Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-29
ECLI:NL:RBNHO:2025:5265
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,578 tokens
Dictum
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene 1]
,
geboren op [geboortedatum en -plaats],
thans verblijvende in de Van der Hoeven Kliniek te Amersfoort,
hierna: de betrokkene,
met twee jaar.
Procesverloop
Bij vonnis van deze rechtbank van 18 april 2017 is aan de betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd wegens poging tot doodslag.
De termijn van de terbeschikkingstelling nam een aanvang op 3 mei 2017.
De termijn is voor het laatst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 16 mei 2023 met twee jaar.
De onderhavige vordering is op 7 maart 2025 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
een advies zoals bedoel in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder a Sv, van 4 maart 2025, afkomstig van de Van der Hoeven Kliniek (hierna: de kliniek) en ondertekend door drs. H.T.M. van der Maeden, plaatsvervangend hoofd van de inrichting, L.J.E. Oude Nijeweme MSc., GZ-psycholoog en drs. D. van Hoeijen, psychiater;
een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b Sv over de periode van 1 maart 2020 tot en met 15 januari 2025;
adviezen van twee onafhankelijke gedragsdeskundigen zoals bedoeld in artikel 6:6:12, lid 3 Sv, te weten een advies van 25 januari 2025, opgemaakt door E.A.M. Schouten, psychiater, en een advies van 27 januari 2025, opgemaakt door A.J. de Groot, psycholoog.
Op 29 april 2025 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede een deskundige van de kliniek, te weten L.J.E. Oude Nijeweme. Verder waren aanwezig de officier van justitie mr. M. Lenderink en de raadsvrouw van de betrokkene mr. I.E. Leenhouwers, advocaat te Amsterdam.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2Het advies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdtonder meer het volgende in:
“De heer [betrokkene 1] is een 36-jarige man gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, schizofrenie, een stoornis in cannabis- en alcoholgebruik (thans in remissie bij institutionalisering) en problemen verband houdend met psychosociale omstandigheden. In het verleden hebben sociale isolatie en cannabisgebruik tot een toename van achterdocht en betrekkingsideeën geleid.
Op 22 februari 2023 wordt de heer [betrokkene 1] opgenomen binnen een reguliere leefgroep in de Voorde. Bij opname wordt een rustige en teruggetrokken man gezien, die zich al snel voegt naar de structuur van de kliniek. Hij laat aanvankelijk weinig los over zijn gedachten en gevoelens. Er wordt dagelijks een contactmoment ingepland, waarbij de heer [betrokkene 1] het voortouw neemt. Medio 2023 wordt het passend geacht om (beperkt on)begeleide verloven op te starten, waar in augustus 2023 departementale toestemming voor volgt. Hij start met begeleide verloven op het terrein van GGz Centraal en breidt dit stapsgewijs uit naar beperkt onbegeleid verlof (1-op-3) buiten het terrein. Vanaf januari 2024 onderneemt de heer [betrokkene 1] onbegeleide verloven op het terrein van GGz Centraal, welke gefaseerd worden opgebouwd.
In april 2024 verhuist de heer [betrokkene 1] naar een inpandige flat op de afdeling, waar hij kan werken aan het vergroten van zijn zelfstandigheid alsmede de versterking van zijn identiteit om zich stapsgewijs voor te bereiden op individueel wonen in de toekomst. Het verblijf op de flat verloopt naar wens. In de zomer van 2024 wordt het volhouden van programmaonderdelen in combinatie met het wonen op de inpandige flat moeilijk voor de heer [betrokkene 1], waarna er met hem een iets rustiger, overzichtelijker programma wordt gevormd. Vanaf eind januari 2025 werkt de heer [betrokkene 1] enkele uren in de supermarkt op het terrein van GGz Centraal. Tevens volgt in januari 2025 departementale toestemming voor het stapsgewijs uitbreiden van de onbegeleide verloven naar de regio Amersfoort/Soesterberg en naar zijn moeder.
De komende periode wordt gekoerst op een verhuizing naar een zelfstandige HAT-woning op het terrein van GGz Centraal, waar getoetst kan worden hoe de heer [betrokkene 1] zich staande houdt in een eigen huis, met begeleiding op afstand. Het is niet de verwachting dat binnen een jaar kan worden overgegaan tot afschaling van de maatregel. Derhalve adviseert de kliniek de terbeschikkingstelling te verlengen met de termijn van twee jaar. Zonder het kader van de tbs-maatregel wordt het risico van terugval in gewelddadig gedrag ingeschat als hoog.”
