ECLI:NL:RBNHO:2026:2392
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer / rekestnummer: 11892492 \ EJ VERZ 25-50 Beschikking van 15 januari 2026 in de zaak van [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: mr. H.E.C.A. Vlasman, tegen [verweerder] , te [woonplaats] , verwerende partij, hierna te noemen: [verweerder] , gemachtigde: mr. J. Kluivers. De zaak in het kort Tussen [verzoeker] en [verweerder] heeft er een handgemeen plaatsgevonden. [verzoeker] stelt dat [verweerder] hem heeft mishandeld en dat [verweerder] de door hem geleden schade als gevolg van de mishandeling moet vergoeden. De kantonrechter is van oordeel dat de feitelijke omstandigheden onvoldoende vaststaan en dat nadere bewijslevering nodig zou zijn. De zaak leent zich daarom niet voor behandeling in deelgeschil. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift dat op 23 september 2025 door de rechtbank is ontvangen, met producties 1 tot en met 13; - het verweerschrift met één productie; - de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Op 14 september 2024 heeft er een handgemeen plaatsgevonden op de parkeerplaats van de McDonalds nabij Schiphol, als gevolg waarvan [verzoeker] letsel heeft opgelopen. 2.2. [verzoeker] stelt dat hij door [verweerder] is mishandeld en [verzoeker] heeft aangifte gedaan van mishandeling. 2.3. Het Openbaar Ministerie (OM )heeft de zaak geseponeerd. In de toelichting schrijft het OM onder andere het volgende: “Er is sprake geweest van mishandeling op 14 september 2024 te Schiphol. Op basis van de aangifte, de getuigenverklaring en de verklaring van de verdachte dat hij een klap heeft gegeven. U heeft behoorlijk letsel opgelopen op uw hoofd. Van zelfverdediging vanuit de verdachte is geen sprake, dit omdat de getuige als aangever zeggen dat verdachte de eerste was die sloeg. Wel houdt de officier rekening mee dat u zeer beledigende teksten heeft verstuurd naar verdachte voorafgaand aan de mishandeling. Dit rechtvaardigt niet de klap die u heeft gegeven, maar het kleurt wel de zaak. Bovendien dat u degene bent geweest die naar de parkeerplaats is geweest om de confrontatie met verdachte op te zoeken. Officier is van mening dat die met een bepaalde mate van agressie is gedaan.” 2.4. In de nacht van 13 september op 14 september 2024 heeft [verzoeker] verschillende Whatsapp berichten verstuurd naar [verweerder] . Deze berichten zijn geschreven in het Dari en door een vertaler vertaald naar het Nederlands. Onder andere het volgende bericht is verstuurd: “Verdomme, jij, een lafaard [eerloos] en duivel. Je bent echt een smerig, oneervol persoon. Het was voor iedereen duidelijk, vooral voor [naam] , je moet je schamen, de afvallige schoft”. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter – samengevat – om bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv): I. voor recht te verklaren dat [verweerder] onrechtmatig jegens [verzoeker] heeft gehandeld en daarom aansprakelijk is voor de gevolgen van de mishandeling en de daaruit voortvloeiende gelegen en nog te lijden materiële en immateriële schade; II. de kosten van deze deelgeschilprocedure te begroten op € 3.942,79 inclusief BTW, te vermeerderen met het griffierecht van € 331,-, en [verweerder] te veroordelen om het totaalbedrag van € 4.273,79 binnen 14 dagen na het wijzen van deze beschikking te betalen. 3.2. Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. Volgens [verzoeker] heeft [verweerder] hem mishandeld en heeft hij als gevolg van deze mishandeling zowel immateriële als materiële schade geleden. [verzoeker] wijst ter onderbouwing van zijn stelling op de sepotbrief van het OM, waaruit volgens [verzoeker] volgt dat [verweerder] hem heeft mishandeld en dat van zelfverdediging aan de zijde van [verweerder] geen sprake was. [verweerder] heeft onrechtmatig jegens hem gehandeld en moet zijn schade te vergoeden. 