Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-11
ECLI:NL:RBNHO:2026:2589
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
721 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2026:2589 text/xml public 2026-03-24T08:35:06 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-11 10945157 \ CV EXPL 24-1277 Uitspraak Verstek NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2589 text/html public 2026-03-24T08:34:36 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:2589 Rechtbank Noord-Holland , 11-03-2026 / 10945157 \ CV EXPL 24-1277 Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis. Oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden worden vernietigd. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10945157 \ CV EXPL 24-1277 Uitspraakdatum: 11 maart 2026 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: Huurmij B.V. , handelende onder de naam Supershortlease te Haarlem de eisende partij gemachtigde: ACCS Gerechtsdeurwaarders B.V. tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1 De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 22 oktober 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van twee incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft niet gereageerd. 2 De verdere beoordeling 2.1. De eisende partij heeft niet gereageerd. De kantonrechter ziet geen reden om anders over de oneerlijkheid van artikel 6 van de algemene voorwaarden en artikel 7 lid 4 van de BOVAG-voorwaarden te denken en vernietigt daarom deze bedingen. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. 2.2. Gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen is een bedrag van € 3.102,10 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 3.877,63 x 0.8). 2.3. De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding. 2.4. De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.102,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 5 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.2. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 113,48; griffierecht € 496,00; salaris gemachtigde € 253,00; 3.3. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter