Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-18
ECLI:NL:RBNHO:2025:9299
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
5,848 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9311739 \ CV EXPL 21-4419
Uitspraakdatum: 18 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2]wonende te [plaats 2] (Verenigd Koninkrijk)
3. [eiser 3]wonende te [plaats 3] (Slovenië)
4. [eiser 4],
5. [eiser 5],
6. [eiser 6],
7. [eiser 7],
8. [eiser 8],
9. [eiser 9],
10. [eiser 10],
11. [eiser 11],
allen wonende te [plaats 4]
12. [eiser 12],
13. [eiser 13],
beiden wonende te [plaats 5]
14. [eiser 14],
15. [eiser 15], pro se en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger voor zijn minderjarige kinderen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3],
allen wonende te [plaats 6]
16. [eiser 16],
17. [eiser 17],
beiden wonende te [plaats 7]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Easyjet Airline Company Limited
gevestigd te Cardiff (Easyjet)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (bk legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk slotrestricties van de luchtverkeersleiding, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 april 2019 vervoeren van Luton Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht EZY2165 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt op verschillende alternatieve vluchten, waardoor zij met een vertraging van meer dan 3 uur op de eindbestemming zijn aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 april 2019, althans vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 847,00 dan wel begroot op € 756,25 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het nemen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Geneva-Amsterdam-Edinburg-Amsterdam-Londen-Amsterdam (vluchtnummers EZY1353, EZY6924, EZY6923, EZY2166 en EZY2165). De vervoerder voert aan dat de vluchten in deze rotatie vertraagd zijn uitgevoerd door slotrestricties van de luchtverkeersleiding. Vluchten EZY1353, EZY6924 en EZY6923 zijn vertraagd uitgevoerd door slotrestricties van de luchtverkeersleiding. Over vlucht EZY2166 heeft de vervoerder geen toelichting gegeven, maar verwijst naar productie 4 waaruit blijkt dat deze vlucht werd vertraagd voor 58 minuten door vertragingscode 93 en 13 minuten vertraag door vertragingscode 12. De vlucht in kwestie werd ook onderworpen aan meerdere slotrestricties. Uiteindelijk werd de slottijd van de vlucht in kwestie 20:29 uur UTC, waardoor de geschatte aankomsttijd op Schiphol 21:39 uur UTC zou zijn. Dat betekent dat de avondklok van Schiphol geschonden zou worden. De vluchten in deze rotatie kregen allemaal slotrestricties opgelegd vanwege upgrades van het luchtverkeerssysteem. Dit is niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder en de vervoerder heeft hier ook geen controle over.
4.4.
De passagiers betwisten dit. Er was een slot om 20:29 uur toegekend aan de vervoerder, dat betekent dat het toegestaan was voor het toestel om te landen na 21:00 uur. Anders zou de slot niet zijn vrijgegeven. Schiphol is namelijk een 24-uurs luchthaven. Daarnaast geeft de luchthaven op verzoek toestemming aan luchtvaartmaatschappijen om in de nacht te landen en te vertrekken. Ter onderbouwing leggen de passagiers een overzicht over van vluchten die na 21:00 uur UTC op Schiphol zijn geland. De stukken die de vervoerder heeft aangebracht tonen niet aan dat er sprake is van buitengewone omstandigheden. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om de besluiten van de luchtverkeersleiding te overleggen, zoals een NMOC-besluit. Echter verwijst hij enkel naar interne vluchtrapporten, waarin geen slotberichten, EOBT’s (Estimated Off Block Times) en taxitijden zijn opgenomen. De vervoerder heeft bij geen enkele vlucht aangetoond dat er sprake was van een slotrestricties van de luchtverkeersleiding, aldus de passagiers. De passagiers betwisten daarnaast de doorwerking van de vertragingen op de voorgaande vluchten op de vlucht in kwestie, omdat het niet dusdanig lang kan doorwerken. Een vertraging van de ochtend kan niet doorwerken tot de avond. De vlucht in kwestie is ook niet vertraagd door slot restricties, maar is geannuleerd. De passagiers stellen dat de vervoerder zelf de EOBT heeft gewijzigd en dat blijkt volgens hen uit productie 6. Wanneer een slottijd wordt afgegeven mag de vervoerder binnen dat tijdsblok opstijgen. Pas na wijziging van de EOBT zijn er latere slottijden opgelegd. Niet is duidelijk waarom de vervoerder dit heeft gedaan. Het annuleren van de vlucht is kwestie was een operationele keuze. De vervoerder brengt hier tegen in dat het toekennen van een bepaalde slottijd tijd niet betekent dat je toestemming hebt om na de nachtsluiting te mogen landen op luchthaven Schiphol. Met betrekking tot de overige betwistingen verwijst de vervoerder naar de conclusie van antwoord.