Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-02
ECLI:NL:RBNHO:2025:715
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Tussenuitspraak
1,035 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11346202 \ CV EXPL 24-2704
Uitspraakdatum: 2 januari 2025
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap LM Flex B.V.
gevestigd te Arnhem
eiseres
gemachtigde: mr. M.G. Kuijpers
tegen
[gedaagde] h.o.d.n. [Taxi]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
procederend in persoon
1Het procesverloop
1.1.
Eiser heeft bij dagvaarding van 24 september 2024 een vordering tegen gedaagde ingesteld. Omdat gedaagde niet in de procedure is verschenen, heeft de kantonrechter verstek verleend.
1.2.
Per e-mail van 25 oktober 2024 is gedaagde in verzet gekomen. Hiermee heeft gedaagde het verstek gezuiverd. Ondanks dat gedaagde daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft gedaagde geen antwoord ingediend.
Beoordeling
2.1.
Voordat de kantonrechter toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak, stelt de kantonrechter het volgende vast.
2.2.
Eiseres vordert in haar dagvaarding de volgende kosten:
- opleidingskosten € 2.550,08 (inclusief btw);
- huur gereedschap € 442,10 (inclusief btw); en
- schade gereedschap € 138,99 (inclusief btw)
Totale vordering € 3.131,17 (inclusief btw).
2.3.
Verder stelt eiseres in haar dagvaarding bepaalde kosten te willen verrekenen, te weten:
- door gedaagde verrichte werkzaamheden € 1.225,51 (inclusief btw); en
- retour borg gehuurd voertuig € 375,00 (inclusief btw).
2.4.
Eiseres stelt vervolgens dat gedaagde een bedrag van € 1.225,51 van haar te vorderen heeft en dat, na verrekening van de onderlinge vorderingen tussen partijen, een bedrag van € 1.098,92 resteert. De kantonrechter kan deze berekening niet volgen. Het verschil tussen de vordering van eiseres van € 3.131,17 en het te verrekenen bedrag van € 1.600,51 (€ 1.225,51 plus € 375,00) bedraagt immers € 1.530,66.
2.5.
Verder is het onduidelijk hoe eiseres tot het uiteindelijk gevorderde bedrag van € 2.992,18 is gekomen. Onder punt 4 van de dagvaarding stelt zij dat gedaagde een vergoeding ter hoogte van € 2.701,78 aan eiseres verschuldigd is en onder punt 20 van de dagvaarding staat dat tot op heden het volledige bedrag van € 1.098,92 nog openstaat.
2.6.
De kantonrechter stelt ook vast dat de in de dagvaarding genoemde bedragen niet stroken met het in productie 7 opgenomen overzicht van de openstaande posten en de sommatie van productie 9 waarbij ook onduidelijk is waarom een bedrag van € 290,40 in mindering wordt gebracht op het totaal. Tot slot stelt de kantonrechter vast dat eiseres ten onrechte btw lijkt te vorderen over de gevorderde vergoeding van schade aan gereedschap.
2.7.
Om tot een goed oordeel te komen in de zaak, draagt de kantonrechter eiseres op om zich bij akte uit te laten over de opbouw en de hoogte van haar vordering en daarbij in te gaan op hetgeen hiervoor is overwogen.
2.8.
Ook dient eiseres zich uit te laten over de bevoegdheid van de kantonrechter in Zaanstad. Onder punt 29 van de dagvaarding heeft zij immers gesteld dat de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, bevoegd is van de zaak kennis te nemen.
2.9.
De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak voor de hiervoor vermelde doelen naar de rolzitting van donderdag 30 januari 2025 te 10.00 uur.
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter