Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-05
ECLI:NL:RBNHO:2025:6190
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,236 tokens
Dictum
[verdachte],
geboren op [geboortedatum en -plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. Berbee advocaat te Den Helder, (Postbus 1011, 1780 EA Den Helder)
Feiten
Namens de verdachte heeft de raadsman op 6 maart 2025 de rechter-commissaris verzocht een onderzoekshandeling te verrichten, te weten het opdracht geven aan de officier van justitie tot het laten opstellen van een NIFP-rapportage door een psycholoog.
De rechter-commissaris heeft bij beslissing van 20 maart 2025 het verzoek afgewezen.
Procedure
Het bezwaarschrift is op 3 april 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 22 mei 2025 het bezwaar in besloten raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de verdachte, mr. Berbee voornoemd en de officier van justitie op zitting gehoord.
Bezwaar
Het bezwaar richt zich tegen de weigering van de rechter-commissaris om de door de verdachte gewenste onderzoekshandeling te verrichten, te weten het opdracht geven aan de officier van justitie tot het laten opstellen van een NIFP-rapportage, zoals geadviseerd in het Pro Justitia consult van 19 februari 2025 opgesteld door [naam], GZ-psycholoog.
Namens de verdachte is aangevoerd dat advies van een psycholoog nodig is om de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte in de strafzaak te kunnen vaststellen. Het aangedragen en door de rechter-commissaris overgenomen alternatief dat [instelling] (waar de verdachte overigens nog geen intakegesprek heeft gehad) over de verdachte zou kunnen rapporteren, naast dat wat zijn vader en moeder over hem hebben aangegeven en wat de verdachte zelf over zijn persoon kan verklaren, acht de raadsman in dit verband onvoldoende. De raadsman wijst er daarbij op dat [instelling] immers geen onderzoek doet naar de aanwezigheid van eventuele beperkingen, gebrekkige ontwikkeling en toerekeningsvatbaarheid. Ook de reclassering doet hier geen onderzoek naar.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie concludeert tot ongegrondverklaring van het bezwaar en verwijst voor de onderbouwing van dat standpunt naar de beslissing van de rechter-commissaris van 20 maart 2025. De officier van justitie gaat ervan uit dat de reclassering en [instelling] in staat zijn om te adviseren over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
De verdenking tegen de verdachte omvat twee feiten, te weten ontucht met een 15-jarige, (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam en bezit van kinderporno.
Op 19 februari 2025 heeft [naam], GZ-psycholoog een consult-rapportage uitgebracht. Daarin geeft hij onder meer aan dat het dossier aanwijzingen bevat voor een stoornis in het autisme-spectrum, een aandachtdeficiëntiestoornis en aanzienlijk intellectuele beperkingen, mogelijk in de zin van een lichte verstandelijke beperking. Verder zijn er sterke aanwijzingen voor middelenproblematiek in de vorm van een stoornis in het gebruik van GHB. Er is aanleiding om te denken dat de emotionele leeftijd van de verdachte dichter bij de leeftijd van aangeefster ligt dan bij zijn kalenderleeftijd en dat hij op basis van zijn meervoudige problematiek - en onder invloed van excessief middelengebruik GHB - belemmerd werd in zijn vermogen om de interactie tussen hem en een minderjarig kwetsbaar meisje adequaat te beoordelen, zijn (seksuele) impulsen te controleren en zich af te laten remmen door morele overwegingen. Om tot een solide, actuele diagnostische beoordeling te komen en om de toerekeningsvatbaarheid en delictsgevaarlijkheid te beoordelen, heeft [naam] geadviseerd een enkelvoudig psychologisch onderzoek te laten opmaken.
Gelet op de inhoud van de consult-rapportage en met name waar het gaat om de beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde onderzoekshandeling moet worden toegewezen, nu gebleken is dat het uitvoeren hiervan van belang kan zijn voor de te beantwoorden vragen van de artikelen 348 en 350 Sv.
Het voorgaande betekent dat de rechtbank het bezwaarschrift gegrond zal verklaren.
Dictum
De rechtbank
- verklaart het bezwaarschrift gegrond;
- vernietigt de beslissing van de rechter-commissaris van 20 maart 2025;
- geeft aan de officier van justitie de opdracht een NIFP-rapportage van een psycholoog te laten opstellen, zoals geadviseerd in de Pro Justitia consult-rapportage van 19 februari 2025 van [naam], GZ-psycholoog.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.E. Francke, voorzitter,
mrs. C.H. de Jonge van Ellemeet en V.J.A. de Weerd, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier D.H. Geuze,
en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.