Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-02-19
ECLI:NL:RBNHO:2026:1509
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zaanstad Zaaknummer: 11791674 \ CV EXPL 25-2040 Vonnis van 19 februari 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: Anker Rechtshulp B.V., tegen [gedaagde] (VOORHEEN [naam 1] ), H.O.D.N. [naam 2] , te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 september 2025 - de akte wijziging van eis van 12 januari 2026 - de mondelinge behandeling van 12 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Partijen zijn een overeenkomst van aanneming van werk overeengekomen. Dit betreft een aanbouw aan de woning van [eiser] . De betreffende offerte van [gedaagde] als aannemer is door [eiser] op 25 januari 2020 aanvaard. De aanneemsom bedroeg € 27.000,00 exclusief btw. [eiser] heeft daarvan in totaal 90%, € 29.403,00 inclusief btw, betaald. 2.2. [gedaagde] is met het werk begonnen op 28 januari 2020. Door de gemeente [plaats 1] is wegens het ontbreken van een omgevingsvergunning het werk stilgelegd, eind februari 2020. Na een bezwaar- en beroepsprocedure is in augustus 2022 een omgevingsvergunning verleend. 2.3. In opdracht van [eiser] heeft bouwkundig adviesbureau BouwCheck op 28 april 2023 een onderzoek aan het gebouw uitgevoerd. De deskundige stelt vast dat het werk niet af is en dat een deel van het gebouw schade heeft geleden door weersinvloeden. Hij heeft ook kritiek op het ontwerp van de constructie. 2.4. Het rapport van de deskundige is op 26 juni 2023 door [eiser] aan [gedaagde] gezonden. Daarbij is [gedaagde] ingebreke gesteld en een termijn voor herstel of reactie gegeven tot 25 juli 2023. Op 5 juli 2023 heeft [gedaagde] , met zijn compagnon [naam 3] , het werk bekeken. Bij e-mailbericht van 10 juli 2023 heeft [eiser] de overeenkomst ontbonden en aangekondigd het werk door een ander te laten afmaken, op kosten van [gedaagde] . 2.5. [eiser] heeft in juli of augustus 2023 werk uit laten voeren. De gefactureerde kosten zijn in totaal € 16.580,98. 2.6. Bij brief van 11 maart 2025 aan [gedaagde] heeft [eiser] aanspraak gemaakt op vergoeding van dat bedrag. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert, na wijziging van zijn eis, samengevat, dat de kantonrechter de overeenkomst tussen partijen ontbindt, en [gedaagde] veroordeelt tot terugbetaling van € 16.580,98, betaling van € 870,00 voor kosten van de deskundige betaling van € 940,81 aan buitengerechtelijke incassokosten vergoeding van de proceskosten. 3.2. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] vindt dat de vorderingen van [eiser] afgewezen moeten worden. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling De overeenkomst wordt ontbonden 4.1. [eiser] heeft met zijn wijziging van eis uitdrukkelijk zijn standpunt, dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden omdat [gedaagde] als aannemer tekort is geschoten in de nakoming van die overeenkomst, verlaten. [eiser] vordert in plaats daarvan dat de kantonrechter de overeenkomst ontbindt en beroept zich op artikel 7:756 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Beoordeling van een vordering op grond van een (buitengerechtelijke) ontbinding vanwege wanprestatie aan de zijde van [gedaagde] is in deze procedure niet aan de orde omdat [eiser] die grondslag voor zijn vorderingen uitdrukkelijk heeft ingetrokken. 4.2. Op grond van artikel 7:756 lid 1 BW kan de rechter de aannemingsovereenkomst op vordering van de opdrachtgever ontbinden voor de oplevering. Zolang de aannemer niet te kennen geeft dat het werk klaar is om te worden opgeleverd, is er geen oplevering (artikel 7:758 BW). Voor ontbinding op grond van artikel 7:756 BW is niet vereist dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn. Voldoende is dat reeds voor de vastgestelde tijd van oplevering waarschijnlijk wordt dat het werk niet