Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-12
ECLI:NL:RBNHO:2025:8392
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
957 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 11320025 BM VERZ 24-2496 sc
Uitspraakdatum: 12 juni 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] , op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
BeauFin B.V. t.h.o.d.n. Beaufin Bewindvoering & Budgetbeheer,
gevestigd te Amsterdam.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 13 september 2024;
de reactie van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 14 november 2024;
de reactie van de verzoeker, ter griffie ingekomen op 17 januari 2025.
Op 23 april 2025 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 2 juni 2014 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren.
Verzoeker stelt dat zij haar eigen financiën weer wil gaan beheren met hulp van haar nichtje die haar nu al met veel dingen helpt, o.a. met het lezen van brieven. Haar inwonende zoon ondersteunt haar financieel.
De bewindvoerder stelt dat de afgelopen jaren er maandelijks een tekort aan geld was omdat er personen op het adres van verzoeker werden ingeschreven, waardoor verzoekers participatiewetuitkering werd verlaagd en haar huurtoeslag werd gestopt. De inwonende mensen betaalden geen kost en inwoning. Verzoekers uitgaven zijn hoger dan de inkomsten waardoor er geen ruimte is voor leefgeld of een telefoonabonnement. Elke poging om een afspraak met verzoeker te maken, wijst zij af. De bewindvoerder schat in dat verzoeker haar financiën niet zelfstandig kan beheren. Het is de bewindvoerder niet duidelijk of mensen in haar omgeving haar kunnen ondersteunen. De bewindvoerder refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
Gelet op de stukken en de aantekeningen van de mondelinge behandeling zal de kantonrechter het bewind opheffen. Gebleken is dat met verzoeker geen goede samenwerking meer mogelijk is. Daardoor kan aan het bewind geen zinvolle invulling meer worden gegeven. De communicatie met de bewindvoerder verloopt moeizaam omdat verzoeker de bewindvoerder niet goed op de hoogte houdt van wijzigingen in haar situatie en het lukt de bewindvoerder niet om met verzoeker in contact te treden. De bewindvoerder heeft vraagtekens bij verzoekers zelfredzaamheid. Verzoeker is niet bereid een traject te volgen om te werken richting zelfredzaamheid. De kantonrechter ziet op dit moment geen aanleiding om een opvolgend bewindvoerder te benoemen omdat verzoeker aangeeft dat ze hulp krijgt van familie en dat ze zo nodig het sociaal wijkteam zal vragen haar te helpen met haar financiën.
Dictum
De kantonrechter:
heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 2 juni 2014 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [verzoeker] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 248,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter