Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-28
ECLI:NL:RBNHO:2025:5921
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,757 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
zaak-/rekestnr.: C/15/362208 / FA RK 25-881 (zorg- en vakantieregeling) en C/15/363715 / FA RK 25-1671 (provisionele voorziening ex 223 Rv)
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 28 mei 2025
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. T.M. Coppes, kantoorhoudende te Aerdenhout,
tegen
[de vader]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. J.L Scheltens, kantoorhoudende te Haarlem.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedures blijkt uit:
Zaak C/15/362208 / FA RK 25-881 (zorg- en vakantieregeling)
- het verzoek, met bijlagen, van de moeder ingekomen op 19 februari 2025;
- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 25 april 2025;
- het verweer, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de vader ingekomen op 25 april 2025;
- de brief, met bijlage, van de advocaat van de vader van 25 april 2025;
- het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 27 april 2025.
Zaak C/15/363715 / FA RK 25-1671 (provisionele voorziening ex 223 Rv)
- het verzoek, met bijlagen, van de moeder ingekomen op 1 april 2025;
- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 25 april 2025;
- het verweer, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de vader ingekomen op 25 april 2025;
- de brief, met bijlage, van de advocaat van de vader van 25 april 2025;
- het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 27 april 2025.
1.2.
De behandeling van beide zaken heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 april 2025 in aanwezigheid van partijen, de moeder bijgestaan door mr. T.M. Coppes en de vader door mr. J.L. Scheltens.
De advocaat van de moeder heeft ter zitting een pleitnota overgelegd.
De Raad voor de Kinderbescherming was uitgenodigd als informant, maar is niet verschenen.
Feiten
2.1.
Partijen hebben tot oktober 2023 een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2.
Het minderjarige kind van partijen is:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
De vader heeft [de minderjarige 1] op [datum] erkend. De ouders hebben van rechtswege gezamenlijk het gezag over [de minderjarige 1] . De hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] is bij de moeder.
2.3.
De ouders geven uitvoering aan de volgende zorgregeling:
[de minderjarige 1] verblijft bij de vader:
In week 1:
- van dinsdag uit de opvang tot woensdagochtend;
- van vrijdagochtend tot zondag 17.00 uur;
In week 2:
- van dinsdag uit de opvang tot woensdagochtend;
- van vrijdagochtend tot zaterdagochtend;
In week 3:
- van dinsdag uit de opvang tot woensdagochtend;
- van vrijdag 17.00 uur tot maandag naar de opvang;
In week 4:
- van maandag uit de opvang tot woensdagochtend;
- van vrijdagochtend tot zaterdagochtend;
[de minderjarige 1] gaat nu op maandag en dinsdag naar de opvang. Sinds januari 2025 haalt de vader [de minderjarige 1] op dinsdagochtend van de opvang, vlak nadat de moeder [de minderjarige 1] naar de opvang heeft gebracht. In week 4 brengt de vader [de minderjarige 1] helemaal niet naar de opvang.
2.4.
De vader is ook de vader van [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] .
3Het verzoek
Zaak C/15/362208 / FA RK 25-881 (zorg- en vakantieregeling)
3.1.
De moeder heeft verzocht te bepalen:
I. Dat er een reguliere regeling zorgregeling zal bestaan als volgt:
Oneven weken
• Maandag: overdag opvang en daarna moeder
• Dinsdag: overdag opvang en daarna vader
• Woensdag: de vader brengt [de minderjarige 1] tussen 8.15 en 8.45 uur naar de moeder
• Donderdag: [de minderjarige 1] is bij de moeder
• Vrijdag: moeder brengt [de minderjarige 1] tussen 8.15 en 8.45 uur naar de vader
• Zaterdag: [de minderjarige 1] is bij de vader
• Zondag: vader brengt [de minderjarige 1] tussen 16.45 en 17.15 uur naar de moeder
Even weken
• Maandag: overdag opvang en daarna de moeder
• Dinsdag: overdag opvang en daarna vader
• Woensdag: vader brengt [de minderjarige 1] tussen 8.15 en 8.45 uur naar de moeder
• Donderdag: [de minderjarige 1] is bij de moeder
• Vrijdag: de moeder brengt [de minderjarige 1] tussen 8.15 en 8.45 uur naar de vader
• Zaterdag: de vader brengt [de minderjarige 1] tussen 8.15 en 8.45 uur naar de moeder
• Zondag: [de minderjarige 1] is bij de moeder
Waarbij de ouders met behulp van een professional met elkaar afspraken zullen maken over de reguliere zorgregeling vanaf het moment dat [de minderjarige 1] naar de basisschool zal gaan, tot wanneer de door de rechtbank te bepalen zorgregeling zal gelden.
II. Er een vakantieregeling zal zijn als volgt:
2025 ( [de minderjarige 1] 2 jaar)
• Voorjaar: 5 dagen / 5 nachten
• Zomer: 10 dagen / 9 nachten
• Najaar/winter: 6 dagen / 5 nachten
2026 ( [de minderjarige 1] 3 jaar)
• Voorjaar: 7 dagen / 6 nachten
• Zomer: 12 dagen / 11 nachten
• Najaar/winter: 7 dagen / 6 nachten
2027 ( [de minderjarige 1] 4 jaar, gaat naar school)
• Meivakantie: 7 dagen/ 7 nachten, voor elke ouder
• Zomer: 14 dagen / 13 nachten, voor elke ouder andere weken lopen door in de gewone regeling
• Kerstvakantie: verdeling van de twee weken, maar de kerstdagen zoals hierna aangegeven
• Overige vakanties: lopen door in het gewone schema
III. Dat er voor de kerstdagen en oud/nieuw de volgende regeling zal gelden:
Kerst: kerstavond (hele dag) en eerste kerstdag bij vader, 2e en 3e kerstdag bij moeder
Oud en nieuw: om de beurt (oudjaar vanaf sluiting opvang) t/m nieuwjaarsdag 17.00 uur.
Oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader.
IV. Dat lange weekenden zoals die van Hemelvaart, Pasen en Pinksteren, alsmede koningsdag doorlopen volgens het reguliere schema
Vaderdag bij de vader, Moederdag bij de moeder, vanaf 8.30 uur.
V. Dat vakanties en overige dagen die afwijken van het normale rooster worden niet gecompenseerd.
3.2.
De moeder heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het, nu [de minderjarige 1] zo jong is, in zijn belang is om kortere en frequentere contactmomenten met de ouders te hebben, waarbij de moeder als primaire hechtingsfiguur steeds de meeste zorg voor [de minderjarige 1] heeft gehad. Daarom heeft de moeder vanaf het begin af aan de zorgregeling willen opbouwen, die langzaam, naar leeftijd van [de minderjarige 1] , kan worden uitgebreid naar een regeling waarbij [de minderjarige 1] langer achter elkaar bij elke ouders is en er minder wisselingen hoeven plaats te vinden, dan wel dat de wisselingen gedeeltelijk via school zullen gaan.
Vanaf de geboorte van [de minderjarige 1] heeft de moeder goede en stabiele zorg gegeven en was zij ook de stabiele factor voor wat betreft het nemen van verantwoordelijkheid voor het ouderschap. De vader was en is daar inconsistent in. De moeder probeert de communicatie in de overdrachten op gang te houden. Ondanks dat de moeder al een jaar lang vaak door de vader wordt genegeerd probeert zij met de vader op een respectvolle wijze te overleggen over de zorg voor [de minderjarige 1] . Ondanks pogingen daartoe lukt het de vader niet altijd om de belangen van [de minderjarige 1] daarin te zien. De vader wil koste wat het kost een 50/50 regeling en zet de moeder op alle mogelijke manieren onder druk om dit door te drukken.
Zaak C/15/363715 / FA RK 25-1671 (provisionele voorziening ex 223 Rv)
3.3.
De moeder heeft verzocht te bepalen dat [de minderjarige 1] op de dinsdagochtend dat [de minderjarige 1] bij de moeder is door de moeder naar de opvang [opvang] , [adres] zal worden gebracht en op de dinsdagochtend dat [de minderjarige 1] bij de vader is door de vader naar de opvang zal worden gebracht waarna de vader [de minderjarige 1] daar na 16.30 uur ophaalt.
3.4.
De moeder legt daaraan ten grondslag dat de ouders onder andere samen hebben afgesproken dat [de minderjarige 1] op maandag en dinsdag naar de opvang zal gaan, waar de moeder sinds juli 2024 alle kosten voor draagt. De afspraken zijn onder andere gemaakt omdat de ouders het in het belang van [de minderjarige 1] vonden dat verblijf tussen leeftijdsgenootjes op een vaste plek voor de ontwikkeling van [de minderjarige 1] goed zou zijn. Later gaven professionals ook aan dat het in het belang van een kind is om 2 dagen in de week naar de opvang te gaan omdat dat beter is voor het vertrouwd zijn met de omgeving en mensen, de ontwikkeling en de interactie met andere kinderen van dezelfde leeftijd. De moeder wil ook niet dat [de minderjarige 1] wisselt van opvangdag omdat hij nu een groep zit waar hij zich prettig voelt. Sinds januari 2025 heeft de vader eenzijdig besloten dat hij [de minderjarige 1] op dinsdag niet meer naar de opvang wil laten gaan en haalt hij [de minderjarige 1] op dinsdag op, vlak nadat de moeder [de minderjarige 1] heeft weggebracht. Op de dagen dat [de minderjarige 1] op maandagavond bij de vader is brengt de vader [de minderjarige 1] de volgende dag niet naar de opvang.
Beoordeling
Zaak C/15/362208 / FA RK 25-881 (zorg- en vakantieregeling)
Zorgregeling
5.1.
De ouders geven uitvoering aan een vierweekse zorgregeling met veel wisselingen. Zij wensen allebei een zorgregeling met meer regelmaat, waarbij de vader een meer gelijkwaardige zorgregeling wil terwijl de moeder de zorgtaken van de vader meer stapsgewijs wil uitbreiden. De vader vindt het daarnaast belangrijk dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] samen genoeg tijd kunnen doorbrengen. De moeder hecht hier ook belang aan, maar vindt dat [de minderjarige 1] het nog niet aan kan om langere periodes bij haar weg te zijn en wil dat [de minderjarige 1] op de afgesproken dagen naar de opvang gaat. De moeder heeft ter zitting ook zorgen geuit dat de vader de zorg aan zijn moeder overlaat en onvoldoende aandacht voor [de minderjarige 1] heeft, omdat hij vroeger onvoldoende aandacht voor [de minderjarige 2] heeft gehad. Naar het oordeel van de rechtbank is het belangrijker voor [de minderjarige 1] om tijd met zijn vader en broer door te brengen dan om op de afgesproken dagen naar de opvang te gaan en in zijn vaste groep en bij zijn vaste leidsters te blijven. De zorgen van de moeder over de aandacht die de vader voor [de minderjarige 1] heeft zijn door haar niet nader onderbouwd, terwijl deze door de vader zijn weersproken. De vader geeft aan dat niet zijn moeder maar hijzelf voor [de minderjarige 1] zorgt en dat hij bij [de minderjarige 1] niet dezelfde fouten wil maken als bij de opvoeding van [de minderjarige 2] . Onder die omstandigheden kan niet van de vader worden verwacht dat hij [de minderjarige 1] op dinsdag naar de opvang laat gaan, terwijl hij op die dag zelf voor hem kan zorgen. Daarnaast ziet de rechtbank geen enkel bezwaar tegen het wisselen van de zorgdag van de vader van de vrijdag naar de maandag, zodat [de minderjarige 1] dan voortaan op maandag en dinsdag bij de vader verblijft. De woensdag en de donderdag blijven dan de zorgdagen van de moeder. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat [de minderjarige 1] voortaan op vrijdag naar de opvang zal gaan en dat de vader voortaan op maandag en dinsdag zelf de zorg zal dragen voor [de minderjarige 1] . Indien de moeder het van belang vindt dat [de minderjarige 1] twee dagen naar de opvang gaat kan ze ervoor kiezen om hem op een van haar zorgdagen, de woensdag of de donderdag, naar de opvang te laten gaan. Daarnaast zal de rechtbank bepalen dat [de minderjarige 1] de ene week van vrijdag uit de opvang tot zondag 16.45/17.15 uur bij de vader verblijft en van zondag 16.45/17.15 uur tot maandag 8.15/8.45 uur bij de moeder. In het andere weekend zal [de minderjarige 1] van vrijdag uit de opvang tot zaterdag 8.15/8.45 uur bij de vader verblijven en van zaterdag 8.15/8.45 uur tot maandag 8.15/8.45 uur bij de moeder. Op die manier kunnen beide ouders afwisselend een groot deel van het weekend met [de minderjarige 1] doorbrengen, zonder dat [de minderjarige 1] de andere ouder meer dan twee dagen hoeft te missen. Gelet op zijn leeftijd is het voor [de minderjarige 1] te lang om vijf nachten achtereen bij de ene of de andere ouder te verblijven. Als [de minderjarige 1] ouder wordt ligt het voor hand dat hij dit wel kan, zodat de ouders hier tegen die tijd nieuwe afspraken over kunnen maken.
