Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-07-02
ECLI:NL:RBNHO:2025:9304
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,853 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11097382 \ CV EXPL 24-2900
Uitspraakdatum: 2 juli 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. L. Kloot (LVH advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slotrestricties van de luchtverkeersleiding vanwege capaciteitsproblemen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 21 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport, via Istanboel Sabiha Gokcen International Airport (Turkije), naar Mohammed Bin Abdulaziz Airport, Medina (Saoedi-Arabië), met vluchtcombinatie TK7823 en TK912.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht TK7823 van Amsterdam naar Istanboel (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Istanboel – Amsterdam – Istanboel (vluchtnummers TK7822 en TK7823). De vluchten kregen te maken met slotrestricties van de luchtverkeersleiding door capaciteitsproblemen in het luchtruim. Ter onderbouwing heeft de vervoerder de vluchtrapporten en de slotberichten overgelegd. Door deze restricties werden de vluchten vertraagd uitgevoerd. De vervoerder kon hier geen invloed op uitoefenen. De vervoerder dient zich te houden aan de besluiten van de luchtverkeersleiding. Als deze besluiten niet waren opgelegd, had de passagier de overstap gehaald, aldus de vervoerder.
4.4.
AirHelp betwist dat er sprake is van buitengewone omstandigheden. De kantonrechter oordeelt als volgt. AirHelp heeft het verweer van de vervoerder niet gemotiveerd betwist. Het verweer van de vervoerder komt daarom als onweersproken vast te staan. Daarnaast heeft de vervoerder voldoende met stukken, en zijn toelichting daarop, aangetoond dat de vlucht in kwestie vertraagd werd uitgevoerd door slotrestricties van de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt.
4.5.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagier te voorkomen. De vervoerder stelt dat hij de passagier heeft omgeboekt en dat hij binnen 24 uur is aangekomen op de eindbestemming. Gelet op de duur van de vertraging kon het economisch gezien niet verlangd worden van vervoerder om de vlucht te annuleren. AirHelp stelt dat de vervoerder onvoldoende buffertijd in de vluchtschema van de passagier heeft gepland. De passagier had een overstaptijd van 55 minuten, terwijl de MCT (‘Minimum Connecting Time’) 60 minuten bedraagt. De vervoerder brengt hier tegen in dat nergens uit blijkt dat de MCT 60 minuten is op luchthaven in Istanboel. De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder moet bij de planning van een vlucht redelijkerwijs rekening houden met het risico op vertraging. In dit kader is een reservetijd van ten minste 20 minuten bovenop de minimale overstaptijd noodzakelijk. In dit geval hebben de buitengewone omstandigheden echter tot een vertraging van 45 minuten geleid. Daarom had de passagier, ook als de vervoerder voldoende reservetijd in acht had genomen, de aansluitende vlucht niet meer kunnen halen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
4.6.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter