Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-11
ECLI:NL:RBNHO:2025:8519
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,616 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11188305 \ CV EXPL 24-4552
Uitspraakdatum: 11 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Egyptair Airlines Company
kantoorhoudende te Amsterdam
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 31 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam naar Caïro (Egypte), met vlucht MS758 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening op de akte van cessie in voldoende mate overeenkomt met de handtekening van de passagier op zijn paspoort. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp heeft overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt.
4.3.
Vast staat dat de vlucht met 4 uur en 25 minuten vertraging in Caïro is aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.
4.4.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat sprake was van een technisch defect aan de ‘brake accumulator’. Hoewel alle voorgeschreven technische inspecties en onderhoudswerkzaamheden waren uitgevoerd, trad er een fout op die de piloot als verdacht aanmerkte. Nadat de piloot de fout had gemeld bij de luchtverkeersleiding mocht het toestel niet zonder nadere inspectie en goedkeuring vertrekken. Dat heeft tot een vertraging van vier uur geleid.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat een technisch mankement, of een indicatie daarvan, in beginsel moet worden beschouwd als inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van een vervoerder en daarom geen buitengewone omstandigheid oplevert. Dit is slechts anders indien sprake is van een verborgen fabricagefout of schade door sabotage of terrorisme. Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake was. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het defect aan het toestel geen buitengewone omstandigheid oplevert. Ten aanzien van de overige vertraging (25 minuten) heeft de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan.
4.6.
De kantonrechter komt niet toe aan de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om vertraging te voorkomen dan wel te beperken. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.
4.7.
De vervoerder heeft ten slotte nog aangevoerd dat Airhelp hem niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen, doordat zij niet heeft gereageerd op het verzoek van de vervoerder om aanvullende stukken (waaronder een kopie van het identiteitsbewijs van de passagier) aan hem te doen toekomen. De kantonrechter vindt het niet aannemelijk is dat het overleggen van meer stukken door Airhelp in deze zaak een verschil zou hebben gemaakt. De vervoerder heeft zich immers inhoudelijk verweerd met een beroep op buitengewone omstandigheden. De proceskosten komen, gelet op de uitkomst van de zaak, voor rekening van de vervoerder. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 augustus 2023 tot de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 130,00;salaris gemachtigde € 164,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
HvJEU 17 september 2015, C-257/14, ECLI:EU:C:2015:618.