Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:611
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,939 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/359081 / JU RK 24-1702
Datum uitspraak: 10 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
verblijvende in [plaats] ,
advocaat: mr. J.H.F. Overkleeft, kantoorhoudende te Hoorn,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
[de pleegmoeder] ,
hierna te noemen: de pleegmoeder,
wonende in [plaats] ,
[de pleegvader]
,
hierna te noemen: de pleegvader,
wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 november 2024;
het e-mailbericht van de vader van 16 december 2024;
het verslag van Odion van 17 december 2024;
het e-mailbericht van de pleegmoeder aan de GI van 19 december 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de pleegmoeder;
- [vertegenwoordiger van de GI] , de gezinsmanager van de GI.
1.3.
De vader is, met bericht van afwezigheid, niet verschenen.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijke gezag over [de minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van 15 juli 2024 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van twaalf maanden, tot 15 juli 2025. Ook is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend in een netwerkpleeggezin, te weten bij de oom en tante moederszijde, met ingang van 15 juli 2024 tot 15 januari 2024. Deze beschikking is hersteld op 29 augustus 2024, waarbij de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing is verbeterd in: 15 januari 2025.
2.3.
[de minderjarige] verblijft in het netwerkpleeggezin en heeft omgang met de ouders.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek brengt de GI in het verzoekschrift het volgende naar voren.
[de minderjarige] heeft een belast verleden waarbij zij getuige en slachtoffer was van huiselijk geweld. Toen [de minderjarige] bij de pleegouders ging wonen had zij overgewicht. Inmiddels heeft zij een gezond gewicht. Zij ontwikkelt zich bij de pleegouders en op school overigens ook nog steeds goed. De pleegouders zijn in staat haar de structuur te bieden die zij nodig heeft.
[de minderjarige] is aangemeld voor traumatherapie en diagnostisch onderzoek. De ouders zijn aangemeld voor het traject NIKA. Dit alles zal plaatsvinden bij Bijlink. In januari 2025 zal hiervoor een intakegesprek plaatsvinden.
De ouders hebben om de week (begeleide) omgang met [de minderjarige] . [de minderjarige] ervaart veel spanning van deze bezoeken. Dit uit zich in boosheid, niet luisteren, niet tot handelen komen (zoals eten, schoenen aandoen, haren kammen), ineens in huilen uitbarsten en liegen dat ze dingen wel of niet gedaan heeft. Als [de minderjarige] in een situatie komt die spanning oplevert, valt zij weer terug in haar ontwikkeling. Zij heeft dan een volwassene nodig die haar letterlijk weer bij de hand pakt en haar begeleidt. [de minderjarige] moet weer basisvertrouwen krijgen in volwassenen en heeft veel behoefte aan duidelijkheid en voorspelbaarheid.
De vader wil niet met de GI in gesprek over het verloop van de omgang. Ook komt de vader niet op afspraken zoals gesprekken met de speltherapeut of naar overleggen met alle betrokkenen. De moeder verblijft nog bij haar ouders. Omdat de moeder nog niet zelfstandig woont is er nog geen zicht op haar opvoedvaardigheden, zoals het begrenzen en omgaan met boze buien van [de minderjarige] .
De uithuisplaatsing moet verlengd worden omdat de ontwikkelingsbedreigingen nog niet zijn weggenomen. [de minderjarige] staat nog op de wachtlijst voor traumabehandeling. Er is nog geen zicht op of de ouders kunnen aansluiten bij wat [de minderjarige] nodig heeft in haar ontwikkeling. De GI wil de komende tijd ook kijken wat de ouders nodig hebben om in het belang van [de minderjarige] samen te kunnen werken.
3.3.
Tijdens de zitting heeft de GI hieraan het volgende toegevoegd.
Na de omgang bij de moeder wordt inmiddels minder spanning gezien bij [de minderjarige] . Zodra het NIKA traject start zal de hechtingsituatie tussen de ouders en [de minderjarige] onderzocht worden. De hoop is dat ook de vader daaraan meewerkt. De speltherapie zal op termijn worden vervangen door traumatherapie.
De laatste omgang met de vader op 17 december 2024 is niet goed verlopen volgens Odion (die de omgang begeleidt). Ook na de omgang was [de minderjarige] nog zeer onrustig volgens de pleegmoeder. Een daarna geplande omgang met de vader heeft niet kunnen plaatsvinden omdat de vader het niet eens was met de locatie van de omgang, de duur van de omgang en de begeleiding door de desbetreffende Odion-medewerker. De samenwerking tussen de GI en de vader is niet goed.
4De standpunten
4.1.
De moeder heeft tijdens de zitting, aan de hand van een brief die is overgelegd ter zitting, verklaard dat zij het afgelopen halfjaar heel hard aan zichzelf en aan de omgang met [de minderjarige] heeft gewerkt. De moeder is hierin enorm gegroeid. Omdat de moeder nog geen eigen plek had, heeft zij haar doelen niet kunnen realiseren. Eind januari 2025 krijgt de moeder een eigen woning. Door middel van de trainingen en ondersteuning van Odion en NIKA hoopt de moeder verder te groeien en op termijn de zorg van [de minderjarige] weer te kunnen overnemen.
4.2.
In zijn e-mailbericht van 16 december 2024 aan de rechtbank schrijft de vader dat hij het snapt dat de uithuisplaatsing verlengd wordt. De vader geeft aan dat hij geen vertrouwen heeft in de jeugdzorgwerker en in de hulpverlener van Odion en vraagt om een andere gezinsmanager. Ook wil de vader dat [de minderjarige] naar een gezin gaat dat geen familie is.
4.3.
De pleegmoeder heeft tijdens de zitting verklaard dat [de minderjarige] na de omgang sneller tot rust komt. Na het incident op 17 december 2024 is er wel meer onrust ontstaan bij hen in de thuissituatie. Desgevraagd heeft de pleegmoeder verklaard dat [de minderjarige] sinds half december 2023 bij haar in huis woont.
Beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. De redenen die hebben geleid tot de uithuisplaatsing, zoals verwoord in de beschikking van 15 juli 2024 zijn nog onverkort aanwezig. [de minderjarige] is uithuisgeplaatst bij het netwerkpleeggezin omdat er grote zorgen waren over de opvoedsituatie bij de ouders. Bij het netwerkpleeggezin laat zij een positieve groei zien in haar ontwikkeling. Deze plek moet – anders dan is verzocht door de vader – dan ook geborgd worden totdat duidelijk wordt waar het opgroeiperspectief van [de minderjarige] ligt en de hulpverlening voor [de minderjarige] en de ouders goed op gang is gekomen. Op dit moment zijn de opvoedvaardigheden van de ouders nog niet voldoende duidelijk geworden, mede omdat de omgang met de ouders beperkt is geweest en de moeder geen eigen woning had. De komende periode zal in het kader van de ondertoezichtstelling gewerkt worden aan een verdere opbouw van de omgang, het inzetten van de diagnostiek en traumabehandeling voor [de minderjarige] en het traject van NIKA voor de ouders. De machtiging tot uithuisplaatsing zal in het licht van het voorgaande verlengd worden zoals verzocht.
5.2.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.3.
Voor zover de vader in zijn e-mailbericht zijn ongenoegen heeft geuit over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de ondertoezichtstelling door deze specifieke jeugdbeschermer en hij vervanging van de jeugdbeschermer wenst, stelt de kinderrechter vast dat dit buiten de omvang van dit geding valt en daarom buiten beschouwing is gelaten bij de te nemen beslissing.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 15 juli 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2025, in aanwezigheid van mr. N. van Lede-Terhaar sive Droste als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld en getekend op 14 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.
Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.