Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-21
ECLI:NL:RBNHO:2025:6098
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,100 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/364610 / JU RK 25-571
Datum uitspraak: 21 mei 2025
Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering te Velserbroek,
hierna te noemen: het LDH,
over
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
hierna tezamen ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. T.A. Bruins, kantoorhoudende te Aerdenhout,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna tezamen met de moeder ook te noemen: de ouders,
advocaat mr. J.C. van den End, kantoorhoudende te Amsterdam,
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers te Haarlem,
hierna te noemen: de JGB.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de verzoekschriften met bijlagen van 23 april 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
het e-mailbericht van de vader van 20 mei 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 mei 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de advocaat van de vader;
het LDH, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] ;
de JGB, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De vader is, zonder afmeldbericht, niet ter zitting verschenen.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven met de moeder bij de grootouders moederszijde (mz).
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 27 januari 2025 zijn [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 27 januari 2026.
3Het verzoek
3.1.
Het LDH verzoekt de kinderrechter om het LDH, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de JGB en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Het LDH heeft het verzoek mondeling en schriftelijk als volgt toegelicht. Er is sprake van een complexe echtscheiding tussen de ouders, wat niet onder de expertise en doelgroep valt van het LDH. De JGB is wel gespecialiseerd in deze problematiek en zij heeft zich bereid verklaard de zaak over te nemen. Desgevraagd heeft het LDH aangegeven dat er sinds de ondertoezichtstelling een gesprek heeft plaatsgevonden met Planet Young.
4De standpunten
4.1.
Namens en door de moeder is naar voren gebracht dat zij zich niet verzet tegen het verzoek, al betreurt zij de overdracht naar de JGB. De moeder verwijt het de JGB dat zij de zaak overneemt terwijl er nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, zodat de moeder hoopt dat daarin snel verandering komt. De moeder meent namelijk dat de hulpverlening te lang op zich laat wachten, terwijl er sprake is van een zeer zorgelijke situatie waarin spoedig hulp nodig is. De moeder wil geïnformeerd worden over de hulpverleningsplannen, wat tot op heden niet is gebeurd. Zij staat open voor het contactherstel met de vader, mits dat begeleid wordt.
4.2.
De vader heeft per e-mailbericht kenbaar gemaakt dat hij meent dat er spoedig specialistische hulpverlening moet worden ingezet en onderzoek moet plaatsvinden. Hoewel ter zitting van 27 januari 2025 de noodzaak werd benadrukt van het spoedig opstarten van hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling, heeft het LDH nog altijd nauwelijks actie ondernomen. Ook heeft het LDH volgens de vader onjuiste informatie opgenomen in haar verslaglegging. De vader heeft er veel verdriet van dat hij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] al langere tijd niet heeft gezien en hij hoopt dat de situatie spoedig verandert.
4.3.
Namens de vader is ter zitting naar voren gebracht dat de vader niet ter zitting is verschenen, met name om zijn energie en (gebrekkige) gezondheid te sparen voor het hulpverleningstraject. De vader is het eens met het verzoek, omdat er sprake is van een zeer zorgelijke situatie waarin spoedig hulpverlening moet worden ingezet. Hoe langer actie uitblijft, hoe schadelijker het is voor de kinderen.
4.4.
De medewerker van de JGB heeft naar voren gebracht dat hij de zaak oppakt totdat er een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, wat nu nog onduidelijk is. De JGB ziet in dat er spoedig hulpverlening moet worden ingezet, zodat de medewerker van de JGB zich ervoor inzet het intakeproces sneller te laten verlopen.
5De mening van [de minderjarige 1]
5.1.
begrijpt dat er hulpverlening nodig is, onder andere om hem te helpen bij het verwerken van de gebeurtenissen in zijn leven.
Beoordeling
6.1.
Op grond van artikel 1:259 BW kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft, vervangen door een andere gecertificeerde instelling, op verzoek van de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft, de Raad voor de Kinderbescherming, een met het gezag belaste ouder of de minderjarige van twaalf jaar of ouder.
6.2.
Op basis van de stukken en de zitting is naar het oordeel van de kinderrechter vast komen te staan dat het LDH, die nu belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, moet worden vervangen door de JGB. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is sprake van complexe echtscheidingsproblematiek tussen de ouders, waarin het LDH niet gespecialiseerd is. In het kader van de ondertoezichtstelling is het van belang dat er een gecertificeerde instelling betrokken wordt die wel gespecialiseerd is in deze problematiek, zoals de JGB. De huidige situatie is schrijnend. Het contact tussen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en de vader is al langere tijd verbroken. Ook is er nog geen hulpverlening is ingezet voor de traumaverwerking van de kinderen. Dit, terwijl [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] al bijna vier maanden onder toezicht zijn gesteld. Het is daarom noodzakelijk dat er spoedig een vaste jeugdbeschermer wordt ingezet vanuit de JGB, zodat de jeugdbeschermer de ouders kan begeleiden en de nodige hulpverlening inzet en borgt.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
vervangt de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering door de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025 door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier, en op schrift gesteld op 4 juni 2025.