Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-02-05
ECLI:NL:RBNHO:2026:1816
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/029045-24 Uitspraakdatum: 5 februari 2026 Tegenspraak Verkort strafvonnis (art. 138b Sv) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 en 22 januari 2026 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonadres] . De rechtbank heeft kennisgenomen van het standpunt van de officier van justitie, mr. R. Funke Küpper en van hetgeen de verdachte en zijn waarnemend raadsvrouw, mr. S.F. Remmers, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 1 Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 maart 2023 tot en met 13 november 2023 te Den Haag en/of Almere en/of Schiedam en/of Hoogeveen en/of Eindhoven en/of Amsterdam en/of Lelystad, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 2.000 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid, cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, - een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of - zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of - voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat dat feit, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe) - één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of - telefonisch en/of via (versleutelde) berichten en/of via e-mailberichten en/of in persoon informatie uitgewisseld over en/of afspraken gemaakt over: • de datum, waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne per (privé)vliegtuig op de luchthaven Lelystad zou (kunnen) arriveren en/of • de betaling(en) en/of de beloning(en) voor het (kunnen en/of mogen) betreden en/of bekijken en/of opnemen en/of gebruiken van een (onderhouds)loods voor (privé)vliegtuigen op (het beveiligde deel van) de luchthaven Lelystad en/of • het aanschaffen van één of meer voertuigen (Renaults met kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] ) en/of een trekker om een vliegtuig mee te kunnen verslepen en/of een trekstang en/of een koppelstuk voor het verslepen van het vliegtuig en/of • de wijze, waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne (onopvallend) van de luchthaven Lelystad zou (moeten) worden vervoerd, en/of - voornoemde (onderhouds)loods voor (privé)vliegtuigen op (het beveiligde deel van) de luchthaven Lelystad bezocht en/of aldaar foto’s en/of video-opnamen gemaakt en/of deze foto’s en/of video-opnamen verstuurd naar (een) opdrachtgever(s) en/of (een) investeerder(s) en/of - een (piloten)uniform aangeschaft en/of - één of meer voertuigen (twee Renaults met kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] ) aangekocht en/of voorhanden gehad en/of een trekker om een vliegtuig mee te kunnen verslepen geregeld en/of - één of meer betalingen en/of borgstellingen gedaan en/of aangenomen en/of - meermalen, althans eenmaal, klaar gestaan voor de aankomst van een (privé)vliegtuig met voornoemde hoeveelheid cocaïne en voornoemde hoeveelheid cocaïne uit dat (privé)vliegtuig te halen. 2 Voorvragen De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en De verdachte liep vervolgens met een wit papier voor zich uit en maakte ondertussen video-opnamen. Daarna verlieten zij samen het beveiligde gebied van de luchthaven. De verdachte heeft ter terechtzitting voornoemde feiten en omstandigheden erkend. Hij heeft evenwel ontkend dat hij wist dat deze foto’s en video-opnamen voorbereidingen betroffen voor de invoer van cocaïne. De verdachte heeft verklaard dat hij zijn vliegbrevet wilde halen en dat hij daarom de loods op de luchthaven Lelystad wilde bezichtigen. De piloot zou hem in de loods alles uitleggen over de opleiding. In de auto heeft hij gewoon meegepraat met [naam medeverdachte 1] ook al wist hij niet steeds waar [naam medeverdachte 1] het over had. De rechtbank overweegt dat [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij geld van [naam 2] had gekregen voor [naam medeverdachte 3] , zodat iemand, naar later bleek de verdachte, de loods op het vliegveld in Lelystad mocht bezichtigen om te zien of het mogelijk was om het plan van [naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] om drugs binnen te brengen op die luchthaven, daadwerkelijk uit te voeren. [naam medeverdachte 1] heeft de verdachte daartoe op 13 september 2023 in Amsterdam opgehaald en is met hem naar hotel [hotelnaam] in Lelystad gereden. Vervolgens zijn zij door [naam medeverdachte 3] naar het pand op de luchthaven Lelystad gebracht. [naam medeverdachte 3] heeft de verdachte zijn gegevens, visitekaartje, documenten op A4tjes en een rondleiding gegeven. De verdachte heeft een video gemaakt. De rechtbank ziet geen aanleiding aan de juistheid van de verklaring van [naam medeverdachte 1] te twijfelen, nu [naam medeverdachte 1] er geen (kenbaar) belang bij heeft om de verdachte te belasten en hij ook zichzelf belast in deze verklaring. Daarbij komt dat deze verklaring van [naam medeverdachte 1] bevestiging vindt in de bewijsmiddelen. Immers, in OVC-gesprekken tussen [naam medeverdachte 1] en de verdachte op 13 september 2023 in de auto van [naam medeverdachte 1] , waarin [naam medeverdachte 1] en de verdachte de rondleiding en het filmen bespreken, vertelt [naam medeverdachte 1] aan de verdachte dat ‘ het van een groot iemand in Colombia ’ is. Later zegt een onbekend persoon aan de telefoon tegen de verdachte, die nog in de auto bij [naam medeverdachte 1] zit, dat de verdachte moet teruggaan om een video te maken met ‘ die Ferrari met de datum ’ en dat het niet voor de onbekende man zelf is, maar ‘ het is voor (…) daarboven ’. De verdachte zegt dan tegen deze onbekende man: ‘ Op video heb ik laten zien (…) ingang naar de buitenkant waar hij gaat landen (…) en waar die geparkeerd wordt, waar hij uithaalt (…) ’. De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat cocaïne (onder meer) afkomstig is uit Colombia en dat de term ‘uithalen’ wordt gebruikt voor de situatie waarbij iemand verdovende middelen uit een vliegtuig of container of iets dergelijks haalt. Uit voornoemde gesprekken leidt de rechtbank verder af dat de verdachte in opdracht van iemand van hogerhand is teruggegaan naar de loods om een nieuwe video te maken. De rechtbank is van oordeel dat het – mede in het licht van de overige onderzoeksbevindingen – niet anders kan dan dat deze OVC-gesprekken zien op het voorbereiden van een transport waarbij het de bedoeling was om cocaïne in te voeren op de luchthaven Lelystad en dat de handelingen van de verdachte ook daarop gericht waren en dat hij, gelet op zijn uitlatingen in voornoemde OVC-gesprekken, niet enkel meepraatte met [naam medeverdachte 1] , terwijl hij niet wist waar het over ging, zoals hij heeft gesteld. Daarbij overweegt de rechtbank dat de verdachte, ook desgevraagd, niet heeft geconcretiseerd wat hij met [naam medeverdachte 3] op het vliegveld heeft besproken over de vlieglessen of het behalen van een vliegbrevet. In voornoemde OVC-gesprekken wordt, behoudens de opmerking van [naam medeverdachte 1] dat ‘hij zijn zoontje vliegles gaat geven’ en dat de verd 3.4 Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op meer tijdstippen in de periode van 25 maart 2023 tot en met 13 november 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk afleveren, verstrekken, vervoeren en binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 2.000 kilogram cocaïne , zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/ te bevorderen, - anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen, en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen en - zich en anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en - voorwerpen en vervoermiddelen en gelden voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en zijn mededaders wisten of ernstig redenen hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat dat feit, immers hebben hij, verdachte en zijn mededaders - telefoons voorhanden gehad en - telefonisch en via (versleutelde) berichten en via e-mailberichten en in persoon informatie uitgewisseld over en afspraken gemaakt over: • de datum, waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne per (privé)vliegtuig op de luchthaven Lelystad zou kunnen arriveren en • de betalingen en de beloningen voor het mogen betreden en bekijken en opnemen en gebruiken van een loods voor (privé)vliegtuigen op het beveiligde deel van de luchthaven Lelystad en • het aanschaffen voertuigen (Renaults met kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] ) en een trekker om een vliegtuig mee te kunnen verslepen en een trekstang en een koppelstuk voor het verslepen van het vliegtuig en • de wijze, waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne van de luchthaven Lelystad zou worden vervoerd, en - voornoemde loods voor (privé)vliegtuigen op het beveiligde deel van de luchthaven Lelystad bezocht en aldaar foto’s en video-opnamen gemaakt en deze foto’s en video-opnamen verstuurd naar opdrachtgevers en investeerders en - een pilotenuniform aangeschaft en - twee Renaults met kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] aangekocht en voorhanden gehad en een trekker om een vliegtuig mee te kunnen verslepen geregeld en - één of meer betalingen en borgstellingen gedaan en aangenomen. Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, door een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen, en een ander trachten te bewegen daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen en zich en een ander daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen en gelden voorhanden te hebben waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat die bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dan ook strafbaar. 5 Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar. 6 Motivering van de sancties 6.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van de periode die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. 6.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht om bij