Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-14
ECLI:NL:RBNHO:2025:8283
Civiel recht
Beschikking
3,765 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11542275 \ EJ VERZ 25-57
Beschikking van 14 april 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. L.M.M. Loerakker,
tegen
[verweerster]
,
te [woonplaats] ,hierna te noemen: [verweerster] ,verwerende partij,
gemachtigde: mr. J.F.M. Kappé,
in de nalatenschap van [erflater] (hierna: erflater)
geboren op [geboortedatum] 1948 te Amsterdam en overleden op 13 april 2022 te Haarlemmermeer, laatstelijk gewoond hebbende te Amsterdam .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;- de brief van 2 april 2025 van [verzoekster] met nadere stukken;- de e-mail van 3 april 2025 van [verweerster] met nadere stukken;
- de mondelinge behandeling van 7 april 2025.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
Erflater en [verzoekster] waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, waarbij elke gemeenschap van goederen was uitgesloten. Erflater had een buitengerechtelijke relatie met [verweerster] .
2.2.
Erflater heeft in zijn testament van 25 mei 2020, bij uitsluiting van zijn dochters uit een vorig huwelijk, [verzoekster] aangewezen als zijn enig (bezwaarde) erfgenaam en [verweerster] als verwachter van zijn nalatenschap. Verder heeft erflater aan [verzoekster] een last opgelegd om aan [verweerster] een lijfrente van € 8.000 per maand toe te kennen.
2.3.
Over de verkrijgingen uit de nalatenschap door [verzoekster] (en door zijn dochters indien zij een beroep doen op hun legitieme portie) heeft erflater in het belang van de rechthebbende een bewind ingesteld. Wat betreft [verzoekster] omdat erflater meent dat zij steun verdient bij het beheer van de nalatenschap en beschermd moet worden tegen invloeden van buitenaf. Als executeur en bewindvoerder heeft erflater [executeur en bewindvoerder 1] (hierna: [executeur en bewindvoerder 1] ) benoemd en als eventuele opvolger [executeur en bewindvoerder 2] (hierna: [executeur en bewindvoerder 2] ). [executeur en bewindvoerder 1] heeft de benoeming in eerste instantie aanvaard.
2.4.
[verzoekster] heeft de nalatenschap van erflater zuiver aanvaard. De dochters van erflater hebben een beroep gedaan op hun legitieme portie.
2.5.
Bij beschikking van 31 maart 2023 is [executeur en bewindvoerder 1] op zijn verzoek ontslagen als executeur en bewindvoerder en is [executeur en bewindvoerder 2] benoemd in die posities.
2.6.
Bij beschikking van 28 februari 2024 is [executeur en bewindvoerder 2] op verzoek van [verzoekster] ontslagen als executeur en bewindvoerder en is [verweerster] benoemd als opvolgend bewindvoerder.
2.7.
Op 14 maart 2024 hebben partijen en de dochters van erflater een vaststellingsovereenkomst getekend over de omvang en de uitbetaling van de legitieme porties.
2.8.
Op 6 juni 2024 [verzoekster] heeft aan [verweerster] volmacht verleend om mede namens haar de nalatenschap te beheren en te beschikken.
2.9.
Op 5 februari 2025 heeft [verzoekster] deze volmacht ingetrokken.
3Het verzoek en het verweer en het tegenverzoek
3.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter om [verweerster] te ontslaan als bewindvoerder en om in haar plaats een opvolgend professioneel bewindvoerder te benoemen en om [verweerster] te veroordelen primair in de werkelijke proceskosten en subsidiair in de forfaitaire proceskosten.
3.2.
[verzoekster] is van mening dat er gewichtige redenen zijn die maken dat [verweerster] moet worden ontslagen als bewindvoerder. [verzoekster] voert – kort weergegeven – aan dat de belangen van partijen lijnrecht tegenover elkaar staan en dat [verweerster] in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van de taken en verplichtingen als bewindvoerder. Volgens [verzoekster] is de verhouding tussen partijen ernstig verstoord geraakt onder meer omdat [verweerster] geen leefgeld meer uitkeert en heeft voorgesteld om de woning van [verzoekster] te verkopen. Verder voert [verzoekster] aan dat [verweerster] zonder overleg contact heeft opgenomen met de Belastingdienst en de Belastingdienst onjuist heeft voorgelicht waardoor de erfbelasting mogelijk € 700.000 hoger uitvalt. Daarbij is sprake van een gebrekkige communicatie en uit de correspondentie van [verweerster] blijkt duidelijk dat het vertrouwen over en weer is verdwenen. Het heeft de voorkeur van [verzoekster] om De Die Financieel Beheer en Bewindvoering B.V. te Amstelveen te benoemen als opvolgend bewindvoerder.
3.3.
[verweerster] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert – kort weergegeven – aan dat de door [verzoekster] gestelde (slechte) verhoudingen tussen partijen en het tegenstrijdige belang onvoldoende redenen zijn om het verzoek toe te wijzen en dat daarvan ook onvoldoende is gebleken. Daarnaast voert [verweerster] aan dat zij haar taak meer dan naar behoren uitvoert. Volgens [verweerster] was het niet verantwoord om leefgeld uit te keren omdat er schulden moesten worden betaald en heeft zij slechts de suggestie gedaan om de woning van [verzoekster] te verkopen omdat deze woning het snelst kon worden verkocht. Verder voert [verweerster] aan dat [executeur en bewindvoerder 2] een onjuiste aangifte heeft ingediend en dat [verzoekster] zonder instemming van [verweerster] en de legitimarissen een herziene aangifte heeft ingediend. [verweerster] is van mening dat [verzoekster] het bewind op alle fronten negeert en dat zij miskent dat [verweerster] het privatieve beheer heeft. Uit het concept-testament blijkt volgens [verweerster] dat het bewind mede is ingesteld in haar belang, als lastbevoordeelde. [verweerster] voert aan dat de verstandhoudingen tussen partijen goed waren totdat de huidige gemachtigde van [verzoekster] erbij werd betrokken.
3.4.
Als tegenverzoek verzoekt [verweerster] om mr. F.R. Sterel (hierna: Sterel ), notaris te Amsterdam als bewindvoerder te benoemen. Volgens [verweerster] is Sterel bekend met het dossier en partijen. Dit zal de nalatenschap financieel ten goede komen althans minder kosten dan wanneer een nieuwe bewindvoerder zich volledig moet inlezen.
3.5.
Op de standpunten van partijen zal, voor zover nodig voor de beoordeling van de zaak, hierna verder worden ingegaan.
Beoordeling
het verzoek om de bewindvoerder te ontslaan wordt toegewezen
4.1.
De kantonrechter ziet aanleiding om het verzoek van [verzoekster] en het tegenverzoek van [verweerster] gelijktijdig te behandelen.
4.2.
Op grond van het bepaalde in artikel 4:164 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de kantonrechter toetsen of sprake is van gewichtige redenen die moeten leiden tot het ontslag van de testamentair bewindvoerder. Met gewichtige redenen wordt bedoeld de situatie dat de bewindvoerder in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen of dat hij ongeschikt is geworden het bewind te voeren. Daarnaast kunnen verstoorde verhoudingen en wantrouwen ook een gewichtige reden zijn voor ontslag als dit is gebaseerd op concrete en objectieve feiten.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak duidelijk sprake is van tegenstrijdige belangen. [verzoekster] is immers enig erfgenaam en heeft de bevoegdheid om de nalatenschap op te maken (‘verteren’) en [verweerster] is de verwachter. Dat heeft tot gevolg dat alles wat minder wordt uitgegeven na overlijden van [verzoekster] naar [verweerster] gaat. Daarin is het belang van [verweerster] gelegen, terwijl voor [verzoekster] van belang is om haar leven op dezelfde levensstandaard voort te zetten. Verder weegt mee dat het bewind is ingesteld om deze belangen van [verzoekster] te beschermen. [verweerster] stelt weliswaar dat erflater met het bewind heeft bedoeld om ook haar belangen als lastbevoordeelde te beschermen en dat dit uit het concept-testament blijkt. Maar dit concept-testament is niet gepasseerd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat.
4.4.
Bovendien heeft [verweerster] ook niet betwist dat sprake is van tegenstrijdige belangen. Zij voert aan dat deze tegenstrijdige belangen [verzoekster] niet hebben weerhouden om [verweerster] te laten benoemen tot bewindvoerder. Maar dat doet niet af aan de aanwezigheid van de tegenstrijdige belangen.
4.5.
Deze tegenstrijdige belangen maken dat er strengere eisen worden gesteld aan het vertrouwen in de bewindvoerder. De kantonrechter overweegt dat het vrij uitzonderlijk is dat [verweerster] als verwachter tot bewindvoerder is benoemd. Dit gevoelige evenwicht tussen bezwaarde en verwachter/bewindvoerder kan alleen worden bewaard als de verstandhouding en de communicatie tussen partijen goed is. Het is de kantonrechter op grond van de stukken en het verhandelde op de zitting gebleken dat hiervan geen sprake is. Niet uitgesloten is dat de omstandigheid dat erflater en [verweerster] een buitengerechtelijk relatie hadden waarvan [verzoekster] , naar haar zeggen geen weet had, hierbij een rol speelt. De keuze die [verweerster] heeft gemaakt om het leefgeld niet langer aan [verzoekster] te betalen, terwijl [verweerster] wel de last/lijfrente van € 8.000 per maand aan zichzelf heeft betaald, is dit evenwicht (ook) niet ten goede gekomen. Daarmee heeft [verweerster] in ieder geval de schijn gewekt dat zij het onder het testamentair bewind vallende erfdeel niet onafhankelijk en uitsluitend in het belang van [verzoekster] beheert. Hetzelfde overweegt de kantonrechter ten aanzien van het voorstel van [verweerster] om de woning van [verzoekster] , waar zij al dertig jaar woont, te willen verkopen teneinde schulden van de nalatenschap te voldoen, daar waar er meerdere huurpanden kunnen worden verkocht. Daarnaast twisten partijen over (de hoogte van) de belastingaangifte en menen zij over en weer dat de ander een schuld van ongeveer € 500.000 aan de nalatenschap heeft. Daarmee is voldoende komen vast te staan dat [verzoekster] hierdoor geen vertrouwen in [verweerster] als bewindvoerder (meer) heeft en dat dit is gebaseerd op concrete en objectieve feiten.
4.6.
Daarom is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen die moeten leiden tot het ontslaan van [verweerster] uit haar functie als testamentair bewindvoerder in de zin van artikel 4:164 lid 2 BW.
4.7.
De kantonrechter zal De Die , voornoemd, benoemen als opvolgend bewindvoerder. [verweerster] heeft geen (inhoudelijk) verweer gevoerd tegen De Die als opvolgend bewindvoerder anders dan dat deze zich moet inlezen en dat dit kosten met zich brengt. De kantonrechter vindt dit geen doorslaggevend argument omdat dit heeft te gelden bij elke opvolgend bewindvoerder. [verweerster] voert aan dat dit niet het geval is bij Sterel omdat hij het dossier al kent. De kantonrechter wijst het verzoek van [verweerster] om Sterel te benoemen echter af omdat er conflicten tussen partijen zijn ontstaan over keuzes die zijn opgenomen in de boedelbeschrijving die ten overstaan van Sterel is opgemaakt. Bovendien heeft De Die zich bereid verklaard en heeft de kantonrechter de indruk dat een frisse blik in deze zaak gewenst is.
4.8.
Op grond van artikel 4:160 lid 1 BW dient de testamentair bewindvoerder die door de kantonrechter is benoemd een afschrift van de boedelbeschrijving in te leveren ter griffie van in dit geval de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam. De testamentair bewindvoerder dient bovendien op grond van artikel 4:161 lid 1 BW, laatste zin, aldus van rechtswege, jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter.
4.9.
Ten overvloede wijst de kantonrechter de te benoemen testamentair bewindvoerder erop dat het testament van erflater en de wetsbepalingen van dwingend recht zoals bepaald in Afdeling 7 van Titel 5 van het BW het regime van het testamentair bewind bepalen. Het vermogen verkregen uit de nalatenschap betreft een afgescheiden vermogen van het overig vermogen van [verzoekster] . Het afgescheiden vermogen dient afzonderlijk te worden geadministreerd en er mag geen vermenging optreden met het overige aanwezige vermogen van [verzoekster] .
4.10.
Volledigheidshalve wijst de kantonrechter er nog op dat [verweerster] op grond van artikel 4:161 lid 1 BW verplicht is om rekening en verantwoording af te leggen, onder meer aan de opvolgend testamentair bewindvoerder.
het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen
4.11.
Aangezien in deze beschikking al een beslissing wordt gegeven over het verzoek van [verzoekster] , is er geen reden meer om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding.
de proceskosten
4.12.
[verzoekster] voert aan dat sprake is van buitengewone omstandigheden op grond waarvan [verweerster] in de (werkelijke) proceskosten moet worden veroordeeld. De kantonrechter ziet hierin – wat daar ook van zij – geen aanleiding om van het in erfrechtzaken gebruikelijke uitgangspunt, inhoudende dat de proceskosten worden gecompenseerd, af te wijken. De kantonrechter zal daarom bepalen dat [verzoekster] en [verweerster] ieder de eigen proceskosten dragen.
5
Dictum
De kantonrechter
5.1.
ontslaat [verweerster] als testamentair bewindvoerder over hetgeen [verzoekster] heeft verkregen uit de nalatenschap van erflater;
5.2.
benoemt De Die Financieel Beheer en Bewindvoering B.V. te Amstelveen tot testamentair bewindvoerder;
5.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2025.
SJ