Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-21
ECLI:NL:RBNHO:2025:5601
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,904 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
zaak-/rekestnr.: C/15/362570 / FA RK 25-1050 (voorlopige voorzieningen) en C/15/358310 / FA RK 24-5478 (echtscheiding)
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 21 mei 2025
in de zaak van:
[de vrouw]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. A. Hashem Jawaheri, kantoorhoudende te Amsterdam,
tegen
[de man]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de man.
1Procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
C/15/362570 / FA RK 25-1050 (voorlopige voorzieningen)
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 28 februari 2025.
C/15/358310 / FA RK 24-5478 (echtscheiding)
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 24 oktober 2024;
- het F-formulier van de advocaat van de vrouw van 10 februari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling van beide zaken heeft plaatsgevonden op 7 mei 2025 in aanwezigheid van partijen, de vrouw bijgestaan door mr. A. Hashem Jawaheri.
1.3.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Van deze gelegenheid hebben zij geen gebruik gemaakt.
Feiten
2.1.
Partijen zijn op [huwelijksdatum] in [plaats] met elkaar gehuwd.
2.2.
Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen [de minderjarigen] :
- [de minderjarige 1] , op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;
- [de minderjarige 2] , op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
Beoordeling
C/15/362570 / FA RK 25-1050 (voorlopige voorzieningen/tegenspraak)
toevertrouwing minderjarigen, echtelijke woning en kinderbijdrage, in samenhang
3.1.
De vrouw heeft verzocht om de minderjarigen aan haar toe te vertrouwen, om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen en om een door de man te betalen kinderbijdrage ter hoogte van € 383,50 per kind per maand vast te stellen.
Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de spanningen tussen partijen zo hoog zijn opgelopen dat de situatie onhoudbaar is geworden voor de vrouw en de kinderen. Het lukt de vrouw niet om een andere woning te vinden of in overleg met de man tot een al dan niet tijdelijke oplossing te komen. De man wil de woning overnemen en de vrouw staat daarachter, maar de man onderneemt geen enkele actie om de woning daadwerkelijk over te nemen en weigert zijn financiële gegevens aan de vrouw te overleggen. De vrouw heeft de volledige zorg voor de kinderen en heeft geen mogelijkheden om elders te wonen terwijl de man, die kostwinnaar is, een kamer kan huren of bij familie in [plaats] kan verblijven.
3.2.
De man heeft daartegen als verweer gevoerd dat partijen feitelijk al (jaren)lang uit elkaar zijn maar niet eerder een echtscheiding hebben verzocht vanwege de kinderen. Partijen leven langs elkaar heen en maken geen ruzie. De kinderen hebben geen last van onrust, zodat er geen noodzaak bestaat om de samenleving te verbreken. Als de man uit de woning wordt gezet belandt hij op straat, raakt hij zijn werk kwijt en raken de kinderen verloren. De vrouw schildert de situatie te negatief af terwijl de man met de vrouw tot een duurzame oplossing wil komen.
3.3.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Op dit moment bestaat er onvoldoende aanleiding om de samenleving te verbreken. Partijen geven op de zitting aan dat ze al vele jaren in dezelfde woning langs elkaar heen leven en dat ze al vele jaren vinden dat er eigenlijk een echtscheiding moet komen maar dat ze daar voor de kinderen mee hebben gewacht. De vrouw geeft aan dat de spanning voor de kinderen oploopt en dat er twee keer een felle woordenwisseling is geweest waarbij zij één keer de politie heeft gebeld. Tegelijk geeft de vrouw aan dat zij ervan overtuigd is dat de man haar nooit iets aan zal doen en is het verre van ideaal om het uitsluitend gebruik van de woning aan de vrouw toe te kennen, aangezien de man in staat lijkt te zijn om de woning over te nemen en de vrouw uit te kopen. De vrouw weet dat zij degene is die uiteindelijk de woning zal moeten verlaten en is op zoek naar een andere woning. Het is volkomen onduidelijk waar de man zal kunnen wonen als hij de woning moet verlaten en wat daar de financiële consequenties van zijn. Dat alles overwegende komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het op dit moment beter is dat de situatie blijft voortbestaan en dat het verzoek van de vrouw om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning wordt afgewezen. Dat betekent dat er ook geen beslissing nodig is over de toevertrouwing van de minderjarigen en de kinderbijdrage zodat ook die verzoeken worden afgewezen.
C/15/358310 / FA RK 24-5478 (echtscheiding)
3.4.
De vrouw heeft verzocht om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en het nog te overleggen convenant en ouderschapsplan aan de beschikking te hechten. Op de zitting is gebleken dat partijen allebei tot een duurzame oplossing willen komen, maar dat het overleg tussen partijen is gestagneerd. Partijen zijn het er over een dat zij via mediation zullen proberen overeenstemming te bereiken over de gevolgen van de echtscheiding. De rechtbank zal in afwachting van het resultaat hiervan de echtscheidingsprocedure aanhouden.
Dictum
De rechtbank:
In de zaak C/15/362570 / FA RK 25-1050 (voorlopige voorzieningen/tegenspraak)
4.1.
wijst de verzoeken van de vrouw af.
In de zaak C/15/358310 / FA RK 24-5478 (echtscheiding)
4.2.
houdt de beslissing over de echtscheiding en nevenverzoeken aan tot 21 augustus 2025 PRO FORMA.
Verzoekt de advocaten van partijen de rechtbank schriftelijk te berichten omtrent de resultaten van de mediation en de daaraan te verbinden gevolgen.
Bepaalt dat het schriftelijk bericht uiterlijk op 21 augustus 2025 door de rechtbank ontvangen dient te zijn.
Wijst er op dat de rechtbank daarna zal beslissen over de verdere voortgang van de procedure.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.C. Bakker, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025.
Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.