Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-11
ECLI:NL:RBNHO:2025:6429
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,940 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10918959 \ CV EXPL 24-887
Uitspraakdatum: 11 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Pegasus Hava Tasimaciligi Anonim Sirketi
gevestigd te Istanbul, Turkije
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. P. Frühling (HFW)
De zaak in het kort
AirHelp heeft namens een passagier compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder stelt dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking vanwege slechte weersomstandigheden. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van AirHelp wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 26 januari 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Istanbul, Turkije, met vlucht PC1252 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van een bedrag van € 400,-.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
4.3.
Volgens de vervoerder was de annulering van de vlucht het gevolg van een capaciteitsbeperking op de luchthaven van Istanbul. Op de vluchtdatum werden sneeuw, ijzel en koude temperaturen verwacht. Daarop hebben de luchthavenautoriteiten besloten om het aantal vluchten preventief met 10% te verminderen. De vervoerder was verplicht om zich hieraan te houden. Daarom heeft de vervoerder besloten om onder meer de vlucht in kwestie te annuleren. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar een verslag van een vergadering van een comité van de luchthaven en een lijst met vluchten die hij heeft geannuleerd.
4.4.
AirHelp betwist niet dat de annulering van de vlucht het gevolg was van de capaciteitsbeperking. Wel betwist zij dat dit een buitengewone omstandigheid is. De kantonrechter begrijpt dat zij aanvoert dat de vlucht ook met vertraging had kunnen worden uitgevoerd en dat de vervoerder ervoor heeft gekozen om specifiek deze vlucht te annuleren.
4.5.
De vervoerder heeft daarop toegelicht dat hij door de luchthaven verplicht werd om 10% van zijn vluchten te annuleren. Hij was aan deze beslissing gebonden. Weliswaar heeft hij er vervolgens voor gekozen om, onder meer, de vlucht in kwestie te annuleren, maar als hij dat niet had gedaan, had hij een andere vlucht moeten annuleren, aldus de vervoerder.
4.6.
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd vanwege een capaciteitsbeperking op de luchthaven van Istanbul. De kantonrechter overweegt dat een capaciteitsbeperking een buitengewone omstandigheid kan zijn als de vervoerder aantoont dat hij, vanwege de duur en de mate van de beperkingen, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder daar in dit geval in is geslaagd. Hij heeft voldoende onderbouwd dat er vanwege de capaciteitsbeperking een aantal vluchten geannuleerd moesten worden en dat de vlucht in kwestie daar één van was. AirHelp heeft daarentegen onvoldoende concreet gemaakt dat het ook mogelijk was om de vlucht met vertraging uit te voeren. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft hier ook geen invloed op. Dit betekent dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
4.7.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt dat het niet mogelijk was om een andere vlucht in te zetten vanwege de capaciteitsbeperking. Ook kon hij de annulering niet voorkomen. AirHelp heeft dit niet betwist. Daarom staat als onbetwist vast dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Dit betekent dat de vordering van AirHelp zal worden afgewezen.
4.8.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.