Vakanties en feestdagen
5.2.
De vader heeft ter zitting naar voren gebracht dat het niet de bedoeling is dat de moeder niet meer buiten de schoolvakanties met [de minderjarige 1] op vakantie kan en dat zijn verzoeken eerder als een voorstel moeten worden gezien om tot afspraken te komen. De rechtbank acht het gelet op de leeftijd van [de minderjarige 1] in zijn belang dat de ouders in de zomer voorlopig niet langer dan 10 dagen/9 nachten met [de minderjarige 1] met vakantie gaan en in de overige vakanties niet langer dan 6 dagen/5 nachten. Als de ouders geen vakantie opnemen loopt de reguliere regeling door. De rechtbank gaat ervan uit dat [de minderjarige 1] naarmate hij ouder wordt ook langer bij zijn vader of moeder kan verblijven in de vakantieperiodes. De rechtbank zal dit echter niet vastleggen voor de komende jaren, omdat dit ook afhankelijk is van de ontwikkeling van [de minderjarige 1] en daar niet jaren op vooruit kan worden gekeken. De ouders dienen daar samen afspraken over te maken waarbij het streven is dat de vakanties uiteindelijk 50/50 worden verdeeld. Zodra [de minderjarige 1] naar de basisschool gaat zijn de ouders het er in ieder geval over eens dat hij dan 14 dagen/13 nachten met zijn ouders op vakantie kan. Nu [de minderjarige 2] in juli jarig is kan van de moeder niet worden verwacht dat zij in die periode nooit met [de minderjarige 1] met vakantie gaat, zodat dat verzoek zal worden afgewezen. Uiteraard ligt het wel in de rede dat de moeder zo mogelijk rekening houdt met deze verjaardag omdat het voor zowel [de minderjarige 1] als [de minderjarige 2] leuk is als zij deze dag samen kunnen vieren. De rechtbank zal voor wat betreft de feestdagen aansluiten bij het voorstel van de moeder, nu de gedetailleerde verzoeken van de vader meer als voorstel moeten worden opgevat en de verzoeken van de moeder meer gebruikelijk zijn voor gescheiden ouders (alleen afspraken over kerst, oud en nieuw en Vaderdag en Moederdag). Bovendien heeft de vader geen gemotiveerd verweer gevoerd tegen de verzoeken van de moeder. Gedurende de overige vakantiedagen loopt de reguliere regeling dan gewoon door. Uiteraard kunnen de ouders in onderling overleg altijd andere afspraken maken over de feestdagen.
Overige verzoeken
5.3.
De vader heeft verzocht te bepalen dat als de keuze voor [de minderjarige 1] basisschool niet uiterlijk op 10 april 2026 wordt gemaakt, als voorwaarde heeft te gelden dat [de minderjarige 1] wordt ingeschreven op een school “die op geografisch evenwichtige afstand van de woningen van beide ouders ligt”. De rechtbank overweegt dat dit onvoldoende concreet is geformuleerd. Bovendien is uit de stukken en tijdens de zitting niet gebleken dat partijen hierover onderling overleg hebben gehad. De rechtbank acht het noodzakelijk dat partijen in onderling overleg tot afspraken komen die in het belang zijn van [de minderjarige 1] . Daarbij ligt het voor de hand dat rekening wordt gehouden met de woonplaats van de ouders, die overigens beiden in [plaats] wonen.
5.4.
De vader heeft verzocht te bepalen dat de ouders tot het einde van de middelbare schooltijd van [de minderjarige 1] binnen redelijke afstand van elkaar blijven wonen, niet meer dan vijf kilometer van elkaar verwijderd en dat indien één van beide ouders toch besluit verder weg te verhuizen en de bestaande zorgregeling daardoor structureel wordt belemmerd, [de minderjarige 1] zijn hoofdverblijf behoudt bij de ouder die in de huidige woonomgeving blijft wonen. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen bij gebrek aan belang. Van enige verhuisplannen is niet gebleken en uit de wet en vaste jurisprudentie volgt al dat een ouder niet zonder toestemming van de andere ouder met de minderjarige mag verhuizen als dit tot gevolg heeft dat de zorgregeling daardoor structureel wordt belemmerd. De rechtbank geeft de ouders in overweging dat zij afspraken kunnen maken over de straal waarbinnen de andere ouder de vrijheid heeft om te verhuizen.
Het verzoek van de vader onder V. wordt eveneens afgewezen. In geval van verhuizing dienen de ouders van te voren afspraken te maken over de genoemde onderwerpen.
5.5.
Het verzoek van de vader om een informatieregeling wordt afgewezen bij gebrek aan belang. Uit de wet volgt reeds dat de ouders elkaar dienen te informeren over gewichtige aangelegenheden over [de minderjarige 1] . Over de wijze waarop dienen de ouders afspraken te maken in een ouderschapsplan.
5.6.
De vader heeft - kortgezegd - verzocht te bepalen dat de ouders bij ziekenhuisopnamen of medische behandelingen van [de minderjarige 1] beiden aanwezig mogen zijn.
Dictum
De rechtbank:
in zaak C/15/362208 / FA RK 25-881:
6.1.
stelt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt vast:
de minderjarige
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
verblijft:
in week 1:
- van maandag 8.15/8.45 uur tot woensdag 8.15/8.45 bij de vader;
- van woensdag 8.15/8.45 uur tot vrijdag naar de opvang bij de moeder;
- van vrijdag uit de opvang tot zondag 16.45/17.15 uur bij de vader;
- van zondag 16.45/17.15 uur tot maandag 8.15/8.45 uur bij de moeder;
in week 2:
- van maandag 8.15/8.45 uur tot woensdag 8.15/8.45 bij de vader;
- van woensdag 8.15/8.45 uur tot vrijdag naar de opvang bij de moeder;
- van vrijdag uit de opvang tot zaterdag 8.15/8.45 uur bij de vader;
- van zaterdag 8.15/8.45 uur tot maandag 8.15/8.45 uur bij de moeder;
en gedurende de vakanties, in ieder geval totdat [de minderjarige 1] 3 jaar oud is:
- in de zomervakantie niet langer dan 10 dagen/9 nachten bij de ene of de andere ouder;
- in de overige vakanties niet langer dan 6 dagen/5 nachten bij de ene of de andere ouder;
en gedurende de feestdagen:
- op kerstavond (hele dag) en eerste kerstdag bij de vader;
- op 2e en 3e kerstdag bij de moeder;
- met oud en nieuw (oudejaarsdag vanaf sluiting opvang t/m nieuwjaardag 17.00 uur) de even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader;
- op Vaderdag bij de vader (vanaf 8.30 uur);
- op Moederdag bij de moeder (vanaf 8.30 uur);
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
in zaak C/15/363715 / FA RK 25-1671:
6.4.
wijst al het verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Stefels, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025. Bij ontstentenis van de kinderrechter is deze beschikking ondertekend door mr. J. van Beek.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.
Feiten
Dit is tegen de afspraken in en veroorzaakt onrust op de opvang.
4Verweer en zelfstandig verzoek
Zaak C/15/362208 / FA RK 25-881 (zorg- en vakantieregeling)
4.1.
De vader heeft de rechtbank verzocht:
I. de verzoeken van de moeder af te wijzen;
II. een zorgregeling vast te stellen die luidt als volgt:
Even weken
Maandag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij vader.
Dinsdag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij vader.
Woensdag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij moeder, vader brengt [de minderjarige 1] tussen 8.15 – 8.45
Donderdag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij moeder.
Vrijdag : Overdag opvang daarna moeder, [de minderjarige 1] slaapt bij moeder.
Zaterdag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij moeder.
Zondag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij moeder.
Oneven weken
Maandag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij vader, moeder brengt [de minderjarige 1] tussen 8.15 – 8.45
Dinsdag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij vader.
Woensdag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij moeder, vader brengt [de minderjarige 1] tussen 8.15 – 8.45
Donderdag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij moeder.
Vrijdag : Overdag opvang daarna vader, [de minderjarige 1] slaapt bij vader.
Zaterdag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij vader.
Zondag : [de minderjarige 1] is én slaapt bij vader.
Kerst en Kerstvakantie (twee weken)
• Kerstavond: oneven jaren bij vader, even jaren bij moeder.
• Eerste Kerstdag: oneven jaren bij vader, even jaren bij moeder.
• Tweede Kerstdag: oneven jaren bij moeder, even jaren bij vader. [de minderjarige 1] wordt tussen 8.30 en 9.00 uur gebracht.
• De ouder bij wie [de minderjarige 1] Tweede Kerstdag is, sluit de eerste week van de kerstvakantie af.
• De andere ouder start de tweede week (onderbroken door Oud & Nieuw).
Zomervakantie (zes weken)
Er wordt rekening gehouden met de verjaardag van moeder én [de minderjarige 2] in de zomervakantie.
Er wordt dan geen vakantie geboekt, tenzij hier overeenstemming over bereikt wordt.
De verdeling is verder:
• In oneven jaren boekt moeder maximaal 14 dagen in de eerste drie weken van de
zomervakantie.
• In even jaren boekt moeder maximaal 14 dagen in de tweede drie weken.
Vader boekt in die jaren omgekeerd de vakanties. Deze indeling sluit aan op de regeling
van [de minderjarige 2] , zodat de broers gezamenlijk vakantie kunnen vieren.
Meivakantie (meestal twee weken)
• In oneven jaren: Week 1 bij vader — week 2 bij moeder
• In even jaren: omgekeerd.
Als ouders vakantie niet opnemen, geldt het reguliere schema.
Herfstvakantie (één week)
• In oneven jaren bij vader,
• In even jaren bij moeder.
Als ouders vakantie niet opnemen, geldt het reguliere schema.
Voorjaarsvakantie (één week)
• In oneven jaren bij moeder,
• In even jaren bij vader.
Als ouders vakantie niet opnemen, geldt het reguliere schema.
Overige feestdagen
• Eerste Paasdag: oneven jaren bij moeder, even jaren bij vader.
• Tweede Paasdag: oneven jaren bij vader, even jaren bij moeder.
• Oudejaarsdag vanaf 12.00 uur : oneven jaren moeder, even jaren vader, tot nieuwjaardag 17.00 uur.
• Eerste Pinksterdag: oneven jaren bij moeder, even jaren bij vader.
• Tweede Pinksterdag: oneven jaren bij vader, even jaren bij moeder.
• Hemelvaart: oneven jaren bij moeder, even jaren bij vader.
• Koningsdag: oneven jaren bij vader, even jaren bij moeder.
• Sinterklaas: oneven jaren bij vader, even jaren bij moeder.
• Bevrijdingsdag: oneven jaren bij moeder, even jaren bij vader.
III. te bepalen dat de keuze voor [de minderjarige 1] basisschool uiterlijk 10 april 2026 gezamenlijk wordt gemaakt en indien geen overeenstemming wordt bereikt – als voorwaarde geldt dat [de minderjarige 1] wordt ingeschreven op een school die op geografisch evenwichtige afstand van de woningen van beide ouders ligt;
IV. te bepalen dat ouders tot het einde van de middelbare schooltijd van [de minderjarige 1] binnen redelijke afstand van elkaar blijven wonen, niet meer dan vijf kilometer van elkaar verwijderd: en dat indien één van beide ouders toch besluit verder weg te verhuizen en de bestaande zorgregeling daardoor structureel wordt belemmerd, [de minderjarige 1] zijn hoofdverblijf behoudt bij de ouder die in de huidige woonomgeving blijft wonen;
V. te bepalen dat in geval van een verhuizing [de minderjarige 1] onderwijs blijft volgen in zijn vertrouwde omgeving, en dat de zorgverdeling door partijen opnieuw dient te worden beoordeeld met als uitgangspunt dat [de minderjarige 1] rust, overzicht en minimale reistijd behoudt.