3.3. [verweerder] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. Volgens [verweerder] leent de zaak zich niet voor behandeling in deelgeschil, omdat de lezingen van partijen over wat er gebeurd is sterk uiteenlopen. [verzoeker] verwijst ter onderbouwing van zijn stellingen naar een sepotbrief van het OM, maar daaruit volgt geen aansprakelijkheid aan de zijde van [verweerder] . Het gaat slechts om een beslissing om niet verder te vervolgen, niet om een inhoudelijk oordeel. De getuigenverklaring waar in de brief naar wordt verwezen is door [verzoeker] niet overgelegd. Dit betekent dat de feiten niet zijn komen vast te staan. Verder voert [verweerder] aan dat hij niet aansprakelijk is voor de door [verzoeker] geleden schade. Het was juist [verzoeker] die – nadat hij ’s nachts allerlei beledigende Whatsapp berichten had verstuurd – hard de parkeerplaats kwam oprijden waar [verweerder] zijn auto aan het opladen was. [verzoeker] parkeerde zijn auto pal naast die van [verweerder] en kwam woedend op hem afgelopen. [verweerder] heeft geprobeerd [verzoeker] tot bedaren te brengen, maar hij werd door [verzoeker] geslagen. Daarop heeft hij [verzoeker] hard van zich af geduwd en is [verzoeker] gevallen. Het verzoek van [verzoeker] moet dus worden afgewezen. 4 De beoordeling Juridisch kader 4.1. [verzoeker] heeft zich tot de kantonrechter gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De kantonrechter moet beoordelen of er sprake is van schade die wordt geleden door dood of letsel. Ook moet de kantonrechter beoordelen of er sprake is van een geschil omtrent een deel van wat partijen verdeeld houdt. 4.2. De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van dood of letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de kantonrechter eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Als dit onvoldoende het geval is, moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv). Daarbij moet ook worden beoordeeld of de bijdrage van de verzochte beslissing opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop; als uitvoerige bewijsvoering nodig is en/of deskundigenberichten kan geoordeeld worden dat het geschil zich niet leent voor de deelgeschilprocedure. Ontvankelijkheid 4.3. Partijen verschillen – kort gezegd – van mening over de vraag of [verweerder] aansprakelijk is voor de door [verzoeker] geleden schade. Omdat een uitspraak van de kantonrechter over de aansprakelijkheidsvraag kan bijdragen aan het tot stand brengen van een vaststellingsovereenkomst acht de kantonrecht [verzoeker] ontvankelijk in zijn verzoek. Aansprakelijkheid 4.4. De kantonrechter komt op grond van de overgelegde stukken en wat partijen verklaard hebben echter tot het oordeel dat het verzoek van [verzoeker] zich niet leent voor behandeling in deelgeschil. De kantonrechter ligt dit als volgt toe. 4.5. Voor zover er aan de zijde van [verweerder] sprake zou zijn van enige mate van aansprakelijkheid, kan de omvang van deze aansprakelijkheid naar het oordeel van de kantonrechter niet 100% zijn. Dit gelet op de rol die [verzoeker] heeft gespeeld bij het ontstaan van de situatie op 14 september 2024. Aan het oordeel van de kantonrechter ligt onder meer ten grondslag dat [verzoeker] – door naar de parkeerplaats te rijden waar [verweerder] vaak zijn auto oplaadt – in een al gespannen situatie de confrontatie met [verweerder] heeft opgezocht. Aan het oordeel ligt daarnaast ten grondslag het feit dat onbetwist is gebleken dat [verzoeker] zich agressief heeft gedragen jegens [verweerder] , in ieder geval via de verstuurde Whatsapp berichten. 4.6. Dit betekent dat er naar het oordeel van de kantonrechter sprake zal zijn van een mate van eigen schuld aan de zijde van [verzoeker] .