Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-04
ECLI:NL:RBNHO:2025:7946
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,242 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11043057 \ CV EXPL 24-2338
Uitspraakdatum: 4 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Egyptair Airlines Company
kantoorhoudende te Amsterdam
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met BudgetAir.nl een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 15 en 16 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam via Caïro (Egypte) naar Amman (Jordanië), met vluchten MS758 en MS739.
2.2.
De passagiers zijn uiteindelijk met de MS758 en MS739 van 16 en 17 augustus 2023 naar Jordanië gevlogen.
2.3.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de handtekeningen op de aktes van cessie in voldoende mate overeenkomen met de handtekeningen van de passagiers op hun paspoorten. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de passagiers hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp hebben overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt.
4.3.
De vervoerder heeft verder aangevoerd dat de door Airhelp overgelegde boekingsbevestiging van BudgetAir.nl weliswaar ziet op de vlucht(en) MS758 van 15 augustus 2023 en MS739 van 16 augustus 2023, maar dat uit de systemen van de vervoerder niet blijkt dat die boeking door hem is aanvaard. In het PNR wordt slechts gesproken over de vlucht(en) van 16 en 17 augustus 2023. Volgens de vervoerder is het daarom aannemelijk dat de passagiers zelf van de vluchtcombinatie op 15 en 16 augustus 2023 hebben afgezien, en vervolgens zelf een nieuwe boeking voor de vlucht(en) van 16 en 17 augustus 2023 hebben gemaakt.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. Het is aan Airhelp om te stellen en te bewijzen dat sprake is van een annulering in de zin van de Verordening. Het had in de gegeven omstandigheden op de weg van Airhelp gelegen om, bijvoorbeeld, een annuleringsbericht over te leggen. Airhelp heeft geen enkele concrete toelichting gegeven op de gang van zaken rondom de annulering. De kantonrechter is daarom van oordeel dat Airhelp, tegenover het gemotiveerde betoog van de vervoerder, onvoldoende heeft onderbouwd dat de vluchtcombinatie van 15 en 16 augustus 2023 is geannuleerd. De vordering wordt daarom afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Productie 1 bij dagvaarding.
Productie 2 bij conclusie van antwoord.