Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-07-15
ECLI:NL:RBNHO:2025:8134
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,793 tokens
Inleiding
Rechtbank noord-holland
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/85
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft met dagtekening 29 februari 2024 aan eiser een aanslag leges opgelegd tot een bedrag van € 1.362,80 in verband met het buiten behandeling stellen van een aanvraag horeca-exploitatievergunning.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 25 november 2024 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de aanslag leges gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2025 te Haarlem.
Eiser is, zonder bericht aan de rechtbank, niet verschenen. De griffier van de rechtbank heeft op 14 april 2025 om 15:02 uur in het digitaal dossier van eiser de uitnodiging voor de zitting geplaatst. Op hetzelfde moment is hiervan een kennisgeving aan eiser gezonden naar het door eiser voor dit doel opgegeven e-mailadres. Omdat de uitnodiging voor de zitting tijdig en op de juiste wijze aan eiser is verzonden, heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting doorgang laten vinden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam] .
Overwegingen
Feiten
1. Eiser heeft op 20 oktober 2023 een aanvraag ingediend ter verkrijging van een horeca-exploitatievergunning, ten behoeve van de exploitatie van een lunchroom in
het pand aan de [adres] in [woonplaats] . Omdat de aanvraag niet compleet was, heeft eiser op verzoek van de afdeling vergunningen op 15 januari 2024 aanvullende gegevens verstrekt.
2. Het afdelingshoofd vergunningen heeft de aanvraag voor de horeca-exploitatievergunning bij besluit van 22 januari 2024 buiten behandeling gesteld omdat ook na ontvangst van de nadere stukken de aanvraag nog steeds niet volledig was.
3. Verweerder heeft op 29 februari 2024 de aanslag leges aan eiser opgelegd.
Geschil
5. Eiser stelt dat de aanslag naar een te hoog bedrag is opgelegd. Hiertoe stelt eiser dat hij zijn onderneming op 31 januari 2024 is gestopt en dat om deze reden de leges alleen voor de maand januari moeten worden berekend.
6. Verweerder stelt dat het bedrag van de leges in rekening is gebracht in verband met het buiten behandeling stellen van een aanvraag horeca-exploitatievergunning in het jaar 2023. De hoogte van de aanslag is een vast bedrag dat ook is bekendgemaakt bij de aanvraag door eiser. De aanslag is dus niet naar een te hoog bedrag opgelegd.
Overwegingen
Juridisch kader
7. Op grond van artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet kunnen rechten (leges) worden geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.
8. De gemeenteraad van de gemeente Zaanstad heeft invulling gegeven aan artikel 229 van de Gemeentewet met de vaststelling van de Verordening op de heffing en invordering van Leges Zaanstad 2023 (hierna: de Verordening).
9. Op grond van artikel 2 van de Verordening worden onder de naam ‘leges’ rechten geheven voor:
a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;
b. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;
een en ander zoals genoemd in deze Verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
10. Op grond van artikel 4, eerste lid, van de Verordening worden de leges geheven naar de maatstaven en tarieven die zijn opgenomen in de bij de Verordening behorende tarieventabel. In de tarieventabel zijn tarieven opgenomen voor verschillende diensten. Uit hoofdstuk 3 (Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn) paragraaf 20 (Horeca) en artikel 6 volgt naar het oordeel van de rechtbank dat wanneer een aanvraag horeca-exploitatievergunning buiten behandeling wordt gesteld, een tarief van € 1.362,80 in rekening wordt gebracht.
11. Niet in geschil is dat eiser een aanvraag horeca-exploitatievergunning heeft ingediend die door verweerder in behandeling is genomen. Dat de aanvraag horeca-exploitatievergunning buiten behandeling is gesteld, maakt het belastbaar feit niet ongedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht leges geheven naar het tarief van € 1.362,80.
12. Eisers stelling dat zijn onderneming op 31 januari 2024 is gestopt en dat om deze reden de leges alleen voor de maand januari moeten worden berekend, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De door eiser aangevoerde omstandigheden zijn, anders dan hij veronderstelt, niet van belang voor de heffing van leges. Het gaat erom dat eiser op 20 oktober 2023 een aanvraag heeft ingediend ter verkrijging van een horeca-exploitatievergunning. Voor het in behandeling nemen van deze aanvraag is op grond van de Verordening leges verschuldigd. Het belastbare feit is dus het in behandeling nemen van de aanvraag; dit staat los van de duur of voortzetting van de onderneming.
Conclusie
13. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard.
Proceskosten
14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Wijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2025.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).