Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-08-10
ECLI:NL:RBNHO:2026:10253
Handlichting ex artikel 1:237 BW. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./repnr.: 12250371 EJ VERZ 26-31 Uitspraakdatum: 10 augustus 2026 Beschikking van de kantonrechter op een verzoek tot handlichting van Rüya Ünver te Haarlem verzoeker verder te noemen: Ünver 1 Het procesverloop 1.1. Ünver heeft op 19 mei 2026 een verzoekschrift ingediend tot het verkrijgen van een handlichting als bedoeld in artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op verzoek van de kantonrechter heeft Ünver op 29 mei 2026 en 31 juli 2026 nog aanvullende stukken ingediend en haar verzoek nader toegelicht. 1.2. Bij het verzoek zijn onder meer kopieën van de geboorteakte van Ünver en van de identiteitsbewijzen van Ünver en haar ouders (S. Yildiz e/v Ünver, moeder, en I. Ünver, vader) overgelegd. Ünver en haar ouders hebben zowel het verzoekschrift als de aanvulling daarop ondertekend. 2 Het verzoek 2.1. Ünver, geboren op 26 februari 2009, wenst de bevoegdheden te verwerven van een meerderjarige in verband met een eigen onderneming (Rüya’s Beautysalon), in die zin dat zij een zakelijke bankrekening wil kunnen openen en overeenkomsten wil kunnen sluiten. 3 De beoordeling 3.1. Op grond van artikel 1:235 BW wordt aan een minderjarige handlichting verleend, indien de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en door de wettelijk vertegenwoordiger(s) met het verzoek wordt ingestemd. 3.2. De kantonrechter stelt vast dat Ünver de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en dat haar wettelijk vertegenwoordigers instemmen met het verzoek. Daarmee is voldaan aan hetgeen is bepaald in artikel 1:235 BW, zodat het verzoek van Ünver zal worden toegewezen als hierna te melden. De kantonrechter wijst voor de goede orde nog wel op het derde lid van artikel 1:235 BW, waarin is bepaald dat de minderjarige door de handlichting niet bekwaam wordt tot het beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen. 3.3. Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting wordt het volgende overwogen. In artikel 1:237 BW is bepaald dat de beschikking waarbij de handlichting is verleend bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Door de komst van het – voor iedereen toegankelijke – internet, is deze wijze van publicatie naar het oordeel van de kantonrechter min of meer achterhaald. Niet alleen bestaat er namelijk sinds een aantal jaren geen papieren versie meer van de Staatscourant en is deze enkel nog via het internet te raadplagen, ook beschikt de Rechtspraak nu over een eigen website (www.rechtspraak.nl) waar de rechterlijke instanties hun uitspraken op kunnen publiceren. Publicatie van de handlichting op www.rechtspraak.nl is naar het oordeel van de kantonrechter even effectief als publicatie op de website van de Staatscourant. Daarbij komt dat publicatie op www.rechtspraak.nl (door de griffier), anders dan bij publicatie in de (digitale) Staatscourant, geen kosten met zich meebrengt. Op grond van een en ander zal de kantonrechter dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat de (door de griffier te initiëren) publicatie op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Volstaan wordt daarom met de publicatie op www.rechtspraak.nl. 3.4. Ünver zal er overigens rekening mee moeten houden dat de verleende handlichting niet eerder geldt dan dat de publicatie een feit is. 4 De beslissing De kantonrechter: 4.1. verleent aan Rüya Ünver, geboren op 26 februari 2009, handlichting tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen die nodig zijn voor het uitoefenen van haar bedrijf, Rüya’s Beautysalon; 4.2. bepaalt dat de bevoegdheid van Rüya Ünver om haar bedrijf zelfstandig te vertegenwoordigen beperkt zal blijven tot (i) het openen van een zakelijke rekening, onder de voorwaarde dat Ünver maximaal een bedrag van € 750,00 mag besteden of verhandelen per transactie zonder toestemming van haar wettelijk vertegenwoordigers, zolang het saldo op voornoemde rekening dit toelaat en (ii) het kunnen aangaan van overeenkomsten, onder de voorwaarde dat dit geen registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen betreffen; 4.3. bepaalt dat publicatie van deze handlichting in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat, in plaats daarvan, deze beschikking (door de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Deze beschikking is gegeven door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.