Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-08-27
ECLI:NL:RBNHO:2025:9968
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11210520 \ CV EXPL 24-4951 Uitspraakdatum: 27 augustus 2025 Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1] 2. [eiser 2] 3. [eiser 3] allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Singapore Airlines Ltd. gevestigd te Singapore gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers) De zaak in het kort Aviclaim heeft namens de passagiers compensatie gevorderd wegens een instapweigering. De kantonrechter heeft aanvankelijk het voornemen uitgesproken om in een andere aanhangige procedure vragen van uitleg te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Partijen hebben zich in deze procedure wel uitgelaten over de in die andere procedure te stellen vragen. Vanwege procedurele ontwikkelingen in de andere aanhangige procedure, ziet de kantonrechter aanleiding om op de aanvankelijke weigering ook in de onderhavige procedure vragen te stellen terug te komen. Hoewel partijen hun zienswijzen al eerder hebben gegeven, zullen zij uit het oogpunt van een goede procesorde nog in de gelegenheid worden gesteld om zich over dit voornemen (aanvullend) uit te laten bij een tegelijkertijd te nemen akte. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; - het tussenvonnis van 8 januari 2025 waarin mondelinge behandeling is bepaald; - het bericht met aanvullende producties van de passagiers; - de mondelinge behandeling van 20 februari 2025 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - de brief van Singapore Airlines van 23 juni 2025; - de akte van de passagiers van 23 juli 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 11 juli 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Singapore, naar Cebu City, Filipijnen, met vluchtcombinatie SQ323 en SQ8556. 2.2. De vervoerder heeft de passagiers de instap geweigerd op vlucht SQ323 van Amsterdam naar Singapore (hierna: de vlucht). 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraagde aankomst van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 270,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof . De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de instapweigering op de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de instapweigering was gebaseerd op redelijke gronden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Invulling van het begrip ‘redelijke gronden’ 4.2. Ter beoordeling van de vraag of sprake is van een instapweigering in de zin van de Verordening, die recht geeft op compensatie, moet worden beoordeeld of de vervoerder redelijke gronden had om de passagiers de instap te weigeren. Deze redelijke gronden kunnen onder meer redenen zijn die te maken hebben met gezondheid, veiligheid of beveiliging of ontoereikende reisdocumenten. Het Hof heeft geoordeeld dat het hierbij gaat om een niet-limitatieve lijst. 4.3. Volgens de vervoerder was er in de zomer van 2022 sprake van