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat slotrestricties met als gevolg het overschrijden van de nachtsluiting van een luchthaven een buitengewone omstandigheid kan vormen indien de vervoerder aantoont dat hij, gelet op de duur en mate van de restricties, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daar met de door hem overgelegde stukken en (summiere) toelichting daarop niet in is geslaagd. De vervoerder heeft niks gesteld over de vlucht voorafgaande aan de vlucht in kwestie. Ook bij de conclusie van dupliek heeft hij dit niet alsnog toegelicht. Hij heeft wel het vluchtrapport overgelegd, maar het is uitdrukkelijk niet de taak van de kantonrechter om zelfstandig in de stukken te zoeken naar de onderbouwing van het verweer van de vervoerder ten aanzien van de gestelde buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vertragingen van de voorgaande vluchten hebben doorgewerkt op de vlucht in kwestie. Met betrekking tot de vlucht in kwestie heeft de vervoerder de passagiers niet weersproken met betrekking tot de EOBT’s. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden faalt. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
4.6.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.7.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt niet toegewezen vanaf 29 april 2019 omdat vervoerder daarmee nog niet in verzuim is (artikel 6:119 BW). De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2021, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 103,83;griffierecht € 240,00;salaris gemachtigde € 678,00;
nakosten € 135,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9311739 \ CV EXPL 21-4419
Uitspraakdatum: 18 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2]wonende te [plaats 2] (Verenigd Koninkrijk)
3. [eiser 3]wonende te [plaats 3] (Slovenië)
4. [eiser 4],
5. [eiser 5],
6. [eiser 6],
7. [eiser 7],
8. [eiser 8],
9. [eiser 9],
10. [eiser 10],
11. [eiser 11],
allen wonende te [plaats 4]
12. [eiser 12],
13. [eiser 13],
beiden wonende te [plaats 5]
14. [eiser 14],
15. [eiser 15], pro se en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger voor zijn minderjarige kinderen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3],
allen wonende te [plaats 6]
16. [eiser 16],
17. [eiser 17],
beiden wonende te [plaats 7]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Easyjet Airline Company Limited
gevestigd te Cardiff (Easyjet)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (bk legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk slotrestricties van de luchtverkeersleiding, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 april 2019 vervoeren van Luton Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht EZY2165 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt op verschillende alternatieve vluchten, waardoor zij met een vertraging van meer dan 3 uur op de eindbestemming zijn aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 april 2019, althans vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 847,00 dan wel begroot op € 756,25 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het nemen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Geneva-Amsterdam-Edinburg-Amsterdam-Londen-Amsterdam (vluchtnummers EZY1353, EZY6924, EZY6923, EZY2166 en EZY2165). De vervoerder voert aan dat de vluchten in deze rotatie vertraagd zijn uitgevoerd door slotrestricties van de luchtverkeersleiding. Vluchten EZY1353, EZY6924 en EZY6923 zijn vertraagd uitgevoerd door slotrestricties van de luchtverkeersleiding. Over vlucht EZY2166 heeft de vervoerder geen toelichting gegeven, maar verwijst naar productie 4 waaruit blijkt dat deze vlucht werd vertraagd voor 58 minuten door vertragingscode 93 en 13 minuten vertraag door vertragingscode 12. De vlucht in kwestie werd ook onderworpen aan meerdere slotrestricties. Uiteindelijk werd de slottijd van de vlucht in kwestie 20:29 uur UTC, waardoor de geschatte aankomsttijd op Schiphol 21:39 uur UTC zou zijn. Dat betekent dat de avondklok van Schiphol geschonden zou worden. De vluchten in deze rotatie kregen allemaal slotrestricties opgelegd vanwege upgrades van het luchtverkeerssysteem. Dit is niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder en de vervoerder heeft hier ook geen controle over.
