzij de gemeente bereid is om mee te werken aan de gevraagde planologische maatregel; dat de gemeente bereid is haar medewerking te verlenen aan het in exploitatie brengen van het Exploitatiegebied indien voldoende waarborgen worden getroffen voor een goede en adequate ontwikkeling en bebouwing; dat voor de gemeente aan de medewerking van de realisatie van het Project en de gevraagde planologische maatregel financiële consequenties verbonden zijn; dat de gemeente bereid is de planologische maatregel zoals deze door de exploitant is verzocht verder in procedure te brengen, onder voorwaarde dat het Project economisch uitvoerbaar is, hetgeen inhoudt dat de daaruit voortvloeiende gemeentelijke kosten verzekerd zijn; dat de exploitant zich ten behoeve van de economische uitvoerbaarheid van deze planologische maatregel bereid verklaart de daaruit voortvloeiende gemeentelijke kosten voor de gemeente te vergoeden en de voor vergoeding in aanmerking komende planschade volledig aan de gemeente te compenseren; dat Partijen afspraken hebben gemaakt voor de planontwikkeling, de aanleg van de benodigde infrastructurele werken, de uitvoering van het Project en aan de gemeente te vergoeden kosten en te verlenen bijdragen; dat Partijen de voorwaarden en afspraken met betrekking tot de ontwikkeling van het Exploitatiegebied schriftelijk in deze overeenkomst wensen vast te leggen; (…) Bi Bij de uitspraak op bezwaar is de aanslag daarom verminderd tot € 21.794,43, als volgt gespecificeerd: Beoordelen bodemonderzoeksrapport € 365,55 Projectbesluit, uitgebreide procedure € 6.280,95 Reguliere bouwaanvraag overig, 68 m² à € 56,95 € 3.872,60 Welstandscommissie, 3 x (7% van (3.872,60 + 8.478,75)) € 2.593,78 Beoordelen ecologische rapportage, quickscan € 202,80 Reguliere bouwaanvraag, 255 m² à € 33,25 € 8.478,75 Totaal te betalen € 21.794,43 8. Belanghebbende heeft met een niet gedagtekende brief tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Geschil 9. In geschil is de hoogte van de aanslag zoals die luidt na de uitspraak op bezwaar. 10. Volgens belanghebbende moet de aanslag verder worden verminderd en zij heeft daarvoor – kort weergegeven – aangevoerd dat door de gemeente veel fouten zijn gemaakt. Daardoor hebben belanghebbende en haar adviseurs, onder wie de architect, veel extra uren moeten maken en zouden de leges daardoor aanzienlijk omlaag mogen. Ter zitting heeft belanghebbende daar nog aan toegevoegd dat met het bedrag van € 15.300, dat zij ingevolge artikel 5.1 van de anterieure overeenkomst moest betalen, sprake is van de kosten van diensten die krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) (grondexploitatie) zijn of worden verhaald, als bedoeld in artikel 8 van de Legesverordening Zaanstad 2022 (hierna: de Verordening). Op grond van artikel 8 van de Verordening kunnen ter zake daarvan geen leges worden geheven en is het bedrag van € 6.280,95, dat op het aanslagbiljet is vermeld bij de post “Projectbesluit, uitgebreide procedure” daarom ten onrechte geheven. 11. Belanghebbende concludeert, naar de rechtbank begrijpt, tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag tot € 15.513,48 (€ 21.794,43 -/- € 6.280,95) of tot een lager bedrag, waarbij rekening wordt gehouden met extra kosten die belanghebbende en haar adviseurs als gevolg van de handelwijze van de gemeente moesten maken. 12. Verweerder stelt dat de aanslag, zoals die luidt na de uitspraak op bezwaar, niet te hoog is en heeft daarvoor aangevoerd dat belanghebbende in het aanvraagformulier had aangekruist dat zij wist dat voor het in behandeling nemen van de aanvraag leges verschuldigd zijn. De leges zijn geheven voor het in behandeling nemen van de bouwaanvraag. Het niet adequaat reageren op vragen van belanghebbende en de oplopende kosten van de architect en andere adviseurs, waardoor belanghebbende meermaals dezelfde stukken moest aanleveren, doet niets af aan de hoogte van de leges. Aangaande hetgeen belanghebbende ter zitting heeft aangevoerd over de toepassing van artikel 8 van de Verordening heeft verweerder te zitting een voorwaardelijk bewijsaanbod gedaan om te kunnen onderzoeken of en in hoeverre sprake is van kostenverhaal als bedoeld in afdeling 6.4 van de Wro. 13. Verweerder concludeert, naar de rechtbank begrijpt, primair tot ongegrondverklaring van het beroep, subsidiair tot gegrondverklaring van het beroep en tot vermindering van de aanslag. Beoordeling van het geschil Wet- en regelgeving 14. De artikelen 2, 4, 8 en 9 van de Verordening luiden, voor zover hier van belang, als volgt: Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. (…); een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 4 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in dit artikel bepaalde. 2. (…); 3. (…). Artikel 8 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. (…) g. Diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening(grondexploitatie) zijn of worden verhaald; h. (…). Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt