Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-18
ECLI:NL:RBNHO:2026:2985
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
3,175 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:2985 text/xml public 2026-04-07T10:52:19 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-18 11238223 \ CV EXPL 24-5419 Uitspraak Verstek NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2985 text/html public 2026-04-07T10:51:46 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:2985 Rechtbank Noord-Holland , 18-03-2026 / 11238223 \ CV EXPL 24-5419 Ambtshalve toetsing. Verstek. Tussenvonnis. Gelegenheid uitlating gehanteerde bestelknop. Beding in de algemene voorwaarden dat ontbinding regelt vooralsnog oneerlijk bevonden, evenals het beding over schade aan de leaseauto. Overige toepasselijke bedingen niet oneerlijk. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11238223 \ CV EXPL 24-5419 Uitspraakdatum: 18 maart 2026 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: Arval B.V. , rechtsopvolgster van Terberg Business Lease Group B.V. , onder meer handelend onder de naam Justlease te Nieuwegein de eisende partij gemachtigde: [gemachtigde] tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1 De procedure 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2 De beoordeling 2.1. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 3.546,66, aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten 2.2. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Ambtshalve toetsing van informatieplichten: de bestelknop 2.3. Artikel 6:230v lid 3 BW bevat een bijzondere verplichting voor overeenkomsten die op elektronische wijze worden gesloten, zoals de onderhavige overeenkomst. Deze verplichting houdt in dat de handelaar het elektronische bestelproces zo moet inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Indien de overeenkomst wordt aanvaard door gebruik van een knop of soortgelijke functie, moet die knop of soortgelijke functie worden uitgerust met een goed leesbare, ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt. 2.4. Om te beoordelen of de handelaar aan deze verplichting heeft voldaan, moet alleen rekening worden gehouden met de woorden op de bestelknop (of soortgelijke functie) waarmee de consument het bestelproces afrondt. Er mag geen acht worden geslagen op de verdere omstandigheden van het bestelproces. 2.5. Uit de toelichting en stukken blijkt dat op de bestelknop die de eisende partij hanteert, “tekenen” staat. Daarmee is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter geen duidelijke mededeling gedaan dat de consument met het aanklikken van die knop een betalingsverplichting aangaat. Er is dan ook niet voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. 2.6. De kantonrechter is voornemens om voor deze schending een sanctie op te leggen. Voor zij daartoe overgaat zal de eisende partij in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over dit voornemen en de gehanteerde bestelknop. Ambtshalve toetsing van de overige precontractuele informatieplichten 2.7. De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de overige precontractuele informatieplichten. Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht 2.8. De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de contractuele informatieplicht. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.9. De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). 2.10. Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard: ‘Algemene Voorwaarden Thuiswinkel Waarborg’ van 1 juni 2014 (hierna: de Thuiswinkelvoorwaarden), de ‘Algemene voorwaarden Keurmerk Private Lease’ van 1 december 2017 (hierna: de Keurmerkvoorwaarden) en de ‘Aanvullende algemene voorwaarden Terberg Leasing B.V. (JustLease)’ van 1 februari 2018 (hierna: de aanvullende algemene voorwaarden), 2.11. Het beding uit de Thuiswinkelvoorwaarden dat verband houdt met de vordering, te weten artikel 15 lid 4, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. 2.12. Artikel 22 van de Keurmerkvoorwaarden luidt als volgt: ‘Wat kan er verder gebeuren als het termijnbedrag of andere bedragen niet tijdig betaald worden? De leasemaatschappij kan de overeenkomst dan ontbinden. Dan moet u naast de openstaande bedragen ook een ontbindingsvergoeding betalen. Die is gelijk aan de opzeggingsvergoeding in artikel 47 eventueel vermeerderd met de vertragingsrente en incassokosten voor zover deze zijn aangezegd. In de Aanvullende Voorwaarden kan echter een afwijkende regeling zijn opgenomen, die voorziet in een lagere ontbindingsvergoeding. Om de leaseovereenkomst wegens niet-betaling te kunnen ontbinden, moet de leasemaatschappij u eerst een aangetekende brief sturen, met een kopie per gewone brief of per e-mail. In die brief moet de leasemaatschappij u in de gelegenheid stellen alsnog binnen 14 dagen te betalen, onder mededeling dat zij anders de leaseovereenkomst mag ontbinden en dat u dan de hiervoor genoemde vergoeding verschuldigd wordt. Indien op het moment waarop die termijn afloopt, de leaseovereenkomst kan worden opgezegd, moet de leasemaatschappij u wijzen op de regeling van opzegging van artikel 46.’ 2.13. Het beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling want daarin is bepaald dat een tekortkoming ontbinding ook moet rechtvaardigen. Daar zit een bepaalde redelijkheidstoets in, die het beding niet kent. In tegendeel, op grond van het beding kan eisende partij bij het onbetaald laten van een leasetermijn of andere bedragen direct tot ontbinding overgaan en een ontbindingsvergoeding in rekening brengen, ook als zo’n ontbinding met haar gevolgen, gelet op de geringe aard van de tekortkoming, niet gerechtvaardigd zou zijn. Weliswaar staat in artikel 50 van de AV Keurmerk dat eisende partij gebruik kan maken van de wettelijke ontbindingsmogelijkheden, maar in het beding is niet opgenomen dat ook gebruik moet worden gemaakt van de wettelijke vereisten in het kader van ontbinding. Daarom is het beding vooralsnog oneerlijk. 2.14. De kantonrechter is daarom voornemens om het beding te vernietigen. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat een eventuele vernietiging van het beding ook tot gevolg zal hebben dat de gevorderde opzeggingsvergoeding niet toewijsbaar is. De verschuldigdheid van deze vergoeding is in de Keurmerkvoorwaarden immers aan dit beding gekoppeld.
Volledig
De eisende partij zal in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over dit voornemen en de gevolgen daarvan voor (de hoogte) van de vordering. 2.15. Artikel 62 van de Keurmerkvoorwaarden luidt als volgt: ‘ Ben ik aansprakelijk voor bij inname van het voertuig geconstateerde schade, verontreiniging of ontbrekende toebehoren en documenten? (…) Als de schade niet is gemeld, beoordeelt de leasemaatschappij of deze volgens haar voor uw rekening komt. Daarbij hanteert ze de maatstaven zoals vermeld in de richtlijnen voor inname van de leasemaatschappij (hierna te noemen: Innameprotocol). In het Innameprotocol is namelijk een omschrijving opgenomen van de bij de inname van voertuigen meest geconstateerde schades en verontreinigingen. Daarbij is telkens vermeld in hoeverre dergelijke schade voor uw rekening komt. Staat de schade niet vermeld in het Innameprotocol, dan hanteert de leasemaatschappij onderstaande maatstaven. Verontreinigingen en schades die niet zijn omschreven in dit Innameprotocol komen voor uw rekening als die bij zorgvuldig gebruik van het voertuig naar redelijkheid niet als normaal zijn te beschouwen. Daarbij wordt rekening gehouden met de tijdsduur waarin u binnen de leaseperiode het voertuig in gebruik hebt gehad en het aantal kilometers dat er in de leaseperiode mee is gereden. U bent verder volledig aansprakelijk voor de kosten van vervanging van niet ingeleverde toebehoren, onderdelen en documenten.’ 2.16. In dit beding staat dat verontreinigingen en schades die niet zijn omschreven in het Innameprotocol voor rekening van de consument komen als deze bij zorgvuldig gebruik van het voertuig naar redelijkheid niet als normaal zijn te beschouwen. De eisende partij heeft niet toegelicht hoe deze vage criteria (‘naar redelijkheid’, ‘normaal’) worden ingevuld. Bovendien heeft de eisende partij het Innameprotocol niet overgelegd. De eisende partij heeft evenmin gesteld of het Innameprotocol na de totstandkoming van de overeenkomst aan de gedaagde partij is verstrekt. 2.17. Het beding is daarmee niet duidelijk en begrijpelijk opgesteld, zoals vereist op grond van artikel 5 van de richtlijn. Het gevolg daarvan is dat de gedaagde partij niet op voorhand in staat is gesteld om op basis van duidelijke en begrijpelijke criteria de economische gevolgen te voorzien die voor haar uit dit beding voortvloeien. Gelet hierop wordt het beding vooralsnog als oneerlijk aangemerkt. 2.18. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om bij akte toe te lichten of en hoe het Innameprotocol aan de gedaagde partij is verstrekt, alsnog het Innameprotocol over te leggen en toe te lichten welke soorten schade uit dat protocol in dit geval aan de auto zijn geconstateerd. 2.19. De overige bedingen uit de Keurmerkvoorwaarden die verband houden met de vordering, te weten de artikelen 14, 15 en 21, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. 2.20. De kantonrechter heeft geconstateerd dat in de aanvullende algemene voorwaarden (verder) geen bedingen staan die verband houden met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter deze bedingen niet toetsen op (on)eerlijkheid. Conclusie 2.21. De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voornemen om een sanctie op te leggen vanwege de bestelknop en de gehanteerde bestelknop, over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van de hiervoor genoemde bedingen en om toe te lichten of en hoe het Innameprotocol aan de gedaagde partij is verstrekt, alsnog het Innameprotocol over te leggen en toe te lichten welke soorten schade uit dat protocol in dit geval aan de auto zijn geconstateerd. 2.22. Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht. 2.23. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. verwijst de zaak naar de rol van 15 april 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen; 3.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677. HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269 (Fuhrmann), punt 28. HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).