Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-06-11
ECLI:NL:RBNHO:2025:6321
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11568397 \ CV EXPL 25-830 NE Vonnis van 11 juni 2025 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. V.A. van Turnhout, tegen [gedaagde] , H.O.D.N. [bedrijf] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. De zaak in het kort Deze zaak gaat over de vraag of het door een aannemer geleverde en geïnstalleerde warmtesysteem beantwoordt aan de overeenkomst dan wel of het werk van de aannemer gebreken vertoont. De opdrachtgever heeft dit voor wat betreft het ontbreken van beugels en een broekstuk aangetoond door middel van een rapport van een installatiebedrijf. Voor het overige heeft de opdrachtgever onvoldoende aangetoond dat het warmtesysteem onveilig is of sprake is van gebreken. De opdrachtgever heeft de aannemer in de gelegenheid gesteld het vastgestelde gebrek te herstellen, maar heeft daar niet aan voldaan. De aannemer is dus in verzuim gekomen en is daarom dat deel van de herstelkosten verschuldigd aan de opdrachtgever. Omdat beide partijen op punten in het ongelijk zijn gesteld, moeten partijen ieder de eigen proceskosten dragen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 25 februari 2025 - het mondeling antwoord - het tussenvonnis van 23 april 2025 - de mondelinge behandeling van 19 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Partijen sluiten op 18 juni 2022 een overeenkomst voor het demonteren van de bestaande cv-ketel en het plaatsen van een nieuwe warmte-installatie (een combiketel en hybride warmtepomp). 2.2. [gedaagde] levert en installeert de combiketel op 1 juli 2022. 2.3. Op 21 november 2022 verzoekt [eiser] om bij de installatie van de warmtepomp in de kast waar de cv-ketel ook de verdelers te vervangen vanwege de aanwezigheid van roest. 2.4. [gedaagde] levert en installeert de hybride warmtepomp met buitenunit en vervangt een verdeler in december 2022. 2.5. Op 7 januari 2023 meldt [eiser] dat het op twee plaatsen bij buizen in de kast van de cv-ketel lekt. Op 12 januari 2023 meldt [eiser] dat het ook bij een andere buis lekt. [gedaagde] komt vervolgens langs om de leidingen aan te draaien. 2.6. Op 19 april 2024 meldt [eiser] in twee e-mails aan [gedaagde] dat een monteur van Installatiebedrijf [naam] , die werkzaamheden uitvoerde voor de vervanging van de vloerverwarming, gebreken aan de installatie en het leidingwerk heeft geconstateerd. De gebreken bestaan volgens [eiser] uit een door [gedaagde] aangelegde buis die is verroest, de rookgasbuis die lekt en waardoor koolmonoxide kan ontsnappen en een ventilatiekanaal dat niet is aangesloten naar buiten. 2.7. [gedaagde] komt op 1 mei 2024 langs en inspecteert de gestelde gebreken. 2.8. De partner van [gedaagde] laat op 6 mei 2024 aan [eiser] weten dat geen sprake is van gebreken, maar van onderhoudswerkzaamheden die om de zoveel tijd nodig zijn bij een warmtepomp. 2.9. [eiser] laat op 13 mei 2024 aan [gedaagde] weten dat zij geen vertrouwen meer heeft in [gedaagde] en zij vanwege de gevaarlijke situatie heeft besloten herstel van de gebreken door een derde te laten uitvoeren en de kosten daarvan op [gedaagde] te verhalen. 2.10. Op verzoek van [eiser] stelt Installatiebedrijf [naam] op 5 juli 2024 een rapport op van de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden. 2.11. Installatiebedrijf [naam] brengt op 13 juni 2024 voor het vervangen van de rookgasafvoer en verschillende aanpassingen € 1.163,33 inclusief btw bij [eiser] in rekening. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert een verklaring van recht dat [gedaagde] tekort is geschoten omdat de geleverde en geïnstalleerde cv-ketel niet beantwoordt aan de overeenkomst (subsidiair dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst) en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de herstelkosten van - na wijziging Daarop heeft [eiser] niet meer gereageerd. De kantonrechter zal daarom uitgaan van de juistheid van het verweer van [gedaagde] dat hij de cv-ketel in overeenstemming met het informatieboekje van Remeha heeft geïnstalleerd. 4.6. De conclusie is dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat het geïnstalleerde systeem vanwege de open installatie onveilig is en daarom niet beantwoordt aan de overeenkomst of dat het werk van [gedaagde] op dit punt een gebrek vertoont. Broekstuk en beugels 4.7. [gedaagde] is niet ingegaan op het met een rapport van Installatiebedrijf [naam] onderbouwde standpunt van [eiser] dat ten onrechte een broekstuk ontbrak. Daarom wordt van de juistheid daarvan uitgegaan. 4.8. Over het ontbreken van de beugels stelt [gedaagde] eveneens dat dit een installatiekeuze is en dat beugelen voor 2023 niet verplicht was. Tijdens de zitting heeft [eiser] echter onweersproken verklaard dat in het informatieboekje van Remeha staat “Om een veilig gebruik te waarborgen moeten de inlaat/afvoerleidingen stevig aan de muur worden bevestigd met de speciale bevestigingsbeugels. Als de rookgasleidingen de luchttoevoermaterialen niet volgens de instructies geïnstalleerd worden (bijv. geen stevige en correcte bevestiging), kan dit leiden tot gevaarlijke situaties en/of lichamelijk letsel.” . Op basis van het door [gedaagde] aan [eiser] verstrekte informatieboekje mocht [eiser] verwachten dat de leidingen met beugels aan de muur worden bevestigd. Dit geldt temeer omdat het beugelen korte tijd na de installatie van het warmtesysteem ook verplicht is gesteld en waarover destijds al discussie was. 4.9. De gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst wat betreft het ontbreken van een broekstuk en beugels niet aan de overeenkomst beantwoordt, is daarom toewijsbaar. Roestvorming buizen 4.10. Vastgesteld kan worden dat op twee plekken sprake was van lekkage aan een leiding. Dat heeft [eiser] onderbouwd met WhatsApp-berichten en foto’s waarop is te zien dat druppels aan een leiding hangen. Ook kan worden vastgesteld dat [gedaagde] een verdeler heeft vervangen en leidingen heeft aangedraaid. Dat daarna de druk van de cv-ketel opnieuw terugliep en sprake was van nieuwe lekkage als gevolg van het werk van [gedaagde] , is niet onderbouwd. 4.11. Op de overgelegde foto’s is roestvorming op een leiding te zien. [eiser] heeft de leidingen vanwege deze roestvorming laten vervangen, maar zij heeft niet onderbouwd dat de roestvorming maakt dat sprake is van een onveilig warmtesysteem. In de e-mail van 19 april 2024 heeft [eiser] de gebreken die volgens haar door de monteur van Installatiebedrijf [naam] zijn geconstateerd benoemd, waaronder de roestvorming. Vervolgens heeft zij Installatiebedrijf [naam] verzocht daarvan een rapport uit te brengen, maar daarin wordt niets over roestvorming vermeld. Als dit leidt tot een onveilige situatie, zoals [eiser] stelt, had dat wel voor de hand gelegen. Dat enige roestvorming op leidingen kan leiden tot een onveilige situatie kan niet zonder meer worden vastgesteld. Dit betekent dat [eiser] niet heeft aangetoond dat op [gedaagde] een herstelverplichting rustte. Verzuim 4.12. [gedaagde] betwist dat aan hem een herstelgelegenheid is gegeven. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat hij niet in verzuim is komen te verkeren. [eiser] heeft [gedaagde] echter op 19 april 2024 via twee e-mails in gebreke gesteld. Na afloop van de in deze e-mails vermelde hersteltermijnen is [gedaagde] op 1 mei 2024 in de gelegenheid gesteld de gestelde gebreken te herstellen. Na een inspectie heeft [gedaagde] echter de woning van [eiser] verlaten, waarna hij op 6 mei 2024 heeft laten weten dat het gaat om onderhoudswerkzaamheden, welke hij tegen betaling wil uitvoeren. [gedaagde] is op dat moment in verzuim komen te verkeren. Herstelkosten 4.13. Omdat [gedaagde] niet heeft voldaan aan zijn herstelverplichting ten aanzien van het broekstuk en de beugels en hij in verzuim is komen te verkeren, moet hi