Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-06-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:8923
Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 24/482 en HAA 24/483 uitspraak van de meervoudige kamer van 23 juni 2025 in de zaken tussen [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigden: mr. dr. T.C. Gerverdinck en mr. J.H. Germann), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft op 20 februari 2023 aangiften overdrachtsbelasting gedaan ter zake van de verkrijging van de aandelen [bedrijf 4] B.V. (hierna: [bedrijf 1] BV) en de aandelen [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] BV). Eiseres heeft op 23 februari 2023 de verschuldigde overdrachtsbelasting voldaan. Eiseres heeft op 10 maart 2023 bezwaar gemaakt tegen de betalingen op de aangiften overdrachtsbelasting. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar afgewezen. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2025 te Haarlem. Namens eiseres zijn haar gemachtigden en mr. [naam 1] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] MA, mr. dr. [naam 3] en mr. [naam 4] . Overwegingen Feiten 1. De heer [naam 5] (hierna: [naam 5] ) bezit tot 30 december 2022 alle aandelen in het kapitaal van [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] BV). [bedrijf 3] BV bezit alle aandelen in het kapitaal van [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] BV) en van [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] BV). 2. [bedrijf 1] BV is beherend vennoot in [bedrijf 4] C.V. (hierna: [bedrijf 4] CV) met een belang van 1%. [bedrijf 2] BV is commanditaire vennoot in [bedrijf 4] CV met een belang van 19%. [bedrijf 4] CV bezit één of meerdere onroerende zaken. Op grond van artikel 4, lid 1, letter a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (hierna: WBR) worden de aandelen in [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] BV aangemerkt als fictieve onroerende zaken (hierna: artikel 4 WBR aandelen). 3. De drie kinderen van [naam 5] , te weten [naam 6] (hierna: [naam 6] ), [naam 7] (hierna: [naam 7] ) en [naam 8] (hierna: [naam 8] ) bezitten ieder 33,33% van de certificaten van aandelen (hierna: certificaten A) uitgegeven door [stichting] (hierna: [stichting] ). [stichting] houdt de juridisch eigendom van de aandelen in eiseres. Eiseres bezit alle aandelen in [bedrijf 5] B.V. (hierna: [bedrijf 5] BV). [bedrijf 5] BV is 60% commanditaire vennoot in [bedrijf 4] CV. 4. Het resterende 20% commanditaire belang in [bedrijf 4] CV wordt (direct of indirect) via [bedrijf 6] B.V. (hierna: [bedrijf 6] BV) gehouden door de erven van [naam 9] (hierna: Erven [naam 9] ). Dit resulteert in de volgende uitgangssituatie op 29 december 2022: 5. Op 30 december 2022 heeft [naam 5] tegen uitreiking van certificaten van aandelen met de letteraanduiding H (hierna: certificaten H) de juridische eigendom van zijn aandelen in [bedrijf 3] BV ten titel van beheer overgedragen aan [stichting] De akte van certificering en de administratievoorwaarden van [stichting] ter zake van de certificering van de aandelen [bedrijf 3] BV bepalen - voor zover van belang - het volgende: [stichting] geeft voor elk aandeel [bedrijf 3] BV één certificaat H aan [naam 5] uit met een gelijke nominale waarde; aan de certificaten H is het vergaderrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders van [bedrijf 3] BV verbonden; verkoop van de aandelen [bedrijf 3] BV behoeft toestemming van de certificaathouders H; alle door [stichting] van [bedrijf 3] BV ontvangen inkomsten en (liquidatie)uitkeringen stelt [stichting] onmiddellijk na ontvangst beschikbaar aan de houders van de certificaten H; de certificaathouders H kunnen op elk door hen gewenst moment besluiten tot decertificering, als gevolg waarvan [stichting] de aandelen [bedrijf 3] BV aan de heer [naam 5] overdraagt tegen intrekking van de certificaten H. 6. [stichting] heeft op grond van onderdeel 5.1 van het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 23 ap Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vennootschap verstaan (…) stichting of vereniging zonder een in aandelen verdeeld kapitaal indien deze stichting of vereniging een overeenkomstige functie vervult als de eerstbedoelde vennootschap in het tweede lid. (…) 10. Voor de toepassing van dit artikel worden onder onroerende zaken mede verstaan fictieve onroerende zaken als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, rechten waaraan onroerende zaken of fictieve onroerende zaken zijn onderworpen, alsmede de economische eigendom van deze zaken of rechten.” 