Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-27
ECLI:NL:RBNHO:2025:8138
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,469 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel / afwijzing
zaak-/rekestnr.: C/15/366610 / FA RK 25-3093
beschikking van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] , [plaats] ( [land] ),
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende in een [accommodatie] ,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. F.M.M.M. Vogels, kantoorhoudende te Amsterdam.
1Procedure
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 juni 2025, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van de gemeente Alkmaar op 23 juni 2025 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
de medische verklaring van 23 juni 2025;
een historisch overzicht van 24 juni 2025;
- het informatierapport Wvggz van de politie van 24 juni 2025;
- een uittreksel uit het curatele- en bewindregister van 24 juni 2025.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 juni 2025, in het gebouw van voornoemde accommodatie.
1.4.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist;
- [verpleging] , verpleging.
1.5.
Tevens is ten behoeve van betrokkene bijstand verleend door een tolk in de [taal] taal.
1.6.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
Beoordeling
2.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz,
kan de rechter op verzoek van de officier van justitie met betrekking tot een persoon
een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester
ten aanzien van deze persoon op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft
genomen.
2.2.
Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt, en met de crisismaatregel het nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast moet de crisissituatie dermate ernstig zijn dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en moet er verzet zijn tegen de zorg als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz.
2.3.
Op basis van het verhandelde ter zitting is het de rechtbank duidelijk geworden dat bij betrokkene sprake is van psychogeriatrische problematiek, te weten de ziekte van Korsakov, die leidt tot het, in de medische verklaring beschreven, ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang en zelfverwaarlozing. Om die reden heeft de officier van justitie in maart 2025 een brief gestuurd aan de advocaat van betrokkene, waarin is aangegeven dat niet langer wordt voldaan aan de wettelijke criteria van de Wvggz voor het verlenen van een zorgmachtiging. Tevens is duidelijk geworden dat de ambulante hulpverlening al maanden probeert om betrokkene, ter behandeling van dit ernstig nadeel, met een maatregel op grond van de Wet zorg en dwang op te nemen in een psychogeriatrische instelling. Er zijn echter onvoldoende plekken beschikbaar. Er is geen sprake van een crisissituatie, en opname en behandeling in de kliniek zullen het beeld van betrokkene bovendien niet doen verbeteren. Vanuit goede bedoelingen wordt geprobeerd betrokkene te beschermen door opname binnen de kliniek en daarmee een overbrugging te bieden naar een plek in een psychogeriatrische instelling. Dat voortzetting van de crisismaatregel in het belang van betrokkene is, zoals de behandelaar ter zitting naar voren heeft gebracht, kan het ontbreken van een wettelijke basis op grond van de Wvggz echter niet repareren.
2.4.
De rechtbank honoreert het verweer van de advocaat en is op grond van de ter zitting verkregen inlichtingen van oordeel dat niet aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging wordt voldaan.
2.5.
Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.C.R.W. VerLoren van Themaat-van der Hoeven, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Groot als griffier en in het openbaar uitgesproken op
27 juni 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 juli 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.