Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-21
ECLI:NL:RBNHO:2025:571
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
918 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 11197374 MB VERZ 24-628 NVDM
Uitspraakdatum: 21 januari 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoekster],
geboren te [geboorteplaats],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoekster,
van wie de mentor is:
R. Goossen h.o.d.n. Attentmentoren,
gevestigd te Alkmaar,.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek, ter griffie ingekomen op 2 juli 2024;
een aanvulling daarop, ter griffie ingekomen op 12 juli 2024;
de akkoordverklaring van de bewindvoerder van betrokkene, ter griffie ingekomen op 15 juli 2024;
de brief van de mentor, ter griffie ingekomen op 6 september 2024;
de e-mail van [begeleidster], begeleider van betrokkene, ter griffie ingekomen op 21 november 2024.
Op 16 december 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 16 november 2016 ingestelde mentorschap ten behoeve van verzoekster.
Verzoekster geeft aan dat zij niet langer meerwaarde ziet in het mentorschap. Het gaat een stuk beter met verzoekster. Het wonen in een woonvoorziening gaat al jaren goed en het contact met de begeleiding loopt goed. Verzoekster voelt zich sterk en is weer in staat haar belangen, eventueel met behulp van haar begeleiding, zelf te behartigen. Wel is het zo dat betrokkene op den duur zal verhuizen waardoor ook haar begeleiding zal wegvallen. Dit gaat echter nog zeker een jaar duren en de broer van betrokkene heeft inmiddels aangeboden om als wettelijk vertegenwoordiger voor betrokkene op te treden indien dat nodig is.
De mentor voert verweer tegen het verzoek. Hoewel hij erkent dat hij momenteel vooral op de achtergrond aanwezig is, vindt hij opheffing van het mentorschap niet verstandig. De mentor heeft daarom voorgesteld het mentorschap stop te zetten tot de verhuizing rond is. De mentor is vooral bang dat de ex-partner van verzoekster weer opduikt en dan is zijn ondersteuning hard nodig schat hij in.
Gelet op het voorgaande overweegt de kantonrechter als volgt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat de noodzaak voor het mentorschap niet meer bestaat. Dit wordt onderstreept door het voorstel van de mentor om het mentorschap eventueel tijdelijk stop te zetten. Dit vindt de kantonrechter echter niet nodig. De kantonrechter heeft er voldoende vertrouwen in dat betrokkene na haar verhuizing zelf aan de bel zal trekken als zij op dat moment weer behoefte heeft aan een mentor. Bovendien heeft betrokkene een bewindvoerder en heeft de broer van betrokkene aangeboden te helpen. Al met al is de kantonrechter van oordeel dat er op dit moment geen reden is om het mentorschap voort te zetten. De beslissing luidt derhalve als volgt.
Dictum
De kantonrechter:
heft op, met ingang van twee weken na heden het bij beschikking van 16 november 2016 ingestelde mentorschap over [verzoekster];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter