Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:7555
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,982 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10953461 \ CV EXPL 24-1444
Uitspraakdatum: 23 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
EasyJet Airline Company Limited
gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Kumar
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk restricties van de luchtverkeersleiding waardoor de volgende vlucht het nachtregime van luchthaven Schiphol zou schenden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van AirHelp wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 14 juni 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Geneva-Cointrin Airport (Zwitserland), met vlucht U27867 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Amsterdam – Nice – Amsterdam – Geneva (vluchtnummers EZY1753, EZY1754, EZY7867). Alle drie vluchten liepen vanwege beslissingen van het luchtverkeersbeheer, namelijk gewijzigde slottijden, vertraging op hetgeen blijkt uit de overgelegde stukken. Deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie. Dit leidde ertoe dat de vlucht niet meer uitgevoerd kon worden. Na de vlucht in kwestie was dezelfde bemanning ingepland om vlucht EZY7868 uit te voeren van Geneva naar Amsterdam. Het uitvoeren van die vlucht zou als gevolg hebben dat het nachtregime van luchthaven Schiphol geschonden zou worden. De vervoerder had namelijk geen toestemming om na de nachtsluiting te landen. Indien er geen slottijden waren opgelegd dan was de vlucht voor het nachtregime uitgevoerd worden. Als de vlucht in kwestie wel uitgevoerd zou worden, dan zou de bemanning en het toestel zich buiten de ‘base’ bevinden, namelijk Amsterdam, waardoor de planning van de volgende dag verstoord zou worden. Het nachtregime is niet inherent aan de normale uitoefening van de vervoerder, omdat dit besloten wordt door de luchthaven en niet de vervoerder. De vlucht in kwestie moest daarom geannuleerd worden.
4.4.
AirHelp betwist dit. Zij stelt dat de annulering een operationele keuze was van de vervoerder en hij wel kon landen op luchthaven Schiphol. Zij heeft als productie een overzicht overgelegd van andere vluchten die na 23:00 uur (lokale tijd) gepland stonden om te landen. Het is dus niet komen vast komen te staan dat er een nachtregime was op luchthaven Schiphol, aldus AirHelp. Daarnaast had de vlucht in kwestie geen last van het nachtregime, dus de vlucht had volgens planning kunnen vertrekken. Het nachtregime is inherent aan de normale uitoefening van de vervoerder, dus de vervoerder hoorde hier rekening mee te houden. Daarom is er geen sprake van een buitengewone omstandigheid.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder in dit geval voldoende heeft onderbouwd dat de vertraging werd veroorzaakt door de beperkingen van de luchtverkeersleiding. Als een vlucht een beperking krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft deze niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden gevolgd. De vervoerder heeft hier geen invloed op. Echter heeft de vervoerder niet voldoende onderbouwd waarom de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden. De vlucht daarna was namelijk onderworpen aan het nachtregime van luchthaven Schiphol, niet de vlucht in kwestie. Het annuleren van de vlucht was dus een operationele keus. Er is daarom geen sprake van een buitengewone omstandigheid. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van AirHelp wordt toegewezen.
4.6.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2023, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 130,00;salaris gemachtigde € 164,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter