Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-25
ECLI:NL:RBNHO:2025:8518
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,687 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11092043 \ CV EXPL 24-2834
Uitspraakdatum: 25 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],beiden wonende te [plaats],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Aviclaim)rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Singapore Airlines Ltd
gevestigd te Singapore (Singapore)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J. Croon
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 25 april 2022 vervoeren van Amsterdam via Singapore (Singapore) naar Ngurah Rai (Indonesië), met vluchten SQ323 en SQ938.
2.2.
De vlucht van Amsterdam naar Singapore (SQ323, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht SQ938 gemist. Zij zijn omgeboekt naar vlucht SQ944, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging van de vlucht voor de duur van 2 uur en 40 minuten is veroorzaakt door een groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol, en voor 35 minuten door een late tow truck.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de datum van de vlucht sprake was van groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol. Hierdoor ontstonden er extreem lange wachtrijen met vertrekkende passagiers. Als gevolg van het niet op tijd door Schiphol afhandelen van de vertrekkende passagiers bij de security check, kwamen veel passagiers te late aan bij de gate voor hun vlucht. Hoewel de (operationele) keuze van de vervoerder om op verlate passagiers te wachten hem in beginsel niet ontslaat van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren, heeft de vervoerder in dit geval voldoende aannemelijk gemaakt dat afladen van bagage van de niet-verschenen passagiers net zoveel (of zelfs meer) vertraging zou hebben veroorzaakt. Het afladen van ruim 50 stuks bagage zou er namelijk ten eerste toe hebben geleid dat er opnieuw een gewichtsverdelingsberekening van de vlucht gemaakt zou moeten worden, omdat zoveel bagage verwijderen invloed heeft op de belading van de vlucht. Bovendien is de vervoerder voor het afladen van bagage afhankelijk van de faciliteiten van de luchthaven, en had ook de grondafhandeling van Schiphol op de datum van de vlucht te kampen met congestieproblemen. Dit heeft niet alleen tot lange wachtrijen bij het afladen van bagage geleid (meerdere vliegtuigen wilde tegelijk bagage geoffload hebben), maar zorgde er ook voor dat de planning voor het afduwen van vliegtuigen niet meer kon worden nagekomen. De late aankomst van de tow truck is daarvan (eveneens) het directe gevolg geweest. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.
4.4.
De vertraging van de vlucht is vervolgens nog met acht minuten opgelopen door tegenwind. Gesteld noch gebleken is dat de passagiers de aansluitende vlucht evengoed hadden gemist indien enkel deze (niet buitengewone) vertraging zich had voorgedaan.
4.5.
De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. De vervoerder heeft toegelicht dat hij de passagiers heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht naar Ngurah Rai. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers. Daarbij worden zij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter