Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-07-28
ECLI:NL:RBNHO:2026:10299
Kort geding. Eisende partij niet verschenen ter zitting. Tussenvonnis. Voorlopige voorziening getroffen om de ontstane impasse te doorbreken. Afgifte sleutel. Pro forma aanhouding voor het overige. RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/375076 / KG ZA 26-91 Vonnis in kort geding van 28 juli 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats 1], eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [eiser], advocaat: mr. J. Jong, tegen [gedaagde] , te [plaats 1], gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde], advocaat: mr. S. Jurkovich. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 t/m 13 - het verzoek om aanhouding van de op 13 maart 2026 geplande zitting, waarna de zitting is aangehouden - de pleitnotities tevens inhoudende eis in reconventie met producties 1 t/m 3 - de wijziging eis in reconventie - de mondelinge behandeling van 21 juli 2026. 1.2. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn verschenen: - namens [gedaagde]: [betrokkene 1] (notarieel gevolmachtigde) en [betrokkene 2], bijgestaan door mr. Jurkovich voornoemd. Eisende partij is niet verschenen. De griffier heeft telefonisch contact opgenomen met het kantoor van mr. Jong, Zaan Advocaten. Een kantoorgenoot van mr. Jong heeft desgevraagd aan de rechtbank laten weten dat mr. Jong in de ochtend van 21 juli 2026, wegens ziekte, aan mr. Jurkovich heeft verzocht in te stemmen met aanhouding van de procedure. Mr. Jukovich gaf te kennen hiertoe alleen bereid te zijn indien vóór 11:00 uur aan haar de sleutels van de woning aan het [adres] in [plaats 1] zouden worden verstrekt. Dat is niet gebeurd, zodat niet is ingestemd met de door mr. Jong verzochte aanhouding. 1.3. Omdat [gedaagde] niet heeft ingestemd met aanhouding van de zaak, zal deze inhoudelijk worden behandeld, voor zover dat noodzakelijk is om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de ontstane impasse te doorbreken. De behandeling van de overige geschilpunten kan vervolgens op een later tijdstip plaatsvinden. 1.4. Vervolgens is bepaald dat de voorzieningenrechter uiterlijk 28 juli 2026 een tussenvonnis zal wijzen. De zaak wordt voor het overige pro forma aangehouden tot 1 september 2026. 2 De feiten 2.1. Partijen zijn de kinderen van de op 19 september 2010 overleden [erflater] (hierna: erflaatster). 2.2. Erflaatster heeft voor het laatst over haar nalatenschap beschikt in een testament van 22 april 2004 (hierna: het testament). In het testament zijn partijen ieder voor een gelijk deel benoemd tot enig erfgenamen en heeft erflaatster aan [gedaagde] gelegateerd het tijdelijk recht van vruchtgebruik van de woning aan het [adres] in [plaats 1] (hierna: de woning). Het recht van vruchtgebruik eindigde in ieder geval uiterlijk twee jaar na de overlijdensdatum van erflaatster, op 20 september 2012. 2.3. Partijen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard. 2.4. Ondanks meerdere verzoeken van [eiser] aan [gedaagde] om mee te werken aan overname of verkoop van de woning, is hieraan door [gedaagde] geen gevolg gegeven. 2.5. In 2022 heeft [eiser] besloten niet langer met de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster te willen wachten. In verschillende brieven van augustus en september 2022 heeft de advocaat van [eiser] aan (mr. De Dood, de toenmalige advocaat van) [gedaagde] verzocht kenbaar te maken zijn medewerking aan verkoop van de woning te verlenen. 2.6. In een e-mail van 22 september 2022 heeft mr. De Dood bericht dat [gedaagde] te ziek zou zijn om dit af te handelen en nader onderzoek is vereist. 2.7. De kwestie heeft vervolgens enkele jaren stilgelegen. In een brief van 31 juli 2025 heeft de advocaat van [eiser] aan [gedaagde] een brief gestuurd waarin [gedaagde] nogmaals om zijn medewerking aan verdeling van de nalatenschap en verkoop van de woning werd verzocht. 2.8. In september 2025 is een ernstige alvleesklierontsteking bij [gedaagde] vastgesteld, waarvoor hij in het ziekenhuis is opgenomen. 2.9. Op 16 oktober 2025 heeft [gedaagde] aan [eiser] een algemene notariële volmacht verstrekt om zijn belangen te behartigen. Op basis daarvan heeft [eiser] op 18 december 2025 een opdracht tot dienstverlening verstrekt aan makelaar [bedrijf 1]. 2.10. Op 11 maart 2026 heeft [gedaagde] een notariële volmacht verstrekt aan [betrokkene 1] (hierna: De Dood), waarbij alle eerder gemaakte algemene volmachten zijn herroepen. 2.11. Op 21 juli 2026 is [gedaagde], na langdurig verblijf in het ziekenhuis, voor revalidatie opgenomen in [bedrijf 2]. 3 Het geschil in conventie 3.1. [eiser] vordert uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagde] te veroordelen om binnen twee weken na betekening van een te wijzen vonnis de woning met aanhorigheden met al het zijne en de zijnen te ontruimen en ontruimd te houden; II. [eiser] voor zoveel nodig te machtigen om met behulp van de sterke arm van justitie en politie op kosten van [gedaagde] de bevolen ontruiming te bewerkstelligen, indien [gedaagde] met de tijdige ontruiming in gebreke blijft; III. [gedaagde] te veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan [bedrijf 3] te [plaats 2] de verkoopopdracht (productie 13) te verstrekken ter zake de verkoop van de woning; IV. [eiser] te machtigen om, indien [gedaagde] weigerachtig is aan hetgeen onder III is bepaalde te voldoen, namens [gedaagde] tet zake voornoemde woning tegen een marktconforme prijs de verkoopopdracht te verstrekken aan [bedrijf 3] te [plaats 2]; V. [eiser] te machtigen om, zodra met inachtneming van bovenstaande punten een verkoopovereenkomst tot stand is gekomen en [gedaagde] weigerachtig is hieraan zijn medewerking te verlenen, als vertegenwoordiger van [gedaagde] de handelingen te verrichten die nodig zijn om tot verkoop en levering van de woning te komen, waaronder het namens [gedaagde] tekenen van de verkoopovereenkomst en de notariële leveringsakte; VI. kosten rechtens. 3.2. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] in strijd met de bepalingen in het testament de woning na 2012 niet heeft verlaten en ontruimd. Vanwege zijn medische situatie kan [gedaagde] niet terug naar de woning. De woning zal verkocht moeten worden. 3.3. [gedaagde] verzet zich in beginsel niet tegen verkoop van de woning, maar wel tegen de korte termijn waarbinnen [eiser] de ontruiming en de verkoop vordert. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser]. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.5. [gedaagde] vordert - na wijziging van eis - te bepalen dat: I. de woning in de verkoop gezet zal worden zodra [bedrijf 2] een oordeel heeft gegeven over de vraag of [gedaagde] terug kan keren naar de woning, waarbij ieder der partijen zich zal laten bijstaan door een eigen makelaar, waarbij partijen de adviezen van deze makelaars m.b.t. de vraag- en verkoopprijs opvolgen; II. [eiser] de woning, het erf en de tuin niet mag betreden tot aan de datum waarop de woning in de verkoop gezet zal worden, tenzij De Dood hier schriftelijk en vooraf mee heeft ingestemd, en het bezoek geschiedt in zijn aanwezigheid en/of de aanwezigheid van een andere door hem aan te wijzen persoon; III. Aan De Dood vervangende toestemming wordt verleend om de woning te betreden, op te ruimen en schoon te maken, dan wel professionals daarvoor in te schakelen, en om de bezittingen van [gedaagde] te verwijderen; IV. [eiser] binnen drie dagen na het in deze procedure te wijzen vonnis aan [gedaagde] dient te overhandigen: a. zijn laptop; b. de post van de afgelopen maanden; c. de sleutels van de woning; en dat, indien [eiser] aan deze veroordelingen niet dan wel niet tijdig voldoet, aan De Dood vervangende toestemming wordt verleend om een slotenmaker in te schakelen die de sloten van de woning openbreekt en nieuwe sloten op de deur zet, e.e.a. op kosten van [eiser] waarna de slotenmaker de sleutels uitsluitend aan De Dood overhandigt, die de sleutels van de woning in zijn bezit zal hebben en houden tot aan de datum waarop de woning wordt geleverd aan de koper; V.