Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-07-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:8620
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Mondelinge uitspraak
808 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/2729
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 juli 2025 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen
(gemachtigde: B.C. Slijkerman).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woondiensten Enkhuizen uit Enkhuizen (derde-partij).
Procesverloop
Met het bestreden besluit van 6 mei 2025 heeft het college aan derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het verduurzamen en renoveren van 21 woningen aan de Violenstraat 19 t/m 59 en de Piet Smitstraat 79 in Enkhuizen.
Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen strekkende tot het stilleggen van de werkzaamheden in afwachting van de beslissing op bezwaar, teneinde onherstelbare gevolgen te voorkomen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van het college, vergezeld door twee ambtenaren en derde-partij.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening.
De gronden van de beslissing
1. Uit het procesdossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat de werkzaamheden waar de omgevingsvergunning op ziet inmiddels volledig zijn afgerond. Aangezien de werkzaamheden zijn afgerond kan de voorzieningenrechter deze niet meer stilleggen en is er geen sprake meer van spoedeisend bij het treffen van een voorlopige voorziening.
2. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Door te bouwen, zonder te beschikken over een in rechte onaantastbare omgevingsvergunning, heeft derde-partij echter het risico aanvaard dat zij de uitgevoerde werkzaamheden ongedaan moeten maken indien in de bezwaarprocedure zou blijken dat geen omgevingsvergunning verleend mocht worden.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Conclusie
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.L. Pruntel, griffier.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.