Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-07-02
ECLI:NL:RBNHO:2025:8599
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,997 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2025:8599 text/xml public 2026-03-30T08:04:14 2025-07-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-07-02 11134954 \ CV EXPL 24-3574 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:8599 text/html public 2026-03-30T08:03:54 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:8599 Rechtbank Noord-Holland , 02-07-2025 / 11134954 \ CV EXPL 24-3574 Tussen de passagiers en de vervoerder is bij de incheckbalie een discussie ontstaan, waarbij de passagiers intimiderend gedrag hebben vertoond. De gezagvoerder heeft daarna besloten om de passagiers de toegang tot de vlucht te weigeren. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11134954 \ CV EXPL 24-3574 Uitspraakdatum: 2 juli 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], 2. [eiser 2] , beiden wonende te [plaats], eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. F.M. Oudolf tegen de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. L. Kloot 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. De passagiers hebben met Corendon een pakketreisovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 27 juli 2023 vervoeren van Amsterdam Schiphol naar Kos (Griekenland), met vlucht HV307 (hierna: de vlucht). 2.2. Op 6 juni 2023 hebben de passagiers aan Corendon gevraagd of het nierdialyse-apparaat van de passagier sub 1 mee mocht aan boord van het vliegtuig. Corendon heeft hier bevestigend op geantwoord: ‘ Machine mag mee- ik laat het ook melden in de boeking. ’ 2.3. Op de luchthaven bleek de machine (toch) niet aangemeld voor de vlucht. Daarover is vervolgens discussie ontstaan tussen de passagiers en het personeel bij de incheckbalie. Een medewerker van de vervoerder heeft daarover (onder meer) verklaard: “(…) Eindstand hebben de passagiers tegen X lopen schreeuwen en hebben of wouden ze foto’s maken van haar en wouden ze X der naam weten omdat ze het er totaal niet mee eens waren en uit hun plaat gingen bij de check in. Ook vertelde X dat de passagiers aan der keycord heeft getrokken om achter der naam te komen. X wou deze passagiers al weigeren bij de check in vanwege zijn gedrag en vanwege wat hij heeft gedaan mar de passagiers waren snel weggerend naar de gate toe waardoor X ze helaas niet meer konden weigeren bij de check in. Toen ik bij de gate stond heb ik het verhaal verteld aan de purser en aan de cockpit en de cockpit heeft toen besloten dat ze niet mee gaan op de vlucht. (…)” 2.4. De vervoerder heeft de passagiers bij de gate de toegang tot de vlucht geweigerd. 2.5. De passagiers hebben zelf tickets geboekt voor een alternatieve vlucht de volgende dag. 2.6. De passagiers hebben compensatie en schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 2.426,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast vorderen zij veroordeling van de vervoerder in de proceskosten. 3.2. De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de instapweigering moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening nr. 261/2004, hierna: de Verordening). Daarnaast hebben de passagiers als gevolg van de instapweigering extra kosten moeten maken voor bagageopslag op Schiphol (€ 18,00), vervoer van- en naar de luchthaven (€ 61,00) een vervangende vlucht (€ 595,00), een nieuwe transfer naar de accommodatie (€ 50,00) en vervanging van de tas van de passagier sub 2 (€ 60,00). De passagiers stellen dat de vervoerder deze kosten moet vergoeden op grond van artikel 8 en artikel 9 van de Verordening. Ten slotte maken de passagiers aanspraak op € 250,00 p.p. aan smartengeld (artikel 17 van het Verdrag van Montreal en/of artikel 6:162 BW) en € 242,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. 3.3. De vervoerder voert betwist de vordering. Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kern van dit geschil draait om de vraag of de vervoerder de passagiers mocht weigeren op vlucht HV307. Daarover wordt als volgt overwogen. 4.2. In de algemene voorwaarden van de vervoerder is bepaald dat de vervoerder het vervoer van een passagier mag weigeren als de passagier voorafgaand aan de vlucht de veiligheid, de goede orde en/of discipline in gevaar heeft gebracht en de vervoerder redenen heeft om te vermoeden dat dergelijk gedrag zich zou kunnen herhalen tijdens de vlucht. Het is voor de vliegveiligheid van cruciaal belang dat passagiers aanwijzingen van personeel opvolgen om zo de orde en veiligheid aan boord te kunnen bewaken. 4.3. Vaststaat dat tussen de passagiers en de grondmedewerker(s) bij de incheckbalie een discussie is ontstaan over het meenemen van de dialysemachine aan boord. De passagiers hebben aangevoerd dat zij door de botte houding en opstelling van de grondmedewerker(s) in paniek raakten, omdat de machine voor de passagier sub 1 als nierpatiënt van cruciaal belang is. Ondanks het feit dat de passagiers beschikten over een reserveringsbevestiging voor het meenemen van de machine en een betaalbewijs, heeft de grondsupervisor volgens de passagiers geen enkele mate van empathie, service en/of oplossingsgerichtheid getoond. De kantonrechter begrijpt dat deze situatie voor de passagiers erg vervelend is geweest. Dat rechtvaardigt echter niet het gedrag dat zij tegenover de medewerker(s) van de vervoerder hebben vertoond. Het maken van foto’s en video’s van de supervisor, tegen de expliciet en in niet mis te verstane bewoordingen geuite wens om dat niet te doen, alsmede het trekken aan het keycord wordt als intimiderend gedrag aangemerkt. De passagiers hebben betwist zich op deze manier te hebben gedragen, maar hebben die betwisting niet onderbouwd. Het had op hun weg gelegen om de gemaakte opnames in te brengen als bewijs. Nu zij dat hebben nagelaten, is hun betwisting onvoldoende gemotiveerd en staat voldoende vast dat zij zich onbehoorlijk hebben gedragen. 4.4. De gezagvoerder is bevoegd die maatregelen te treffen die hij nodig acht om de vliegveiligheid te waarborgen. Het besluit van de gezagvoerder om de passagiers te weigeren moet door de kantonrechter daarom terughoudend en marginaal worden getoetst. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de gezagvoerder niet in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen. 4.5. De conclusie is dat de weigering is gebaseerd op redelijke gronden en de vervoerder niet schadeplichtig is jegens de passagiers. Dat betekent dat alle vorderingen van de passagiers worden afgewezen en zij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt , te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter