Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-03-04
ECLI:NL:RBNHO:2026:2266
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11861607 \ EJ VERZ 25-46 Beschikking van 4 maart 2026 in de zaak van [verzoekster] , te [plaats], verzoekster, hierna te noemen: [verzoekster], gemachtigde: mr. R. Vos, tegen [verweerster] , te [plaats], verweerster, hierna te noemen: [verweerster], gemachtigden: mr. B. Wernik en mr. E. Aslan. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties van [verzoekster] - de aanvullende productie van [verzoekster] - het verweerschrift van [verweerster] - de mondelinge behandeling van 10 februari 2026. 1.2. Ten slotte is een datum voor het geven van een beschikking bepaald. 2 De feiten 2.1. [verzoekster] en [verweerster] zijn buren. Tussen hun woningen bevindt zich een gemeenschappelijke dakgoot. 2.2. [verzoekster] had vanaf oktober 2023 last van lekkage in haar woning die volgens de aannemer was terug te voeren op de gemeenschappelijke dakgoot. Op 30 april 2024 heeft in een door [verzoekster] tegen [verweerster] aangespannen procedure een mondelinge behandeling bij de woningen van partijen plaatsgevonden. Een daarbij aanwezige deskundige die door de rechter was aangewezen, heeft bevestigd dat de lekkage was terug te voeren op de dakgoot. Partijen hebben toen afgesproken dat: zij zouden koersen op herstel van de door de deskundige aangewezen problemen; zij daartoe beiden offertes zouden aanvragen; de door de deskundige in de woningen waargenomen gevolgschade voor eigen rekening van partijen zou komen. 2.3. Na die mondelinge behandeling heeft [verzoekster] met toestemming van [verweerster] een noodvoorziening laten aanbrengen. 2.4. Beide partijen hebben offertes opgevraagd. [verweerster] heeft daartoe in de periode juni/juli 2024 meerdere aannemers toegelaten op het dak. Deze aannemers hebben, om de situatie te kunnen beoordelen, het zeil van de noodvoorziening even verwijderd en later teruggeplaatst. 2.5. Omdat partijen niet tot een gezamenlijke keuze voor een aannemer konden komen, heeft de voorzieningenrechter aannemingsbedrijf Wiela aangewezen. Omdat [verweerster] de opdrachtbevestiging van Wiela niet tekende, heeft de voorzieningenrechter haar bij vonnis van 27 september 2024 bevolen dat alsnog te doen, waaraan [verweerster] gevolg heeft gegeven. 2.6. Na hevige regenval heeft zich op 27 september 2024 wederom lekkage voorgedaan in de woning van [verzoekster]. De aannemer van [verzoekster] heeft na het zien van de dakgoot aangegeven dat de noodvoorziening was aangepast en stukgemaakt. 2.7. Na voltooiing van de werkzaamheden aan de dakgoot door Wiela hebben beide partijen geen last meer gehad van lekkage. 2.8. Op 7 februari 2025 heeft [verzoekster] aan [verweerster] bericht dat het plastic onder de nokvorst van de woning van [verweerster] afbreekt en in de gemeenschappelijke dakgoot terechtkomt, wat tot verstopping van de dakgoot en tot lekkage zal leiden. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoekster] verzoekt dat de kantonrechter op grond van artikel 3:168 lid 2 BW de volgende regeling treft: “ Regeling ex artikel 3:168 BW betreffende het gebruik en onderhoud van de gemeenschappelijke dakgoot Artikel 1 – Begripsbepalingen Onder “de goot” wordt verstaan: de gemeenschappelijke dakgoot gelegen tussen de twee woningen met de adressen [adres 1] en [adres 2] te [plaats]. Onder “eigenaren” wordt verstaan: de beide eigenaren van voornoemde woningen. Onder “materiaal” wordt verstaan: ieder (bouw)materiaal, dakbedekking, vuil, blad of ander afval afkomstig van de woningen of daken van de eigenaren. Artikel 2 – Voorkomen van overlast Iedere eigenaar draagt er zorg voor dat geen materiaal afkomstig van zijn woning/dak in de goot terechtkomt. Indien toch materiaal in de goot terechtkomt, is de betreffende eigenaar verplicht dit onverwijld te verwijderen zonder de goot te beschadigen. Artikel 3 – Onderhoud en controle De eigenaren zullen jaarlijks gezamenlijk, in de maand [bijvoorbeeld: oktober] de goot inspecteren