De deskundige L.J.E. Oude Nijeweme heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens de kliniek, dit advies gehandhaafd.
3De adviezen van de onafhankelijke gedragsdeskundigen
3.1
Het advies van de psychiater
In het rapport van de psychiater E.A.M. Schouten is onder meer het volgende opgenomen:
“Rapporteur komt evenals alle eerdere rapporteurs en klinieken tot de diagnose autismespectrumstoornis (ASS). Rapporteur meent dat de ASS de hoofddiagnose is. Ook meent rapporteur dat er een ernstige stoornis was in cannabisgebruik, die momenteel in langdurige volledige remissie is. Deze remissie geldt ook voor een stoornis in alcoholgebruik, zij het dat die niet ernstig maar matig was.
Over de hoofddiagnose schizofrenie verschilt rapporteur van mening met de huidige kliniek en enkele eerdere rapporteurs. Rapporteur ziet de psychotische symptomen in het verleden als een gevolg van het langdurige en herhaaldelijke overmatige cannabisgebruik en niet in het kader van de ziekte schizofrenie.
Voortkomend vanuit zijn autismespectrumstoornis is hij prikkelgevoelig en onvermogend om op een adequate wijze met interne spanningen en negatieve emoties om te gaan. In het hier en nu is er nog steeds sprake van een autismespectrumstoornis en een psychotische kwetsbaarheid bij cannabisgebruik. Betrokkene wordt medicamenteus behandeld, waardoor de prikkelgevoeligheid minder is. Hij heeft nog steeds ontoereikende copingvaardigheden en blijft primair vermijden. In het verleden deed hij dit door alcohol te drinken en te blowen; en in het hier en nu door zich terug te trekken of te isoleren. Hij is in de gehele tbs-periode abstinent van alcohol en cannabis en ook zelf overtuigd dat hij nooit meer moet drinken of blowen. Wanneer hij op eigen benen komt te staan, heeft hij nog onvoldoende vaardigheden om met negatieve gevoelens om te gaan. Het vermijden kan leiden tot meer isolement en daarmee het niet kunnen vasthouden van zijn dagstructuur. De inschatting is dat hij dan terug zal vallen in alcohol- en cannabisgebruik, omdat hij niet weet hoe hij anders moet handelen. Binnen het huidige kader kan het recidiverisico laag gehouden worden door de aanwezige begeleiding, toezicht en de controle op middelen en medicatietrouw. Hierbij is helpend dat betrokkene de ondersteuning accepteert en zich ook controleerbaar en betrouwbaar opstelt. In de behandeling is het niet gelukt om te komen tot het voldoende bewerken van de autistische kwetsbaarheid en geringe sociale en copingvaardigheden. Betrokkene zal nog zeer langdurig ondersteuning nodig hebben en ook maakt dit dat zonder de huidige maatregel het recidiverisico op termijn als hoog ingeschat wordt.
Ondersteuning en toezicht zijn nog langdurig nodig om (de aanloop tot) een terugval in isolement en daarna cannabismisbruik te signaleren en daarmee voorkomen. Door zijn ASS is betrokkene blijvend gehandicapt in het sociale verkeer en in het vormgeven van een maatschappelijk leven. Uitbreiding van zijn autonomie zal zeer geleidelijk moeten gebeuren. Een kliniek als de Voorde is daar bij uitstek geschikt voor.
Beoordeling
De rechtbank kan zich verenigen met de hiervoor vermelde conclusies en adviezen van de psychiater en de psycholoog.
De rechtbank is, gelet op deze stukken en het verhandelde ter terechtzitting, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van de betrokkene vereist en wel met twee jaar. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon.
Uit de adviezen blijkt dat de betrokkene een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt in het behandeltraject, maar dat niet te verwachten is dat binnen een jaar kan worden toegewerkt naar een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel. De psychiater heeft benadrukt dat het proces van uitbreiding naar meer autonomie met kleine tussenstappen en zeer geleidelijk moet verlopen. Met de kliniek, de betrokkene en de officier van justitie is de rechtbank daarom van oordeel dat de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege moet worden verlengd met twee jaar.
Dictum
De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van [betrokkene 1] met twee jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. J.M. Jongkind, voorzitter,
mr. P. Reemst en mr. B.V.A. Corstens, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.E.H. de Koning,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 april 2025.