Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:7496
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,087 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/337725-21 (P)
Uitspraakdatum: 24 juni 2025
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 juni 2025 in de zaak tegen:
[naam verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. J.A. Zwinkels en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. M.G. van Wijk, advocaat te Hoorn, naar voren hebben gebracht.
1Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.primairhij op of omstreeks 2 december 2021 te Volendam, gemeente Edam-Volendam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 943 hennepplanten, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair
één of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 2 december 2021 te Volendam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten: 943 hennepplanten, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf verdachte op of omstreeks 2 december 2021 te Volendam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen het pand aan de [adres B] voor de teelt/het kweken en/of het daar aanwezig hebben van hennepplanten ter beschikking te stellen;
2.primairhij in of omstreeks de periode van 25 februari 2021 tot en met 2 december 2021 te Volendam, althans in Nederland, (meermalen), tezamen en in vereniging, althans alleen, een hoeveelheid elektrische stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen hoeveelheid elektrische stroom onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 25 februari 2021 tot en met 2 december 2021 te Volendam, althans in Nederland, (meermalen), tezamen en in vereniging, althans alleen, een hoeveelheid elektrische stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die een of meer onbekende personen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen hoeveelheid elektrische stroom onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk het pand aan de [adres B] voor die diefstal ter beschikking te stellen;
3.primairhij in of omstreeks de periode van 30 december 2020 tot en met 2 december 2021 te Volendam, gemeente Edam-Volendam, althans in Nederland, (meermalen) een hoeveelheid water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan PWN, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen hoeveelheid water onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 30 december 2020 tot en met 2 december 2021 te Volendam, gemeente Edam-Volendam, althans in Nederland (meermalen) een hoeveelheid water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan PWN, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen hoeveelheid water onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door opzettelijk het pand aan de [adres B] voor die diefstal ter beschikking te stellen.
2Voorvragen
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de zaak, de officier
van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
3Standpunten van partijen
3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten. Daarbij gaat de officier van justitie ten aanzien van de onder 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten ervan uit dat de diefstallen in vereniging zijn gepleegd, zodat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en daarnaast een taakstraf voor de duur van 180 uren.
3.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht de verdachte integraal vrij te spreken van de hem ten laste gelegde feiten, omdat er geen bewijs is dat de verdachte wetenschap had van het bestaan van de hennepkwekerij.
4Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat zij niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan vaststellen dat de verdachte wetenschap had van de op de bovenverdieping van zijn bedrijfspand aanwezige hennepkwekerij en/of dat ten behoeve van die kwekerij illegaal stroom en water werd afgenomen. Evenmin acht de rechtbank bewezen dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er hennep op de verhuurde bovenverdieping zou worden geteeld. Het feit dat in een ander verhuurd pand van de verdachte een hennepdrogerij is ontdekt, is daarvoor onvoldoende. Ten aanzien van de impliciet ten laste gelegde overtredingsvariant van hennepteelt, geldt dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de feitelijke macht over de hennepplanten had. De rechtbank zal de verdachte dan ook integraal vrijspreken.
Dictum
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.L. Hoogstraate, voorzitter,
mr. T. de Bont en mr. M. Rigter, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Maerman,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juni 2025.