Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-04-01
ECLI:NL:RBNHO:2026:3519
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11938270 \ CV FORM 25-7240 Uitspraakdatum: 1 april 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1] 2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de passagiers na de annulering van de vlucht een vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. Het verzoek wordt toegewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 19 oktober 2023 vervoeren van Ibiza, Spanje, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht U27892 dan wel EJU7892 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.3. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat bij annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat deze alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen. 4.4. De passagiers voeren aan dat de vervoerder hen na de annulering geen vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Weliswaar heeft de vervoerder hen een link toegestuurd om naar een vervangende vlucht te zoeken, maar nadat zij op deze link geklikt hadden was er geen vlucht beschikbaar. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder daarom onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij de passagiers na de annulering een alternatieve vlucht heeft aangeboden. De omstandigheid dat de passagiers een omboekingslink hebben ontvangen betekent immers niet zonder meer dat daar