Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-20
ECLI:NL:RBNHO:2025:5493
Civiel recht; Insolventierecht
Rekestprocedure
1,261 tokens
Inleiding
BESCHIKKING VOORLOPIGE VOORZIENING
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Haarlem
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/364935 FT RK 25/298
naam rechter: mr. M.P. de Valk
uitspraakdatum: 8 mei 2025
in de zaak van: [schuldenares] (hierna: schuldenares)geboren op: [geboortedatum] 1980 te [plaats 1]wonende te: ([postcode]) [plaats 2], [adres]
schuldhulpverlener: Gemeente [plaats 2]
tegen
verhuurder: de stichting Stichting Ymere
gevestigd te: Amsterdam
vertegenwoordigd door: Geerlings en Hofstede Gerechtsdeurwaarders
1Samenvatting
Schuldenares wil proberen een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers te treffen, maar de verhuurder dreigt de woning van schuldenares te ontruimen. Schuldenares heeft de rechtbank verzocht het ontruimingsvonnis te schorsen (verzoek tot moratorium). De rechtbank kan dat verzoek pas behandelen na de geplande ontruiming. Daarom moet de rechtbank nu (als voorlopige maatregel) beoordelen of schuldenares in de woning kan blijven totdat de rechtbank definitief op het verzoek van schuldenares heeft beslist.
Dictum
De rechtbank schorst de uitvoering van het ontruimingsvonnis. Dit betekent dat schuldenares de komende tijd nog in haar woning kan blijven wonen.
3Gevolgen voor schuldenaar
Schuldenares hoeft de woning niet te ontruimen zolang de rechtbank nog niet op het verzoek tot moratorium heeft beslist.
Deze schorsing heeft als voorwaarde dat schuldenares de lopende huur steeds volledig en tijdig (dus vóór de eerste van de maand) betaalt. Als schuldenares zich niet aan deze voorwaarde houdt, vervalt de schorsing. De verhuurder kan schuldenares dan weer tot ontruiming van de woning dwingen.
De rechtbank verlengt de huurovereenkomst gedurende de schorsing.
De rechtbank zal het verzoek tot moratorium binnen enkele weken behandelen. Schuldenares zal daarvoor een uitnodiging ontvangen.
4Redenen voor deze beslissing
Schuldenares moet op grond van een vonnis wegens een huurachterstand haar woning ontruimen. Schuldenares wil proberen een minnelijke schuldregeling met al haar schuldeisers te treffen. Daarvoor is belangrijk dat de situatie van schuldenares stabiel is en blijft. Dat geldt ook voor haar woonsituatie. De rechtbank kan het verzoek moratorium alleen niet behandelen vóór de datum van de geplande ontruiming. Daarom zal de rechtbank met deze voorlopige maatregel de verhuurder verbieden de woning van schuldenares te ontruimen.
De rechtbank voegt hier nog te volgende aan toe. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat schuldenares eerder in de wsnp heeft gezeten en dat deze regeling recent tussentijds is beëindigd omdat schuldenares zich niet heeft gehouden aan de informatieplicht en sollicitatieplicht. Normaal gesproken is dan de conclusie gerechtvaardigd dat een nieuw verzoek om toelating tot de wsnp als niet heel kansrijk moet worden beoordeeld, zodat doorgaans het aan het wsnp-verzoek gekoppelde verzoek om een voorlopige voorziening niet voor toewijzing in aanmerking komt. Aan het nieuwe verzoek om toelating tot de wsnp is evenwel gehecht een uitvoerige verklaring van 2 mei 2025 van de schuldhulpverlener [betrokkene] en een ongedateerde verklaring van schuldenares zelf. Op grond van deze verklaringen acht de rechtbank het niet ondenkbaar dat de omstandigheden die hebben geleid tot tussentijdse beëindiging zich inmiddels ten goede hebben gekeerd. Dit is voor de rechtbank aanleiding om toch een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van de mondelinge behandeling van het verzoek om een moratorium. Aldaar kan dan de wenselijkheid hiervan nader onderzocht worden met toepassing van hoor en wederhoor.
5Stukken waarop deze beschikking is gebaseerd
verzoekschrift van schuldenares met bijlagen.
6Gevolgen van deze beschikking
De rechtbank schorst de uitvoering het ontruimingsvonnis en verlengt de huurovereenkomst tussen partijen. De verhuurder mag de woning dus niet ontruimen.
De rechtbank bepaalt dat de schorsing alleen geldt zolang schuldenares de lopende huur tijdig en volledig betaalt.
De rechtbank bepaalt dat de schorsing in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot moratorium wordt ingetrokken of dat een beslissing daarover is gegeven.
De rechtbank verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
7Mogelijkheden om deze beschikking aan te vechten
Deze uitspraak kan binnen drie maanden na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter