Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-10
ECLI:NL:RBNHO:2025:7520
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,123 tokens
Inleiding
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/6780
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
en
het hoofd Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 24 juli 2024 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 april 2025. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2] . Ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Dictum
De rechtbank:
₋ verklaart het beroep gegrond;
₋ vernietigt de uitspraak op bezwaar;
₋ vernietigt de naheffingsaanslag;
₋ geeft verweerder opdracht aan eiseres het betaalde griffierecht (€ 51) te vergoeden.
Overwegingen
1. Op [datum] stond de auto van eiseres geparkeerd aan de [straat] te Zandvoort. Met een betaalapp op haar mobiele telefoon heeft eiseres de ter zake verschuldigde parkeerbelasting willen voldoen. De gemeente Zandvoort heeft aan eiseres echter een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Tijdens de behandeling van haar bezwaar tegen die naheffingsaanslag concludeerde eiseres dat zij op haar betaalapp een verkeerde parkeerzone moet hebben aangeklikt, namelijk een zone gelegen in de gemeente Bloemendaal. Eiseres had dus parkeerbelasting voldaan in de verkeerde gemeente.
2. De grens tussen de gemeente Zandvoort en de gemeente Bloemendaal loopt over de [straat] en aan beide zijden van deze gemeentegrens geldt het regime betaald parkeren.
3. Eiseres meent dat de naheffingsaanslag niet mocht worden opgelegd omdat zij parkeerbelasting heeft voldaan aan Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (GBKZ), het samenwerkingsverband dat belastingen heft en int voor de gemeenten Bloemendaal én Zandvoort. Ook vindt eiseres dat ‘de boete niet in verhouding staat tot het foutje dat ze heeft gemaakt.’
4. Verweerder stelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Eiseres heeft de verschuldigde parkeerbelasting niet voldaan aan de gemeente waar zij haar auto had geparkeerd. Een automobilist moet de juiste parkeerzone kiezen als hij gebruik maakt van een betaalapp voor parkeerbelastingen en als hij betaalt aan de verkeerde gemeente of voor een verkeerde parkeerzone, dan komt dat voor zijn risico.
5. De rechtbank overweegt dat een gemeente die parkeerbelasting heft ervoor moet zorgen dat de verplichting om die belasting te betalen voldoende kenbaar is, en dat er voldoende mogelijkheden zoals goed functionerende parkeerautomaten zijn om de verschuldigde belasting te voldoen. Een van de betaalmogelijkheden waarvan de automobilist gebruik kan maken is de parkeerapp op zijn mobiele telefoon. Verschillende markpartijen adverteren met het gemak van hun betaaldienst: ‘nooit meer op zoek naar een parkeerautomaat, na het parkeren met één druk op de knop direct naar je bestemming, nooit meer te veel betalen want je betaalt alleen voor de werkelijke parkeertijd.’ Op de automobilist rust een onderzoeksplicht naar de plaatselijke regels omtrent parkeren, en hij is gehouden de parkeerbelasting te voldoen met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. Een slecht GPS-signaal kan bij de gebruiker van een parkeerapp de verkeerde indruk wekken dat hij zich in een andere gemeente of tariefzone bevindt. Verweerder stelt dat het voor rekening en risico van de automobilist komt als hij met de betaalapp aan de verkeerde gemeente of voor een verkeerde zone parkeerbelasting voldoet. De vraag rijst of deze verdeling van risico’s en verantwoordelijkheden correct is. Naar het oordeel van de rechtbank is de aanname van verweerder juist als vaststaat dat de informatie die de parkeerapp aan de automobilist verschaft betrouwbaar is. Is die informatie niet betrouwbaar, dan horen de gevolgen daarvan - zoals het betalen voor een verkeerde zone of aan een verkeerde gemeente - voor rekening van de gemeente te komen (zie ook HR 5 juni 2020 ECLI:NL:HR:2020:1014).
6. Tijdens het onderzoek op de zitting is geen informatie bekend geworden op basis waarvan de betrouwbaarheid van een parkeerapp objectief kan worden vastgesteld. Dit in contrast met andere elektronische apparatuur die wordt gebruikt om de plichten van burgers vast te stellen zoals de snelheidsradar of het ademanalyseapparaat waarvoor ijkrapporten zijn voorgeschreven. Er bestaan belangrijke verschillen tussen advertentieteksten van parkeerapps en het verweerschrift. Volgens de advertentie hoeft men ‘nooit meer op zoek naar een parkeerautomaat,’ terwijl de automobilist volgens het verweerschrift ‘altijd moet controleren of de parkeerzone waar hij parkeert overeenkomt met de parkeerzone die verschijnt in de parkeerapp.’ Tijdens het onderzoek op de zitting is niet bekend geworden of door of namens de gemeente (kwaliteits-) eisen zijn geformuleerd waaraan de parkeerapps en de uitingen van aanbieders van parkeerapps moeten voldoen, en hoe die eventueel luiden.
7. Daar komt bij dat op de dag van de zitting nog zes vergelijkbare zaken zijn behandeld. In drie van deze zeven vergelijkbare zaken is parkeerbelasting betaald in Bloemendaal terwijl de parkeeractie in Zandvoort plaatsvond, en in vier gevallen was het andersom: betalen in Zandvoort voor parkeren in Bloemendaal. Deze zeven automobilisten hebben met elkaar gemeen dat zij allemaal parkeerbelasting hebben voldaan. Kennelijk komt het regelmatig voor dat een gezagsgetrouwe automobilist via de parkeerapp in de verkeerde gemeente belasting voldoet. Deze verdeling van drie om vier geeft niet het beeld dat een van deze aangrenzende gemeenten daardoor in betekenende mate in een financieel belang wordt getroffen.
8. In dit geval is niet vast te stellen of de gebruikte parkeerapp juiste en betrouwbare informatie heeft verschaft. Evenmin is vast te stellen verweerder voldoende zorgvuldigheid heeft betracht door (kwaliteits-) eisen op te leggen aan de aanbieders van parkeerapps. Onder deze omstandigheden is het niet correct om het risico van een onjuiste betaling van parkeerbelasting bij eiseres te leggen. De naheffingsaanslag is daarom ten onrechte opgelegd, en de overige klachten van eiseres behoeven geen behandeling meer.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding omdat gesteld noch gebleken is dat eiseres kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. Wel dient verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Snitker, rechter, in aanwezigheid van H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
de naam en het adres van de indiener;
de datum van verzending;
een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
e redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).