Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-02-04
ECLI:NL:RBNHO:2026:335
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,003 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2026:335 text/xml public 2026-02-06T15:00:07 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-04 11853513 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:335 text/html public 2026-01-22T11:31:08 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:335 Rechtbank Noord-Holland , 04-02-2026 / 11853513 Aanneming van werk. Ambtshalve toets informatieplichten. Schending (pre)contractuele informatieplichten. Schending waarheids- en volledigheidsplicht. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11853513 \ CV EXPL 25-3027 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van [eiser] , H.O.D.N. [naam] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V., tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 5 augustus 2025 - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] heeft in december 2022 via het e-mailsysteem van Marktplaats contact opgenomen met [eiser] voor het verplaatsen van stopcontacten. [eiser] heeft [gedaagde] daarvoor een offerte van 20 januari 2023 gestuurd met de prijs € 400,00 inclusief btw. 2.2. Op 21 januari 2023 hebben partijen bij [gedaagde] thuis een prijs van € 450,00 voor werkzaamheden inclusief btw en materialen afgesproken. 2.3. [eiser] heeft op 25 januari 2023 werkzaamheden verricht. 2.4. [eiser] heeft [gedaagde] een factuur van 25 januari 2023 gestuurd van € 331,63 exclusief btw (€ 401,27 inclusief btw) voor materialen en werkzaamheden. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 544,50, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] haar betalingsverplichting niet nakomt. Volgens [eiser] hebben partijen een totaalprijs van € 544,50 afgesproken en heeft [gedaagde] dat bedrag ondanks verschillende betaalverzoeken niet betaald. Zij moet daarom ook de buitengerechtelijke incassokosten van € 81,68, de wettelijke rente vanaf 1 maart 2023 en de proceskosten betalen. 3.3. [gedaagde] voert verweer. [eiser] heeft geen recht op volledige betaling, omdat hij het werk niet heeft afgemaakt en tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. [eiser] heeft ondeugdelijk en onveilig werk verricht. Door de gebrekkige uitvoering heeft [eiser] derden moeten inschakelen met extra kosten tot gevolg. [gedaagde] voert ook verweer tegen de factuur. [gedaagde] is uit coulance bereid maximaal € 100,00 voor de wel verrichte werkzaamheden te betalen. [gedaagde] voert verder aan dat ze geen inhoudelijke reactie op haar verweer heeft ontvangen van de gemachtigde van [eiser] . Ze dacht dat de zaak was afgerond totdat ze 2,5 jaar later onverwacht de dagvaarding ontving. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Deze zaak gaat om de vraag of [gedaagde] € 544,50 met rente en kosten aan [eiser] moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] € 60,00 aan [eiser] moet betalen en legt hierna uit waarom. De overeenkomst 4.2. Het staat vast dat partijen een overeenkomst met elkaar hebben gesloten. Deze is op 21 januari 2023 tot stand gekomen, omdat partijen het toen eens zijn geworden over de prijs van € 450,00 voor de te verrichten werkzaamheden. [eiser] heeft op 21 januari 2023 aan [gedaagde] geappt: “ fornuis groep+ vaatwasser groepen+ 2 stopcontacten verplaatsen” kost € 450,00 inclusief alle materialen en exclusief btw en “ Zonder de vaatwasser groep € 400 exclusief btw” . [gedaagde] heeft gereageerd: “ Doe maar inclusief de groepen ”. Daarmee heeft [gedaagde] het aanbod van [eiser] om een fornuisgroep en vaatwassergroepen aan te leggen en twee stopcontacten te verplaatsen voor € 450,00 exclusief btw en inclusief materialen, aanvaard. 4.3. [eiser] handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en [gedaagde] is een consument. De overeenkomst tussen partijen is via whatsapp tot stand gekomen (kennelijk na een huisbezoek), zodat sprake is van een overeenkomst op afstand buiten verkoopruimte. Ambtshalve toetsing van de wettelijke informatieplichten 4.4. Bij het sluiten van een overeenkomst tussen een handelaar en een consument moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. 4.5. [eiser] heeft niet gesteld en onderbouwd dat hij heeft voldaan aan de op hem rustende precontractuele informatieplichten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat aan [gedaagde] op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. De whatsapp van 23 januari 2023 is niet voldoende duidelijk. 4.6. [eiser] heeft ook niet gesteld op welke wijze hij heeft voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW. Hij heeft na het akkoord van [gedaagde] geen opdrachtbevestiging gestuurd, maar alleen de emoticon ‘duimpje omhoog’. [eiser] heeft een factuur van 25 januari 2023 overgelegd. Dit stuk voldoet niet. De factuur gaat namelijk uit van een andere - lagere - prijs. En daarin ontbreekt informatie over de voornaamste kenmerken van de zaken of de diensten, de termijn van levering of dienstverlening, het ontbindingsrecht en de opzeggingsvoorwaarden. 4.7. De kantonrechter oordeelt daarom dat [eiser] niet aan de (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan en zal daarvoor een sanctie van 40% toepassen. [eiser] heeft zijn vordering onvoldoende onderbouwd 4.8. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat [gedaagde] € 544,50 verschuldigd is en legt hierna uit waarom. 4.9. [eiser] vordert betaling van de afgesproken prijs van € 450,00 exclusief btw, maar onderbouwt de vordering met de factuur van € 331,63 exclusief btw zonder het verschil toe te lichten en de kosten te onderbouwen. Dat had hij wel moeten doen, gelet op het verweer van [gedaagde] . Omdat hij dat niet heeft gedaan, is zijn vordering van het hogere bedrag onbegrijpelijk. 4.10. [eiser] stelt dat de opdracht bestond uit het plaatsen van twee stopcontacten boven de keuken, Perilex en vaatwassergroep, en een stopcontact voor de afzuigkap, alle vijf op dezelfde wand voor € 450 exclusief btw. In de repliek stelt [eiser] dat het extra werkzaamheden betrof en benoemt hij dat [gedaagde] tijdens het project verschillende keren van plan is veranderd en extra werk heeft gevraagd. Het is de kantonrechter niet duidelijk wat [eiser] nu vordert: de op 23 januari overeengekomen prijs en/of de kosten van meerwerk. Dat blijkt ook niet uit de factuur. [eiser] verwijst naar de eerdere offerte van december 2022, maar die zegt in principe niets over de huidige overeenkomst van 23 januari 2023. 4.11. [eiser] baseert de vordering in de dagvaarding op nakoming van de betalingsverplichting van [gedaagde] . De kantonrechter leidt uit de dagvaarding af dat volgens [eiser] 80% van het werk is afgerond. [eiser] vordert wel de volledige afgesproken prijs. Hij stelt dat het aan [gedaagde] te wijten is dat het werk niet is afgemaakt. Volgens [eiser] kon de montage niet plaatsvinden omdat [gedaagde] de keukenwand had verwijderd en daardoor gewacht moest worden tot de tegelzetter klaar was maar annuleerde zij de opdracht kort daarna, nog voordat het werk kon worden afgerond. Maar [eiser] licht hierbij niet toe waarom [gedaagde] dan toch de volledige prijs zou moeten betalen. In geval van opzegging geldt een andere maatstaf.