VI. te bepalen dat beide ouders elkaar op verzoek en uit eigen beweging volledig, tijdig (in elk geval binnen drie weken na een daartoe gedaan verzoek) en schriftelijk informeren over ontvangen toeslagen, financiële regelingen en uitkeringen die verband houden met de verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] – waaronder in ieder geval kinderbijslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en eventuele toekomstige inkomensafhankelijke bijdragen;
VII. te bepalen dat, bij ziekenhuisopnames of medische behandelingen van [de minderjarige 1] , beide ouders aanwezig mogen zijn, tenzij de zorginstelling anders bepaalt, alsmede te bepalen dat beide ouders elkaar direct en volledig informeren over medische aangelegenheden betreffende [de minderjarige 1] ; dat er geen communicatiemiddelen afgesloten worden; alsmede te bepalen dat gedurende een herstelperiode na een medische ingreep of ziekte het reguliere zorgschema ondergeschikt is aan [de minderjarige 1] behoefte aan nabijheid en ouderlijke aanwezigheid en dat bezoek van de andere ouder in goed overleg mogelijk wordt gemaakt.
4.2.
De vader heeft hieraan ten grondslag gelegd dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] elkaar zo vaak mogelijk moeten kunnen zien. Zij zien elkaar nu incidenteel een paar uurtjes op de dinsdag en een ingekort weekend eens per twee weken. Om voorspelbaarheid en stabiliteit in het contact tussen de broers te waarborgen, stelt de vader voor om [de minderjarige 1] doordeweeks ook op maandag bij hem te laten zijn. Dit biedt niet alleen nu ruimte voor structureel contact, maar is ook toekomstbestendig: het is weinig waarschijnlijk dat [de minderjarige 2] op maandag én dinsdag sport of verplichtingen heeft. Zo ontstaat er een vaste structuur waarin [de minderjarige 1] én zijn band met [de minderjarige 2] centraal staat zonder dat dit afhankelijk is van wisselende school -of sportroosters. Wat de vader betreft is hiervoor slechts een eenvoudige wijziging benodigd: het ruilen van zijn huidige zorgdag op vrijdag voor de maandag. Deze aanpassing is een herverdeling die recht doet aan het belang van beide kinderen. Daarbij blijft opvang op vrijdag mogelijk, en is de vader volledig beschikbaar op maandag en dinsdag wat deze ruil zowel praktisch als pedagogisch verantwoord maakt.
De moeder is weliswaar niet tegen uitbreiding van de zorgregeling maar ziet daarvoor slechts plaats zodra [de minderjarige 1] naar de basisschool zal gaan. Het is de vader niet duidelijk waarom daar zo lang mee zou moeten worden gewacht. De tijd van standaard zorgregelingen met een vader die (in dit geval: op verzoek van moeder) doordeweeks zeer kort en om het weekeinde de kinderen ziet, plus nog een paar vakantiedagen is allang voorbij.
Feiten
Tegenwoordig is het streven steeds meer de ouderlijke zorg eerlijk te verdelen. De vader heeft zijn werkstructuur al 15 maanden geleden bewust aangepast, zodat hij zelfstandig zorg kan dragen voor [de minderjarige 1] op maandag en dinsdag, de dagen dat moeder werkt.
Partijen kunnen het tot op heden niet eens worden over de noodzaak en het moment van kinderopvang. De vader vindt één dag kinderopvang per week wel genoeg. Ook zou de vader de opvang voortaan graag plaats doen vinden op vrijdag in plaats van op maandag. Omdat de
vader nu op vrijdag zorgt voor [de minderjarige 1] , werkt hij momenteel afwisselend in het weekend. Hij zou graag - net als de moeder - op vrijdag kunnen werken, zodat ook hij zijn weekenden vrij
heeft. De voorgestelde ruil biedt daarmee rust en structuur voor alle betrokkenen. De vader is
op maandag en dinsdag blijvend beschikbaar om [de minderjarige 1] op te vangen. Vrijdagopvang komt beter uit in verband met de door de vader hieronder verzochte zorgregeling. De moeder is van mening dat [de minderjarige 1] verplicht is twee dagen per week op de opvang door te brengen maar dat is wat de vader betreft niet het geval. Op dit moment gaat [de minderjarige 1] op maandag naar de opvang. In overleg met de opvang kan deze dag worden gewisseld naar de vrijdag, maar dit is pas mogelijk na ofwel een onderling akkoord tussen partijen ofwel een gerechtelijke uitspraak. Tot die tijd zal er een overgangsperiode zijn waarin vader en moeder afwisselend op vrijdag de zorg voor [de minderjarige 1] op zich nemen, totdat de plek voor [de minderjarige 1] op vrijdag is ingeregeld bij de opvang. Indien de moeder op een vrijdag niet in staat is om voor [de minderjarige 1] te zorgen, zal de vader deze zorg tijdelijk op zich kunnen nemen. De vader staat er voor open om in goed overleg deze dagen met de moeder te compenseren op een wijze die zij prettig vind.
In de tweede plaats wenst de vader een regeling omtrent de woonafstand tussen partijen tot aan het einde van de middelbare school van [de minderjarige 1] . De vader heeft met de moeder van [de minderjarige 2] de afspraak dat zij op niet meer dan fietsafstand van elkaar blijven wonen en wenst dit ook voor [de minderjarige 1] gerealiseerd te zien.
Ten derde is daar de kwestie van schoolkeuze voor [de minderjarige 1] . De vader wenst dat partijen hier uiterlijk 10 april 2026 een gezamenlijke beslissing over kunnen nemen bij gebreke waarvan de keuze in ieder geval dient te vallen op een school die geografisch gezien op een locatie ligt die zich ongeveer even ver van de woning van de ene ouder als die van de andere ouder bevindt.
Ten laatste wenst de vader nog een regeling omtrent medische aangelegenheden te treffen. De vader heeft helaas bij drie eerdere ziekenhuisopnamen van [de minderjarige 1] door de moeder verzocht
gekregen dat de vader slechts beperkt aanwezig kon zijn en na korte tijd gewenst werd te
vertrekken. De vader is van mening dat, wanneer [de minderjarige 1] zich in een herstelperiode bevindt, het zorgschema ondergeschikt is aan [de minderjarige 1] behoefte aan rust en nabijheid en dat bezoek van de andere ouder in goed overleg mogelijk gemaakt dient te worden.
Zaak C/15/363715 / FA RK 25-1671 (provisionele voorziening ex 223 Rv)
4.3.
De vader heeft verzocht:
I. het verzoek van de moeder af te wijzen;
II. te bepalen dat de vader iedere maandag en dinsdag voor [de minderjarige 1] zorgt, waarbij de vader niet verplicht is [de minderjarige 1] naar de kinderopvang te brengen;
III. een vakantie- en feestdagenregeling te bepalen als in de bodemprocedure wordt verzocht.
4.4.
De moeder weigert [de minderjarige 1] op dinsdagen bij de vader af te geven en brengt hem naar de opvang waarna de vader hem daar al weer spoedig komt ophalen. In haar verzoekschrift geeft de moeder aan dat de kinderopvang de vader er op zou hebben aangesproken dat dit onrust geeft voor [de minderjarige 1] en de opvang maar dit gold voor beide ouders en hun situatie als geheel. De moeder heeft Veilig Thuis ingeschakeld. Inmiddels is de vader uit contact met Veilig Thuis en de kinderopvang gebleken dat deze instanties de situatie niet als direct zorgwekkend beoordeelt, er zijn geen zorgen over [de minderjarige 1] . Veilig Thuis heeft wel gesteld dat - indien ouders er niet in onderling overleg uit kunnen komen - een uitspraak van de rechter rust en duidelijkheid kan brengen. Anders dan de moeder stelt zijn er geen uitspraken of documenten van professionals die hebben geadviseerd dat [de minderjarige 1] – of kinderen in het algemeen - twee dagen per week naar de opvang zou moeten. De vader is en blijft permanent beschikbaar op maandag en dinsdag. De vader ziet de opvang graag beperkt tot één dag, op vrijdag.