Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-25
ECLI:NL:RBNHO:2025:9297
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,869 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10950996 \ CV EXPL 24-1427
Uitspraakdatum: 25 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar jet recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. L. Kloot (LVH advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk slot restricties van de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 25 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport, via Istanboel Havalimani Airport (Turkije) naar Bangkok Suvarnabhumi Airport (Thailand), met vluchtcombinatie TK1952 en
2.2.
De vervoerder heeft vlucht TK1952 van Amsterdam naar Istanboel (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. Hierdoor is de passagier met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Istanboel – Amsterdam – Istanboel (vluchtnummers TK1951 en TK1952). Vlucht TK1951 kreeg een slotrestrictie opgelegd van de luchtverkeersleiding door slechte weersomstandigheden op de luchthaven van aankomst. Hierdoor werd de vlucht vertraagd met 15 minuten. Deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie. Daarnaast kreeg de vlucht in kwestie ook nieuwe slottijden opgelegd in verband met de slechte weersomstandigheden. De vervoerder heeft dit onderbouwd met stukken, met onder meer vluchtrapporten en slotberichten van beide vluchten. Deze omstandigheden dienen gekwalificeerd te worden als buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft geen enkele controle over de besluiten van de luchtverkeersleiding en kan hier geen invloed op uitoefenen. De reden voor het afgeven van een nieuwe slottijd is niet relevant, omdat de vervoerder verplicht is om zich te houden aan de besluiten van de luchtverkeersleiding. Indien er geen nieuwe slottijden waren opgelegd, had de passagier de overstap gehaald, omdat de vervoerder op tijd klaar stond voor vertrek. De vertraging is daarom te wijten aan buitengewone omstandigheden, aldus de vervoerder.
4.4.
AirHelp betwist dit. De vervoerder heeft onvoldoende aangetoond hoe lang de vertragingen duurden en in hoeverre ze hebben doorgewerkt op de vlucht in kwestie. Volgens AirHelp heeft de vervoerder niet duidelijk gemaakt hoe de 15 minuten vertrekvertraging van vlucht TK1951 heeft geleidt tot 1 uur en 26 minuten vertraging van vlucht TK1952. Daarnaast heeft de vervoerder niet voldoende buffertijd ingepland tussen de voorgaande vlucht en de vlucht in kwestie en ook niet in het vluchtschema van de passagier. De passagier had een overstaptijd van 60 minuten, terwijl de minimale overstaptijd in Istanboel ook 60 minuten bedraagt. De vervoerder brengt hier tegen in dat hij door middel van de vluchtrapporten wel voldoende heeft aangetoond hoe de vertraging van vlucht TK1951 doorwerkte op de vlucht in kwestie. Met betrekking tot de buffertijd voert de vervoerder aan dat het economisch onaanvaardbaar is om een buffer midden in de rotatie te plannen. En ten aanzien van een buffertijd van 20 minuten bovenop de minimale overstaptijd voert de vervoerder aan dat het de vertraging van 1 uur en 26 niet op had kunnen vangen.
4.5.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder heeft aan de hand van de toelichting en stukken aangetoond dat de luchtverkeersleiding slot restricties heeft opgelegd aan vluchten TK1951 en TK1952. In dit geval hebben de buitengewone omstandigheden tot een aankomstvertraging van 1 uur en 12 minuten geleid (15 minuten vertraging van de voorgaande vlucht en 57 minuten vertraging door slot restricties van de luchtverkeersleiding). De kantonrechter concludeert daarom dat de passagier de overstap heeft gemist door (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft aangetoond dat hij gereed stond voor vertrek, maar door de slotrestricties van de luchtverkeersleiding niet kon vertrekken. Wanneer de luchtverkeersleiding een slotrestrictie oplegt, heeft de vervoerder niet de mogelijkheid om toch het geplande vluchtplan uit te voeren. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten immers altijd worden opgevolgd en is niet inherent aan de normale bedrijfsuitvoering van een luchtvaartmaatschappij. Daarom gaat het hierbij om (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt.
4.6.
Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder voert aan dat hij klaar stond voor vertrek, maar door de besluiten van de luchtverkeersleiding niet mocht vertrekken. De vervoerder is vertrokken zodra dit mogelijk was. Toen de passagier de overstap had gemist heeft hij hem omgeboekt op de beste en snelste alternatieve vlucht. Er waren geen andere maatregelen die de vervoerder kon nemen. Gelet op de vertragingsduur en de aard van de buitengewone omstandigheden was het inzetten van een ander toestel niet economisch aanvaardbaar. Een annulering en omboeking was eveneens, gelet op het Eglitis-arrest, economisch onaanvaardbaar. De vervoerder moet aan de situatie gepaste maatregelen nemen, die op het tijdstip van de aangevoerde bijzondere omstandigheden technisch en economisch aanvaardbaar zijn.
4.7.
AirHelp betwist dit. De vervoerder had geen enkele buffer ingebouwd in het vluchtschema van de passagier. Dat betekent dat een lichte vertraging van enkele minuten zou betekenen dat de passagier een minimale vertraging van 9 uur zou hebben, omdat er vanaf Istanboel geen eerdere vlucht zou gaan naar de eindbestemming. De vervoerder wist al vroeg in de ochtend dat de passagier de overstap zou missen. Hij had de passagier daarom eerder kunnen informeren en omboeken op een rechtstreekse vlucht van Amsterdam naar Bangkok eind van de middag of op een indirecte vlucht via Frankfurt of Londen. De vervoerder heeft ook niet aangetoond dat dergelijke omboekingsinspanning technisch dan wel economisch onaanvaardbaar zouden zijn. De vervoerder brengt hiertegen in dat van de vervoerder niet verwacht kan worden dat hij een reservetijd van 1 uur en 26 minuten aanhoudt in het vluchtschema van de passagier. Daarnaast kan van de vervoerder niet verwacht worden dat hij midden in de rotatie het toestel enkele uren aan de grond houdt om mogelijke vertragingen op te vangen. Er kan immers nier voorspeld worden hoe lang een vertraging duurt.
4.8.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op de duur van de vertraging is het annuleren en omboeken vanaf Schiphol economisch onaanvaardbaar. In het onderhavige geval is de passagier met 14 uur en 13 minuten vertraging (en dus minder dan 24 uur) op hun eindbestemming aangekomen. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de vervoerder, door de passagier om te boeken naar de eerstvolgende door hemzelf uitgevoerde vlucht, geen redelijk alternatief heeft geboden. AirHelp heeft zelf immers gesteld dat de eerst mogelijke vlucht vanaf Istanboel naar de eindbestemming minimaal 9 uur later zou vertrekken. Met betrekking tot de buffertijd oordeelt de kantonrechter opnieuw dat, ook al had de vervoerder voldoende reservetijd in acht genomen, de passagier zijn aansluitende vlucht niet meer had kunnen halen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
4.9.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter