Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-02-20
ECLI:NL:RBNHO:2026:1795
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 24/7367 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de Staatssecretaris van Financiën, (gemachtigde: mr. I. Talhaoui). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de weigering van de staatssecretaris om aan eiser zijn volledige belastingdossier vanaf 2008 te verstrekken. Eiser is het niet eens met die weigering. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris in oktober 2024 terecht weigerde om het belastingdossier te verstrekken aan eiser. Het toen geldende artikel 67 van de Algemene wet rijksbelastingen staat namelijk in de weg aan die verstrekking. Deze beroepsprocedure gaat over de weigering om het belastingdossier te verstrekken, niet over eventuele vernietiging van die documenten en ook niet over de schade die eiser stelt te lijden als gevolg van die vernietiging. De rechtbank kan daarom in deze uitspraak geen oordeel geven over die onderwerpen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 7 juni 2024 schriftelijk gevraagd om zijn belastingdossier. De staatssecretaris heeft dit verzoek met het besluit van 1 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is de staatssecretaris bij de afwijzing van het verzoek gebleven. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 3.1 Eiser heeft op 30 augustus 2023 zijn volledige belastingdossier opgevraagd, vanaf 2008. Onder verwijzing naar die brief heeft hij op 7 juni 2024 (nogmaals) gevraagd om zijn volledige belastingdossier. 3.2 De staatssecretaris heeft het verzoek van eiser van 7 juni 2024 opgevat als een verzoek op grond van artikel 5.5 van de Wet open overheid (Woo). Bij besluit van 1 augustus 2024 heeft de staatssecretaris het verzoek afgewezen omdat artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) op dat moment een geheimhoudingsplicht voor belastingambtenaren bevatte. 3.3 Eiser heeft bezwaar gemaakt op 28 augustus 2024. De staatssecretaris heeft op 29 oktober 2024 het bezwaar ongegrond verklaard, bij besluit met kenmerk 2024-365-1.1. Dit besluit is onderwerp van deze uitspraak. Wat voert eiser in beroep aan? 4. Eiser stelt dat zijn verzoek ten onrechte is afgewezen. Hij kan nu niet zijn recht halen, terwijl dat volgens een EU-wet wel altijd kan. De staatssecretaris zegt dat de staatssecretaris andere partijen zou schaden als het dossier aan eiser zou worden verstrekt. Volgens eiser wordt daarmee het UWV bedoeld. Het UWV heeft ten onrechte zijn WW-uitkering van 2008 tot en met 2012 omgezet in een WIA-uitkering. Daardoor is het inkomen van eiser gewijzigd. Eiser heeft dat aangegeven bij de Belastingdienst. Ook heeft hij over die jaren alles opnieuw ingevuld maar de Belastingdienst heeft er nooit naar gekeken. Eiser heeft zich ook aangemeld voor de hkz-regeling toeslagen, voor huur- en zorgtoeslag. Eiser kan het bewijs aanleveren als hij de stukken heeft. Wat is het verweer? 5. Volgen de staatssecretaris bevat artikel 67 van de Awr een speciale openbaarheidsregeling die vóór de Woo gaat. De fiscale geheimhoudingsplicht is van toepassing op informatie die is verkregen bij de uitvoering van de Awr. De staatssecretaris verwijst naar een uitspraak van 4 december 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bevestigd dat artikel 67 Awr vóór de Woo gaat. Wat