Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-07-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:9272
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
816 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11091536 \ CV EXPL 24-2818
Uitspraakdatum: 23 juli 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Boothville B.V.
te Maastricht
de eisende partij
gemachtigden: mr. J.N.C. de Kluijver, mr. A.L. Verzijl en mr. B.E. Revelman de Vries
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
Bij tussenvonnis van 28 mei 2025 (hierna: het tussenvonnis) is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft ter uitvoering van dat tussenvonnis een akte genomen.
2De verdere beoordeling
2.1.
De eisende partij heeft aangegeven zich te refereren aan het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van artikel 14.4 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen dan in het tussenvonnis is overwogen. Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 14.4 van de algemene voorwaarden, voor zover dit beding betrekking heeft op de buitengerechtelijke incassokosten.
Wat is toewijsbaar?
2.2.
Gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen met betrekking tot de (pre)contractuele informatieplichten, is een bedrag van € 195,60 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 489,00 * 0,4). De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
2.3.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.Proceskosten
2.4.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 195,60;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 112,99;
griffierecht € 328,00;
salaris gemachtigde € 40,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter