Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-25
ECLI:NL:RBNHO:2025:7347
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,177 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11200829 \ CV EXPL 24-4760
Uitspraakdatum: 25 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth, Verenigd Koninkrijk
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum)
De zaak in het kort
AirHelp heeft namens een passagier compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk verstoringen in het Europese luchtruim vanwege slechte weersomstandigheden en een militaire oefening. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van AirHelp wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 22 en 23 juni 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Mumbai, India.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht BA441 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 600,-.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
4.3.
De vervoerder stelt dat de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden vanwege militaire oefeningen in het Duitse luchtruim en slechte weeromstandigheden in Amsterdam. Hierdoor heeft de luchtverkeersleiding beperkingen ingesteld. Deze beperkingen leverden vertragingen op de luchthaven van Londen op, die gedurende de dag opliepen. Rondom de geplande vertrektijd van de vlucht in kwestie waren vrijwel alle vluchten ofwel geannuleerd ofwel vertraagd. Om de chaos en de vertragingen van andere vluchten te beperken, heeft de vervoerder een aantal vluchten moeten annuleren, waaronder de vlucht in kwestie. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder naar verschillende rapporten.
4.4.
AirHelp betwist dit. Zij voert aan dat de luchtverkeersleiding geen beperkingen aan de vlucht in kwestie heeft opgelegd. Daarnaast blijkt uit de producties dat de overige vluchten wel (zij het vertraagd) uitgevoerd konden worden. Ten slotte betwist zij dat er sprake was van slechte weersomstandigheden.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat een capaciteitsbeperking een buitengewone omstandigheid kan zijn als de vervoerder aantoont dat hij, vanwege de duur en de mate van de beperkingen, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht in kwestie over te gaan. De vervoerder heeft voldoende onderbouwd dat er op de datum van de vlucht sprake was van verstoringen in het Europese luchtruim, slechte weeromstandigheden en beperkingen van de luchtverkeersleiding. Daarnaast heeft hij voldoende onderbouwd dat hij daarom vluchten moest annuleren om de drukte op te vangen en de vertragingen van andere vluchten zo te kunnen verminderen. De vervoerder heeft daarbij toegelicht dat hij heeft gekozen om specifiek deze (rotatie)vlucht te annuleren omdat het ging om een korte afstandsvlucht en een route die meerdere malen per dag wordt uitgevoerd. Dit maakte het makkelijker om de passagiers van de vlucht om te boeken naar een alternatieve vlucht. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee voldoende onderbouwd dat er een aantal vluchten geannuleerd moesten worden vanwege de verstoringen en dat de vlucht in kwestie daar een van was. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft hier ook geen invloed op. Dit betekent dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
4.6.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging als gevolg van de annulering te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt dat hij de omstandigheden waardoor de vlucht werd geannuleerd niet kon voorkomen, maar dat hij de passagier na de annulering van de vlucht heeft omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming. AirHelp betwist dit. De kantonrechter begrijpt dat zij aanvoert dat er eerdere alternatieve vluchten beschikbaar waren.
4.7.
Het betoog van AirHelp slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft zij onvoldoende gemotiveerd betwist dat de passagier is omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming. Ze heeft immers niet aangegeven welke eerdere vlucht er beschikbaar was. De enkele betwisting is daarom, zonder nadere motivering, die ontbreekt, onvoldoende. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Dit betekent dat de vordering van AirHelp zal worden afgewezen.
4.8.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proces- en nakosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.