Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-21
ECLI:NL:RBNHO:2025:498
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,491 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11407102 \ VV EXPL 24-101
Vonnis in kort geding van 30 december 2024
in de zaak van
STICHTING PARTEON,
te Wormerveer,
eisende partij,
gemachtigde: mr. M. van den Oord,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
te [plaats] ,2. [gedaagde 2],
te [plaats] ,3. [gedaagde 3],
gedaagde partijen,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Eiseres heeft gedaagden op 22 november 2024 gedagvaard.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 december 2024. Eiseres
heeft de betekende dagvaarding overgelegd waaruit blijkt dat gedaagden correct zijn opgeroepen. Nu ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, is verstek verleend tegen gedaagden.
1.3.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat eiseres ter toelichting van haar standpunten naar voren heeft gebracht.
Beoordeling
2.1.
Eiseres vordert – kort gezegd – dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening gedaagden veroordeelt de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: ook het gehuurde) te ontruimen. Ook vordert eiseres veroordeling van gedaagde sub 1 om een bedrag van € 1.948,70 te betalen, vermeerderd met een bedrag van € 456,12 per maand vanaf 1 december 2024 zolang hij de woning onder zich houdt.
2.2.
Eiseres legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat gedaagde sub 1 tekort is geschoten in zijn wettelijke en contractuele verplichtingen. Volgens eiseres gebruikt gedaagde sub 1 het gehuurde niet als zijn als hoofdverblijf en hij heeft het gehuurde geheel dan wel gedeeltelijk ter beschikking gesteld dan wel verhuurd aan derden zonder toestemming van eiseres. Eiseres meent dat het tekortschieten door gedaagde sub 1 zonder meer tot een ontbinding van de huurovereenkomst moet leiden, en vooruitlopend hierop vordert eiseres in deze procedure (onder meer) de ontruiming van het gehuurde. Tevens legt eiseres aan de vordering ten grondslag het tekortschieten van gedaagde sub 1 in de nakoming van de huurbetalingsverplichting. Gedaagde sub 1 heeft tot en met 30 november 2024 een achterstand van €1.948,70 laten ontstaan. Eiseres vindt dat deze achterstand een ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Gedaagde sub 2 en 3 beschikken volgens eiseres over geen enkel recht en geen enkele titel om het gebruik van het gehuurde te hebben en hebben deze ook nooit gehad, en zij dienen het gehuurde daarom te ontruimen en aan eiseres terug te geven.
2.3.
De kantonrechter wijst de vordering toe, omdat deze gelet op de aard ervan spoedeisend is, en niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De kantonrechter heeft bij de beoordeling van de vordering ook ambtshalve getoetst aan het dwingende consumenten-recht. Deze toets geeft geen aanleiding de vordering af te wijzen. Gelet op de ingrijpende gevolgen voor gedaagden wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
2.4.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
138,22
- griffierecht
€
372,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.188,22
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagden om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] ( [postcode] ) te [plaats] , [gemeente] te ontruimen en te verlaten onder afgifte van de sleutels, met al hetgeen van gedaagden is en met al de personen die zijdens gedaagden in voornoemde woning verblijven, en deze woning ter vrije en algehele beschikking aan eiseres te stellen,
3.2.
veroordeelt gedaagde sub 1 om te betalen aan eiseres:
a. a) € 1.948,70 aan achterstallige huur tot en met 30 november 2024,
b) € 456,12 per maand vanaf 1 december 2024 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
3.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.188,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2024.