16. In de nota van toelichting bij het Besluit van 20 december 2007 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten (Stb. 2007, 573) is over de wijziging van artikel 5b, lid 2, Uitvoeringsbesluit per 1 januari 2008 het volgende opgemerkt: “Algemeen (…) De wijzigingen van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer hangen samen met de wijzigingen van de Wet op belastingen van rechtsverkeer die voortvloeien uit het Belastingplan 2008 en de Overige fiscale maatregelen 2008. Deze zien op de natuurgrondvrijstelling en de vrijstelling bij interne reorganisaties. (…) Artikelsgewijs Artikel IV, onderdeel A (artikel 5b Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer) In het verlengde van de aanpassingen in artikel 4 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer met het oog op constructiebestrijding is artikel 5b, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer aangepast. Om te kunnen spreken van een concern is het daadwerkelijke belang in een vennootschap van doorslaggevende aard. Dit belang dient echter wel vertegenwoordigd te worden door het onmiddellijk of middellijk bezit van aandelen. Door aan te sluiten bij het belang wordt voorkomen dat door het gebruikmaken van bepaalde constructies in juridisch opzicht een concern ontstaat zonder dat hier ook in economisch opzicht sprake van is. ” ( onderstreping rechtbank ) (Stb. 2007, 573, p. 7 en p. 12) 17. Er moet, wil de interne reorganisatievrijstelling van toepassing zijn, sprake zijn van een concern als bedoeld in artikel 5b, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit. Van dit concern zou [stichting] de “topvennootschap” moeten zijn en [stichting] zou het gehele of nagenoeg het gehele belang in zowel de vervreemder ( [bedrijf 3] BV) als in de verkrijger (eiseres) moeten hebben. Het is aan eiseres, die stelt dat de vrijstelling van toepassing is, om aannemelijk te maken dat aan deze voorwaarden is voldaan. Eiseres is hier naar het oordeel van de rechtbank niet in geslaagd. 18. In zijn arrest van 17 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5558 heeft de Hoge Raad als volgt geoordeeld: “3.4.2. Artikel 5b, lid 2, van het Besluit luidde indertijd als volgt: "Onder een concern wordt verstaan een vennootschap waarvan niet alle of nagenoeg alle aandelen onmiddellijk of middellijk in het bezit zijn van een andere vennootschap, te zamen met alle andere vennootschappen waarin zij onmiddellijk of middellijk alle of nagenoeg alle aandelen bezit." 3.4.3. Van bezit van aandelen in de zin van deze bepaling is ook sprake bij bezit van certificaten van aandelen, indien het economische belang bij de aandelen berust bij de houder van de certificaten. ( onderstreping rechtbank ) De bewoordingen van deze bepaling staan een dergelijke uitleg toe, die ook aanvaard is bij diverse andere fiscale regelingen (zie onderdeel 8.12 van de conclusie van de Advocaat-Generaal). De strekking van de bepaling verzet zich hier niet tegen. Uit de Nota van toelichting bij het Besluit van 27 februari 1996, Stb. 144, waarbij artikel 5b van het Besluit is ingevoerd, valt niet af te leiden dat de besluitgever zou hebben bedoeld met de eis van (middellijk) aandeelhouderschap tevens de eis van volledige zeggenschap in de desbetreffende vennootschap te stellen (vgl. HR 18 februari 1998, nr. 33346, LJN AA2451, BNB 1998/178). Opmerking verdient nog dat met ingang van het jaar 2008 in artikel 5b, lid 2, van het Besluit de eis van bezit van aandelen is verva