Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:7554
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,206 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10768218 \ CV EXPL 23-7039
Uitspraakdatum: 23 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Royal Air Maroc
gevestigd te Casablanca (Marokko)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten)
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de door de passagier gevorderde hoofdsom. De kantonrechter ziet echter aanleiding om de passagier te veroordelen in de proceskosten, omdat sprake is van rauwelijks dagvaarden. De vordering van de passagier wordt daarom (gedeeltelijk) toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 25 juni 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Ibn Batouta, Tanger (Marokko), met vlucht AT1643 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 72,60 althans een in redelijke justitie door uw rechtbank te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Ook verzoekt de passagier de kantonrechter om een certificaat af te geven als bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening).
3.3.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist (een deel van) de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft primair betwist dat de passagier haar eventuele vorderingen van de (geldig) aan Yource B.V. heeft overgedragen. De handtekening op de ‘assignment form’ van de passagier wijkt te veel af van die op haar paspoort, aldus de vervoerder.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat Yource B.V. heeft bewezen dat de passagier haar eventuele vorderingen aan Yource B.V. heeft overgedragen. De handtekening op de akte van cessie komt in voldoende mate overeen met de handtekening van de passagier op haar paspoort. Hierbij neemt de kantonrechter tevens in aanmerking dat Yource B.V., ook een nieuwe volmacht, boekingsbewijs en een kopie paspoort van de passagier heeft overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat Yource B.V. heeft aangetoond dat zij een vorderingsrecht heeft.
4.4.
De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de door de passagier gevorderde hoofdsom, zodat deze zal worden toegewezen.
4.5.
Ten slotte stelt de vervoerder dat hij rauwelijks is gedagvaard. De vervoerder stelt dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt omdat de passagier een procedure hadden kunnen voorkomen door op de juiste wijze een volledig dossier aan te leveren (via het webformulier op zijn website). De gemachtigde van de passagier heeft echter op 12 juli 2022 en 2 september 2022 aanmaningen namens de passagier verstuurd naar een e-mailadres van de vervoerder. De gemachtigde van de passagier heeft een automatische bericht ontvangen met het verzoek om, indien het gaat om een nieuwe claim, het webformulier op zijn website te gebruiken. De vervoerder begrijpt dat de passagier wel de webformulier heeft ingevuld en verstuurd, maar de vervoerder betwist deze te hebben ontvangen. Indien hij deze wel had ontvangen, dan had hij de claim in behandeling genomen. De gemachtigde van de passagier heeft dit ook niet onderbouwd met bewijsstukken. Nu zij de claim niet via het webformulier heeft ingediend, komt dat voor risico van de gemachtigde van de passagier. Zij gaf ook aan dat de webformulier het niet doet, maar geeft ook voorbeelden van zaken waarin het afdoen van een zaak via het webformulier te lang duurt. De gemachtigde van de passagier heeft de vervoerder daarom niet in de gelegenheid gesteld om de vordering buiten rechte af te doen. Bij de conclusie van dupliek heeft de vervoerder aangevoerd dat de overgelegde aanmaningen bij de dagvaarding niet voorzien waren van de bijbehorende stukken, zodat hij niet in staat was om de claim te beoordelen.
4.6.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De gemachtigde van de passagier heeft niet met stukken onderbouwd dat zij een de aanmaning naar het e-mailadres van de vervoerder heeft verzonden en de vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat deze aanmaning hem heeft bereikt. Daarom ligt het op de weg van de gemachtigde van de passagier om aan te tonen dat de aanmaning de vervoerder heeft bereikt. De kantonrechter oordeelt dat de zij daar niet in is geslaagd. De omstandigheid dat er via het e-mailadres van de vervoerder automatische antwoorden worden verstuurd, betekent niet dat de e-mails die op dat e-mailadres binnenkomen ook worden gelezen. De gemachtigde van de passagier heeft zelf ook aangetoond dat zij het webformulier vaker heeft gebruikt in andere zaken, maar zij heeft onvoldoende onderbouwd dat zij dit in dit geval heeft gedaan. Daarom heeft de passagier met haar werkwijze en proceshouding, waarbij zij op geen enkele wijze heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen.
4.7.
De kantonrechter ziet daarom aanleiding om niet de vervoerder maar de passagier conform het liquidatietarief te veroordelen in de proceskosten, nu zij deze kosten nodeloos heeft veroorzaakt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
4.8.
De gevorderde afgifte van het certificaat als bedoeld in artikel 53 van de Brussel I bis-Verordening wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een EU-lidstaat en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2022, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter