Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-04-30
ECLI:NL:RBNHO:2025:5472
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11439359 \ CV EXPL 24-4033 Vonnis van 30 april 2025 in de zaak van de naamloze vennootschap [naam 1] N.V., m.d.o.d.n. [naam 2] , te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [naam 2] , gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen, tegen [gedaagde] , te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de mondelinge conclusie van dupliek - de aanvullende mondelinge conclusie van dupliek - de akte uitlating producties van [naam 2] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] heeft bij [naam 2] een doorlopende reisverzekering afgesloten. 2.2. [gedaagde] heeft de premie van € 46,05 voor de periode 23 juli 2023 tot en met 22 juli 2024 niet betaald. 2.3. [naam 2] heeft een brief over de mislukte incasso van de premie van 2 augustus 2023 en een aanmaningsbrief van 23 augustus 2023 gericht aan [gedaagde] te [plaats 3] . De gemachtigde van [naam 2] heeft vervolgens een aanmaningsbrief van 5 maart 2024 aan [gedaagde] te [plaats 2] gericht. 2.4. De verzekering is door [naam 2] per 23 juli 2024 beëindigd. 3 Het geschil 3.1. [naam 2] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 94,45, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit de premie van € 46,05 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 48,40 inclusief btw. 3.2. [gedaagde] erkent de verschuldigdheid van de premie en voert verweer tegen de bijkomende kosten en rente. [gedaagde] voert aan dat zij zich er niet van bewust was dat zij de verzekering nog afnam. De premies werden via automatische incasso van haar rekening afgeschreven en de kennelijk mislukte incasso had zij niet in de gaten. De aanmaningen hebben [gedaagde] niet bereikt. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Geen ambtshalve toetsing van de wettelijke informatieplichten 4.1. De verzekering is afgesloten via de website van [naam 2] en is dus een overeenkomst op afstand. De verzekering is afgesloten in 2009 (volgens [naam 2] ) of 2011 (volgens [gedaagde] ). De huidige informatieverplichtingen waren in beide jaren nog niet van toepassing. De kantonrechter hoeft er dus niet ambtshalve op toe te zien of deze consumentenbeschermende voorschriften zijn nageleefd. [gedaagde] moet de premie betalen 4.2. [gedaagde] erkent de verschuldigdheid van de premie voor de doorlopende reisverzekering van € 46,05. Zij zal daarom worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden van [naam 2] 4.3. [naam 2] stelt dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn en dat de vordering niet is gebaseerd op een bepaling uit de algemene voorwaarden. Maar de kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument , omdat dit gevolgen kan hebben voor (de hoogte van) de vordering (waaronder de buitengerechtelijke incassokosten en/of wettelijke rente). Of de handelaar de consument ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de handelaar niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp. 4.4. De kantonrechter moet de bedingen in de algemene voorwaarden dus toetsen. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. [naam 2] verwijst in de dagvaarding naar de overgelegde, volgens haar toepasselijke Voorwaarden ANWB Doorlopende Reis- en Annuleringsverzekering DRA ANI (versie augustus 2018). De kantonrechter stelt vast dat deze algemene voorwaarden niet van toepassing (kunnen) zijn