Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-01-14
ECLI:NL:RBNHO:2026:2395
Civiel recht
Tussenuitspraak
8,060 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:2395 text/xml public 2026-05-15T12:22:24 2026-03-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-14 11635673 Uitspraak Tussenuitspraak NL Alkmaar Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2395 text/html public 2026-05-15T12:18:02 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:2395 Rechtbank Noord-Holland , 14-01-2026 / 11635673 Eiser heeft tijdens zijn werk voor gedaagde letsel opgelopen als gevolg van een arbeidsongeval. Eiser stelt gedaagde op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor zijn schade. De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde aansprakelijk is voor de schade van eiser. De kantonrechter wijst een tussenvonnis en stelt eiser in de gelegenheid een akte te nemen om zijn schade te onderbouwen. De kantonrechter ziet daarbij aanleiding om gedaagde te veroordelen om - in afwachting van het verloop van de verdere procedure - een voorschot van € 5.000,- aan eiser te betalen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11635673 \ CV EXPL 25-1241 Vonnis van 14 januari 2026 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. E.M. de Ruiter, tegen AANNEMERSBEDRIJF [de B.V.] B.V. , te Den Helder, gedaagde partij, hierna te noemen: [de B.V.] , gemachtigde: mr. L.C. Dufour. De zaak in het kort [eiser] heeft tijdens zijn werk voor [de B.V.] letsel opgelopen als gevolg van een arbeidsongeval. [eiser] stelt [de B.V.] op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor zijn schade. De kantonrechter is van oordeel dat [de B.V.] aansprakelijk is voor de schade van [eiser] . De kantonrechter wijst een tussenvonnis en stelt [eiser] in de gelegenheid een akte te nemen om zijn schade te onderbouwen. De kantonrechter ziet daarbij aanleiding om [de B.V.] te veroordelen om - in afwachting van het verloop van de verdere procedure - een voorschot van € 5.000,- aan [eiser] te betalen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 25 maart 2025, met producties 1 tot en met 13; - de conclusie van antwoord; - het tussenvonnis van 2 juli 2025; - het bericht van de advocaat van [de B.V.] met een aanvullende productie; - de mondelinge behandeling van 4 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Door mr. [eiser] zijn spreekaantekeningen overgelegd. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Op 26 juni 2017 is [eiser] gewond geraakt tijdens zijn werkzaamheden voor [de B.V.] . [eiser] verrichte samen met collega’s werkzaamheden op een bouwplaats. Bij het omhoog hijsen van een dakpaneel is het dakpaneel losgeraakt en omlaag gevallen. Het vallende dakpaneel heeft [eiser] geraakt. Als gevolg hiervan heeft [eiser] letsel opgelopen, waaronder breuken in zijn middenvoetsbeentjes en een scheur in zijn bekken. 2.2. [eiser] is op 27 juni 2016 in dienst getreden bij [de B.V.] . Zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd liep op 28 juli 2017 af. [eiser] is in verband met een verminderd arbeidsvermogen door mentale beperkingen via bemiddeling van het UWV bij [de B.V.] in dienst gekomen. 2.3. Bij brief van 2 juli 2017 heeft [eiser] [de B.V.] aansprakelijk gesteld voor het ongeval en de door hem geleden schade. 2.4. Door EMN is in opdracht van [de B.V.] een aansprakelijkheidsonderzoek uitgevoerd. Van het onderzoek is een rapport opgemaakt dat op 2 februari 2018 beschikbaar was. In het rapport zijn verklaringen opgenomen van enkele getuigen: de heer [getuige 1] , de heer [getuige 2] , de heer [getuige 3] en de heer [getuige 4] . Ook is een verklaring van een politiemedewerker opgenomen. De heer [getuige 1] heeft onder meer verklaard: “Ik zag de prefab plaat half in de takels hangen en nog half op de grond staan. Er ging iets niet goed, je zag ook dat de mannen een beetje onrustig waren. De plaat werd verder omhoog gehesen en het kraakte enorm. Op een gegeven moment sprong een van de mannen op de dakplaat die in de takel hing. Er zat iets niet goed bij de verbinding tussen de takel en de plaat denk ik. Op het moment dat hij in de takel of tegen de plaat sprong was het ‘pats’. In een fractie van een seconde klapte het geheel op straat met die knul eronder”. De heer [getuige 2] heeft onder meer verklaard: “Op de genoemde datum waren wij met 4 timmerlieden en 1 kraanmachinist […] op deze bouwlocatie. Die dag gingen we dakpanelen plaatsen. […] Ik was met [eiser] ( [eiser] ) beneden om de platen aan te pikken en om met de kraanmachinist te communiceren. […] We gingen het een na laatste element hijsen. […] Het aanhaken en hijsen ging de hele tijd prima, wel moest ik [eiser] continu sturen, dat hij aan de kant moest gaan, te dichtbij stond, dat soort zaken. [eiser] heeft dat altijd al gehad, hij ziet geen gevaar. Ik dorst hem niet alleen dingen te laten doen. Nadat ik de machinist had aangegeven dat hij kon hijsen. Toen de plaat omhoog ging hoorde ik wat kraken. Ik brulde tegen [eiser] dat hij weg moest gaan. Ik nam afstand en had op dat moment geen direct zicht op [eiser] of het paneel. Ik heb niet gezien wat [eiser] deed maar kort erop, enkele seconde later, viel het paneel uit de kraan en zag ik [eiser] eronder liggen. De heer [getuige 4] heeft onder meer verklaard: “Het werk bestond uit het plaatsen van prefab dek elementen. […] [eiser] en [getuige 2] ( [getuige 2] ) haakten de dakpanelen aan waarna deze omhoog gehesen werden en [getuige 3] ( [getuige 3] ) en ik deze monteerden. De klus ging lekker en we schoten goed op. Bij het hijsen van het laatste element voor die zijde van het dak ging het mis. Ik hoorde een hoop lawaai en keek naar beneden wat er aan de hand was. Ik hoorde [getuige 2] heel luid roepen ‘Wat doe je?’ en ik zag [eiser] in het dak element springen. Het element is daardoor gaan kantelen waardoor de schroeven waaraan werd gehesen zijn gebroken. […]” 2.5. Bij brief van 5 maart 2018 heeft [de B.V.] de aansprakelijkheid afgewezen. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: voor recht verklaart dat [de B.V.] aansprakelijk is voor alle door [eiser] geleden en nog te lijden schade; [de B.V.] veroordeelt om aan [eiser] alle door hem geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente; [de B.V.] veroordeelt tot betaling van een voorschot aan [eiser] ; [de B.V.] veroordeelt in de proceskosten, inclusief de nakosten. 3.2. [eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [eiser] stelt dat hij letsel heeft opgelopen tijdens het uitvoeren van werkzaamheden voor [de B.V.] . Artikel 7:658 BW legt een zware zorgplicht op de werkgever om te voorzien in een veilige werkomgeving en om toe te zien op de naleving van veiligheidsinstructies en procedures. [de B.V.] heeft niet aan deze zorgplicht voldaan en dient de schade die [eiser] lijdt en zal lijden als gevolg van het opgelopen letsel te vergoeden. 3.3. [de B.V.] voert verweer en voert het volgende aan. [de B.V.] voert aan dat zij haar zorgplicht uit hoofde van artikel 7:658 BW is nagekomen. Het is niet de bedoeling van artikel 7:658 BW om een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het in artikel 7:658 BW bedoelde gevaar. De bedoeling van het artikel is om werknemers in zoverre tegen dit gevaar te beschermen als redelijkerwijs in verband met de arbeid van de werkgever gevergd kan worden. [de B.V.] heeft ervoor gezorgd dat [eiser] onder begeleiding en directe instructie van een collega werkte. [de B.V.] hoefde niet te verwachten dat [eiser] naar de vallende last toe zou bewegen, in plaats van daarvandaan zoals hem was geïnstrueerd. Er waren geen veiligheidsmaatregelen die het handelen van [eiser] hadden kunnen voorkomen. Dit betekent dat [de B.V.] de maatregelen heeft genomen die in redelijkheid van haar konden worden gevergd en dat zij niet aansprakelijk is voor de schade van [eiser] . 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Juridisch kader 4.1.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:2395 text/xml public 2026-05-15T12:22:24 2026-03-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-14 11635673 Uitspraak Tussenuitspraak NL Alkmaar Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2395 text/html public 2026-05-15T12:18:02 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:2395 Rechtbank Noord-Holland , 14-01-2026 / 11635673 Eiser heeft tijdens zijn werk voor gedaagde letsel opgelopen als gevolg van een arbeidsongeval. Eiser stelt gedaagde op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor zijn schade. De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde aansprakelijk is voor de schade van eiser. De kantonrechter wijst een tussenvonnis en stelt eiser in de gelegenheid een akte te nemen om zijn schade te onderbouwen. De kantonrechter ziet daarbij aanleiding om gedaagde te veroordelen om - in afwachting van het verloop van de verdere procedure - een voorschot van € 5.000,- aan eiser te betalen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11635673 \ CV EXPL 25-1241 Vonnis van 14 januari 2026 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. E.M. de Ruiter, tegen AANNEMERSBEDRIJF [de B.V.] B.V. , te Den Helder, gedaagde partij, hierna te noemen: [de B.V.] , gemachtigde: mr. L.C. Dufour. De zaak in het kort [eiser] heeft tijdens zijn werk voor [de B.V.] letsel opgelopen als gevolg van een arbeidsongeval. [eiser] stelt [de B.V.] op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor zijn schade. De kantonrechter is van oordeel dat [de B.V.] aansprakelijk is voor de schade van [eiser] . De kantonrechter wijst een tussenvonnis en stelt [eiser] in de gelegenheid een akte te nemen om zijn schade te onderbouwen. De kantonrechter ziet daarbij aanleiding om [de B.V.] te veroordelen om - in afwachting van het verloop van de verdere procedure - een voorschot van € 5.000,- aan [eiser] te betalen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 25 maart 2025, met producties 1 tot en met 13; - de conclusie van antwoord; - het tussenvonnis van 2 juli 2025; - het bericht van de advocaat van [de B.V.] met een aanvullende productie; - de mondelinge behandeling van 4 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Door mr. [eiser] zijn spreekaantekeningen overgelegd. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Op 26 juni 2017 is [eiser] gewond geraakt tijdens zijn werkzaamheden voor [de B.V.] . [eiser] verrichte samen met collega’s werkzaamheden op een bouwplaats. Bij het omhoog hijsen van een dakpaneel is het dakpaneel losgeraakt en omlaag gevallen. Het vallende dakpaneel heeft [eiser] geraakt. Als gevolg hiervan heeft [eiser] letsel opgelopen, waaronder breuken in zijn middenvoetsbeentjes en een scheur in zijn bekken. 2.2. [eiser] is op 27 juni 2016 in dienst getreden bij [de B.V.] . Zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd liep op 28 juli 2017 af. [eiser] is in verband met een verminderd arbeidsvermogen door mentale beperkingen via bemiddeling van het UWV bij [de B.V.] in dienst gekomen. 2.3. Bij brief van 2 juli 2017 heeft [eiser] [de B.V.] aansprakelijk gesteld voor het ongeval en de door hem geleden schade. 2.4. Door EMN is in opdracht van [de B.V.] een aansprakelijkheidsonderzoek uitgevoerd. Van het onderzoek is een rapport opgemaakt dat op 2 februari 2018 beschikbaar was. In het rapport zijn verklaringen opgenomen van enkele getuigen: de heer [getuige 1] , de heer [getuige 2] , de heer [getuige 3] en de heer [getuige 4] . Ook is een verklaring van een politiemedewerker opgenomen. De heer [getuige 1] heeft onder meer verklaard: “Ik zag de prefab plaat half in de takels hangen en nog half op de grond staan. Er ging iets niet goed, je zag ook dat de mannen een beetje onrustig waren. De plaat werd verder omhoog gehesen en het kraakte enorm. Op een gegeven moment sprong een van de mannen op de dakplaat die in de takel hing. Er zat iets niet goed bij de verbinding tussen de takel en de plaat denk ik. Op het moment dat hij in de takel of tegen de plaat sprong was het ‘pats’. In een fractie van een seconde klapte het geheel op straat met die knul eronder”. De heer [getuige 2] heeft onder meer verklaard: “Op de genoemde datum waren wij met 4 timmerlieden en 1 kraanmachinist […] op deze bouwlocatie. Die dag gingen we dakpanelen plaatsen. […] Ik was met [eiser] ( [eiser] ) beneden om de platen aan te pikken en om met de kraanmachinist te communiceren. […] We gingen het een na laatste element hijsen. […] Het aanhaken en hijsen ging de hele tijd prima, wel moest ik [eiser] continu sturen, dat hij aan de kant moest gaan, te dichtbij stond, dat soort zaken. [eiser] heeft dat altijd al gehad, hij ziet geen gevaar. Ik dorst hem niet alleen dingen te laten doen. Nadat ik de machinist had aangegeven dat hij kon hijsen. Toen de plaat omhoog ging hoorde ik wat kraken. Ik brulde tegen [eiser] dat hij weg moest gaan. Ik nam afstand en had op dat moment geen direct zicht op [eiser] of het paneel. Ik heb niet gezien wat [eiser] deed maar kort erop, enkele seconde later, viel het paneel uit de kraan en zag ik [eiser] eronder liggen. De heer [getuige 4] heeft onder meer verklaard: “Het werk bestond uit het plaatsen van prefab dek elementen. […] [eiser] en [getuige 2] ( [getuige 2] ) haakten de dakpanelen aan waarna deze omhoog gehesen werden en [getuige 3] ( [getuige 3] ) en ik deze monteerden. De klus ging lekker en we schoten goed op. Bij het hijsen van het laatste element voor die zijde van het dak ging het mis. Ik hoorde een hoop lawaai en keek naar beneden wat er aan de hand was. Ik hoorde [getuige 2] heel luid roepen ‘Wat doe je?’ en ik zag [eiser] in het dak element springen. Het element is daardoor gaan kantelen waardoor de schroeven waaraan werd gehesen zijn gebroken. […]” 2.5. Bij brief van 5 maart 2018 heeft [de B.V.] de aansprakelijkheid afgewezen. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: voor recht verklaart dat [de B.V.] aansprakelijk is voor alle door [eiser] geleden en nog te lijden schade; [de B.V.] veroordeelt om aan [eiser] alle door hem geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente; [de B.V.] veroordeelt tot betaling van een voorschot aan [eiser] ; [de B.V.] veroordeelt in de proceskosten, inclusief de nakosten. 3.2. [eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [eiser] stelt dat hij letsel heeft opgelopen tijdens het uitvoeren van werkzaamheden voor [de B.V.] . Artikel 7:658 BW legt een zware zorgplicht op de werkgever om te voorzien in een veilige werkomgeving en om toe te zien op de naleving van veiligheidsinstructies en procedures. [de B.V.] heeft niet aan deze zorgplicht voldaan en dient de schade die [eiser] lijdt en zal lijden als gevolg van het opgelopen letsel te vergoeden. 3.3. [de B.V.] voert verweer en voert het volgende aan. [de B.V.] voert aan dat zij haar zorgplicht uit hoofde van artikel 7:658 BW is nagekomen. Het is niet de bedoeling van artikel 7:658 BW om een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het in artikel 7:658 BW bedoelde gevaar. De bedoeling van het artikel is om werknemers in zoverre tegen dit gevaar te beschermen als redelijkerwijs in verband met de arbeid van de werkgever gevergd kan worden. [de B.V.] heeft ervoor gezorgd dat [eiser] onder begeleiding en directe instructie van een collega werkte. [de B.V.] hoefde niet te verwachten dat [eiser] naar de vallende last toe zou bewegen, in plaats van daarvandaan zoals hem was geïnstrueerd. Er waren geen veiligheidsmaatregelen die het handelen van [eiser] hadden kunnen voorkomen. Dit betekent dat [de B.V.] de maatregelen heeft genomen die in redelijkheid van haar konden worden gevergd en dat zij niet aansprakelijk is voor de schade van [eiser] . 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Juridisch kader 4.1.
Volledig
[eiser] stelt [de B.V.] als werkgever aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW. Op grond van het bepaalde in artikel 7:658 lid 1 BW is de werkgever verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee de werknemer de arbeid moet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden, alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Uit het tweede lid van het artikel volgt dat een werkgever aansprakelijk is voor schade die de werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij de werkgever heeft voldaan aan de zorgplicht uit het eerste lid of de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. 4.2. Artikel 7:658 BW houdt een ruime zorgplicht in. Er wordt niet snel aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en dus niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade. Artikel 7:658 BW beoogt daarentegen ook geen absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen gevaar. Welke veiligheidsmaatregelen van de werkgever mogen worden verlangd en op welke wijze hij de werknemer moet instrueren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In de uitoefening van de werkzaamheden 4.3. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] en [de B.V.] het niet eens zijn over de toedracht van het ongeval. [de B.V.] verwijst naar het rapport van EMN, waaruit zou blijken dat [eiser] het ongeval heeft veroorzaakt door op of tegen het dakpaneel te springen. [eiser] betwist dat hij op of tegen het paneel gesprongen is. Ter zitting heeft hij verklaard dat het paneel juist naar hem toezwaaide, omdat het paneel eerst aan één kant losraakte. Naar het oordeel van de kantonrechter is het voldoende dat vast staat dat er tijdens het verrichten van werkzaamheden een dakpaneel naar beneden is gevallen en dat [eiser] daar onder terechtgekomen is. De precieze toedracht kan daarom in het midden blijven. [eiser] heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden letsel opgelopen en dit betekent dat [de B.V.] op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de schade van [eiser] , tenzij [de B.V.] aannemelijk kan maken dat zij alle voorzorgsmaatregelen heeft genomen die in redelijkheid van haar mochten worden verwacht. Zorgplicht 4.4. De kantonrechter stelt vast dat het werk dat [eiser] voor [de B.V.] verrichte op 26 juni 2017 gevaarlijk werk was. De zware dakpanelen werden met een hijskraan omhoog gehesen naar het dak. De gevaarlijke aard van het werk zou naar het oordeel van de kantonrechter met zich moeten brengen dat er zorg voor wordt gedragen dat er tijdens het hijsen van de panelen geen werknemers onder de panelen staan voor het geval er iets misgaat. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid bij deze gevaarlijke werkzaamheden lag niet alleen bij [eiser] als werknemer, maar in zwaardere mate met name ook bij zijn werkgever [de B.V.] . Op de dag van het ongeval werkte [eiser] onder begeleiding van de heer [getuige 2] . [getuige 2] hield namens [de B.V.] toezicht op de werkzaamheden van [eiser] en gaf [eiser] instructies. De verantwoordelijkheid van [de B.V.] voor de veiligheid van [eiser] werd die dag dus uitgevoerd door [getuige 2] , zodat [getuige 2] zich ervan had moeten vergewissen dat [eiser] zich aan de veiligheidsinstructies hield. 4.5. Tussen partijen is daarbij niet in geschil dat [eiser] zich soms onvoorzichtig en onstuimig gedroeg, dat men hem goed in de gaten moest houden en dat hij geen werkzaamheden alleen kon doen. Dit wordt door [getuige 2] zelf ook bevestigd in zijn verklaring die is opgenomen in het rapport van EMN. 4.6. Uit de verklaring van [getuige 2] in het EMN rapport blijkt voorts dat hij tijdens het hijsen van het dakpaneel geen zicht had op [eiser] : “ Toen de plaat omhoog ging hoorde ik wat kraken. Ik brulde tegen [eiser] dat hij weg moest gaan. Ik nam afstand en had op dat moment geen direct zicht op [eiser] of het paneel. Ik heb niet gezien wat [eiser] deed maar kort erop, enkele seconde later, viel het paneel uit de kraan en zag ik [eiser] eronder liggen.”. De kantonrechter leidt hieruit af dat [getuige 2] zijn toezichthoudende taak daarmee heeft verzaakt. Juist bij een werknemer als [eiser] , waarvan bij zowel [de B.V.] als [getuige 2] bekend was dat extra toezicht en instructie noodzakelijk was, had [de B.V.] - in de persoon van [getuige 2] - meer moeten doen om zich ervan te vergewissen dat [eiser] zich aan de veiligheidsinstructies hield door voldoende afstand te nemen en te houden. 4.7. De kantonrechter is van oordeel dat [de B.V.] niet aan haar zorgplicht heeft voldaan. Dit betekent dat [de B.V.] aansprakelijk is voor de schade van [eiser] , tenzij er aan de zijde van [eiser] sprake was van bewuste roekeloosheid. Bewuste roekeloosheid 4.8. Van bewuste roekeloosheid is alleen sprake als de werknemer – in dit geval [eiser] – zich onmiddellijk voorafgaand aan de schade toebrengende gebeurtenis daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedrag. Het het feit dat [eiser] na de geschreeuwde waarschuwing niet op tijd voldoende afstand heeft genomen of heeft kunnen nemen is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is geweest van bewust roekeloos gedrag. Of [eiser] op of tegen het paneel is gesprongen – [eiser] betwist dit uitdrukkelijk – kan daarbij in het midden blijven, omdat daarmee onvoldoende zou zijn onderbouwd dat hij zich daarbij daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedrag. Aansprakelijkheid 4.9. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] schade opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden, heeft [de B.V.] haar zorgplicht jegens [eiser] geschonden en is er geen sprake van bewuste roekeloosheid aan de zijde van [eiser] . Dit betekent dat [de B.V.] aansprakelijk is voor de door [eiser] als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden schade. Schade(staat) 4.10. [de B.V.] vordert dat de zaak wordt verwezen naar de schadestaat. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Het ongeval heeft ruim acht jaar geleden plaatsgevonden en er is sprake van een medische eindtoestand. Dit betekent dat [eiser] in staat moet zijn om zijn schade inzichtelijk te maken. De kantonrechter zal [eiser] de gelegenheid geven een akte te nemen om zijn schade te onderbouwen. Voor het nemen van deze akte krijgt [eiser] een termijn van vier weken. Voorschot 4.11. [eiser] verzoekt de kantonrechter om [de B.V.] te veroordelen tot het betalen van een voorschot. Dat [de B.V.] aansprakelijk is voor de schade van [eiser] staat voor de kantonrechter vast. Daarbij staat ook vast dat [eiser] schade heeft geleden, alleen de omvang van de schade is nog onbekend. In ieder geval zal [eiser] recht hebben op een vergoeding voor de geleden pijn en het ervaren ongemak, waarbij rekening moet worden gehouden met het gegeven dat [eiser] ook nu nog vaak pijn ervaart. Verder heeft [eiser] verklaart dat hij als gevolg van het opgelopen letsel een aantal hobby’s niet meer kan uitoefenen, zoals windsurfen en bergbeklimmen. De kantonrechter zal [de B.V.] gelet op deze overwegingen veroordelen om in afwachting van de verdere procedure een voorschot van € 5.000,- aan [eiser] te betalen. 4.12. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 11 februari 2026 voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 4.10, 5.2. veroordeelt [de B.V.] om aan [eiser] een voorschot op de schade van € 5.000,- te betalen en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad, 5.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid, rechter, bijgestaan door de griffier mr. M. Bouwen en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.
Volledig
[eiser] stelt [de B.V.] als werkgever aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW. Op grond van het bepaalde in artikel 7:658 lid 1 BW is de werkgever verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee de werknemer de arbeid moet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden, alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Uit het tweede lid van het artikel volgt dat een werkgever aansprakelijk is voor schade die de werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij de werkgever heeft voldaan aan de zorgplicht uit het eerste lid of de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. 4.2. Artikel 7:658 BW houdt een ruime zorgplicht in. Er wordt niet snel aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en dus niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade. Artikel 7:658 BW beoogt daarentegen ook geen absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen gevaar. Welke veiligheidsmaatregelen van de werkgever mogen worden verlangd en op welke wijze hij de werknemer moet instrueren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In de uitoefening van de werkzaamheden 4.3. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] en [de B.V.] het niet eens zijn over de toedracht van het ongeval. [de B.V.] verwijst naar het rapport van EMN, waaruit zou blijken dat [eiser] het ongeval heeft veroorzaakt door op of tegen het dakpaneel te springen. [eiser] betwist dat hij op of tegen het paneel gesprongen is. Ter zitting heeft hij verklaard dat het paneel juist naar hem toezwaaide, omdat het paneel eerst aan één kant losraakte. Naar het oordeel van de kantonrechter is het voldoende dat vast staat dat er tijdens het verrichten van werkzaamheden een dakpaneel naar beneden is gevallen en dat [eiser] daar onder terechtgekomen is. De precieze toedracht kan daarom in het midden blijven. [eiser] heeft in de uitoefening van zijn werkzaamheden letsel opgelopen en dit betekent dat [de B.V.] op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de schade van [eiser] , tenzij [de B.V.] aannemelijk kan maken dat zij alle voorzorgsmaatregelen heeft genomen die in redelijkheid van haar mochten worden verwacht. Zorgplicht 4.4. De kantonrechter stelt vast dat het werk dat [eiser] voor [de B.V.] verrichte op 26 juni 2017 gevaarlijk werk was. De zware dakpanelen werden met een hijskraan omhoog gehesen naar het dak. De gevaarlijke aard van het werk zou naar het oordeel van de kantonrechter met zich moeten brengen dat er zorg voor wordt gedragen dat er tijdens het hijsen van de panelen geen werknemers onder de panelen staan voor het geval er iets misgaat. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid bij deze gevaarlijke werkzaamheden lag niet alleen bij [eiser] als werknemer, maar in zwaardere mate met name ook bij zijn werkgever [de B.V.] . Op de dag van het ongeval werkte [eiser] onder begeleiding van de heer [getuige 2] . [getuige 2] hield namens [de B.V.] toezicht op de werkzaamheden van [eiser] en gaf [eiser] instructies. De verantwoordelijkheid van [de B.V.] voor de veiligheid van [eiser] werd die dag dus uitgevoerd door [getuige 2] , zodat [getuige 2] zich ervan had moeten vergewissen dat [eiser] zich aan de veiligheidsinstructies hield. 4.5. Tussen partijen is daarbij niet in geschil dat [eiser] zich soms onvoorzichtig en onstuimig gedroeg, dat men hem goed in de gaten moest houden en dat hij geen werkzaamheden alleen kon doen. Dit wordt door [getuige 2] zelf ook bevestigd in zijn verklaring die is opgenomen in het rapport van EMN. 4.6. Uit de verklaring van [getuige 2] in het EMN rapport blijkt voorts dat hij tijdens het hijsen van het dakpaneel geen zicht had op [eiser] : “ Toen de plaat omhoog ging hoorde ik wat kraken. Ik brulde tegen [eiser] dat hij weg moest gaan. Ik nam afstand en had op dat moment geen direct zicht op [eiser] of het paneel. Ik heb niet gezien wat [eiser] deed maar kort erop, enkele seconde later, viel het paneel uit de kraan en zag ik [eiser] eronder liggen.”. De kantonrechter leidt hieruit af dat [getuige 2] zijn toezichthoudende taak daarmee heeft verzaakt. Juist bij een werknemer als [eiser] , waarvan bij zowel [de B.V.] als [getuige 2] bekend was dat extra toezicht en instructie noodzakelijk was, had [de B.V.] - in de persoon van [getuige 2] - meer moeten doen om zich ervan te vergewissen dat [eiser] zich aan de veiligheidsinstructies hield door voldoende afstand te nemen en te houden. 4.7. De kantonrechter is van oordeel dat [de B.V.] niet aan haar zorgplicht heeft voldaan. Dit betekent dat [de B.V.] aansprakelijk is voor de schade van [eiser] , tenzij er aan de zijde van [eiser] sprake was van bewuste roekeloosheid. Bewuste roekeloosheid 4.8. Van bewuste roekeloosheid is alleen sprake als de werknemer – in dit geval [eiser] – zich onmiddellijk voorafgaand aan de schade toebrengende gebeurtenis daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedrag. Het het feit dat [eiser] na de geschreeuwde waarschuwing niet op tijd voldoende afstand heeft genomen of heeft kunnen nemen is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is geweest van bewust roekeloos gedrag. Of [eiser] op of tegen het paneel is gesprongen – [eiser] betwist dit uitdrukkelijk – kan daarbij in het midden blijven, omdat daarmee onvoldoende zou zijn onderbouwd dat hij zich daarbij daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedrag. Aansprakelijkheid 4.9. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] schade opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden, heeft [de B.V.] haar zorgplicht jegens [eiser] geschonden en is er geen sprake van bewuste roekeloosheid aan de zijde van [eiser] . Dit betekent dat [de B.V.] aansprakelijk is voor de door [eiser] als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden schade. Schade(staat) 4.10. [de B.V.] vordert dat de zaak wordt verwezen naar de schadestaat. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Het ongeval heeft ruim acht jaar geleden plaatsgevonden en er is sprake van een medische eindtoestand. Dit betekent dat [eiser] in staat moet zijn om zijn schade inzichtelijk te maken. De kantonrechter zal [eiser] de gelegenheid geven een akte te nemen om zijn schade te onderbouwen. Voor het nemen van deze akte krijgt [eiser] een termijn van vier weken. Voorschot 4.11. [eiser] verzoekt de kantonrechter om [de B.V.] te veroordelen tot het betalen van een voorschot. Dat [de B.V.] aansprakelijk is voor de schade van [eiser] staat voor de kantonrechter vast. Daarbij staat ook vast dat [eiser] schade heeft geleden, alleen de omvang van de schade is nog onbekend. In ieder geval zal [eiser] recht hebben op een vergoeding voor de geleden pijn en het ervaren ongemak, waarbij rekening moet worden gehouden met het gegeven dat [eiser] ook nu nog vaak pijn ervaart. Verder heeft [eiser] verklaart dat hij als gevolg van het opgelopen letsel een aantal hobby’s niet meer kan uitoefenen, zoals windsurfen en bergbeklimmen. De kantonrechter zal [de B.V.] gelet op deze overwegingen veroordelen om in afwachting van de verdere procedure een voorschot van € 5.000,- aan [eiser] te betalen. 4.12. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 11 februari 2026 voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 4.10, 5.2. veroordeelt [de B.V.] om aan [eiser] een voorschot op de schade van € 5.000,- te betalen en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad, 5.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid, rechter, bijgestaan door de griffier mr. M. Bouwen en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.