4.4.
De passagiers betwisten dit. Er was een slot om 20:29 uur toegekend aan de vervoerder, dat betekent dat het toegestaan was voor het toestel om te landen na 21:00 uur. Anders zou de slot niet zijn vrijgegeven. Schiphol is namelijk een 24-uurs luchthaven. Daarnaast geeft de luchthaven op verzoek toestemming aan luchtvaartmaatschappijen om in de nacht te landen en te vertrekken. Ter onderbouwing leggen de passagiers een overzicht over van vluchten die na 21:00 uur UTC op Schiphol zijn geland. De stukken die de vervoerder heeft aangebracht tonen niet aan dat er sprake is van buitengewone omstandigheden. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om de besluiten van de luchtverkeersleiding te overleggen, zoals een NMOC-besluit. Echter verwijst hij enkel naar interne vluchtrapporten, waarin geen slotberichten, EOBT’s (Estimated Off Block Times) en taxitijden zijn opgenomen. De vervoerder heeft bij geen enkele vlucht aangetoond dat er sprake was van een slotrestricties van de luchtverkeersleiding, aldus de passagiers. De passagiers betwisten daarnaast de doorwerking van de vertragingen op de voorgaande vluchten op de vlucht in kwestie, omdat het niet dusdanig lang kan doorwerken. Een vertraging van de ochtend kan niet doorwerken tot de avond. De vlucht in kwestie is ook niet vertraagd door slot restricties, maar is geannuleerd. De passagiers stellen dat de vervoerder zelf de EOBT heeft gewijzigd en dat blijkt volgens hen uit productie 6. Wanneer een slottijd wordt afgegeven mag de vervoerder binnen dat tijdsblok opstijgen. Pas na wijziging van de EOBT zijn er latere slottijden opgelegd. Niet is duidelijk waarom de vervoerder dit heeft gedaan. Het annuleren van de vlucht is kwestie was een operationele keuze. De vervoerder brengt hier tegen in dat het toekennen van een bepaalde slottijd tijd niet betekent dat je toestemming hebt om na de nachtsluiting te mogen landen op luchthaven Schiphol. Met betrekking tot de overige betwistingen verwijst de vervoerder naar de conclusie van antwoord.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat slotrestricties met als gevolg het overschrijden van de nachtsluiting van een luchthaven een buitengewone omstandigheid kan vormen indien de vervoerder aantoont dat hij, gelet op de duur en mate van de restricties, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daar met de door hem overgelegde stukken en (summiere) toelichting daarop niet in is geslaagd. De vervoerder heeft niks gesteld over de vlucht voorafgaande aan de vlucht in kwestie. Ook bij de conclusie van dupliek heeft hij dit niet alsnog toegelicht. Hij heeft wel het vluchtrapport overgelegd, maar het is uitdrukkelijk niet de taak van de kantonrechter om zelfstandig in de stukken te zoeken naar de onderbouwing van het verweer van de vervoerder ten aanzien van de gestelde buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vertragingen van de voorgaande vluchten hebben doorgewerkt op de vlucht in kwestie. Met betrekking tot de vlucht in kwestie heeft de vervoerder de passagiers niet weersproken met betrekking tot de EOBT’s. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden faalt. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
4.6.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.7.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt niet toegewezen vanaf 29 april 2019 omdat vervoerder daarmee nog niet in verzuim is (artikel 6:119 BW). De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2021, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 103,83;griffierecht € 240,00;salaris gemachtigde € 678,00;
nakosten € 135,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter